opinie

    • Daan van Lent

Woedeaanval krijgen bij een kunstwerk

Woedend over een kunstwerk. Dat is me, zover ik mij kan herinneren, zelden of nooit overkomen. Misschien dat ik maandag daarom enigszins jaloers luisterde naar Yoeri Albrecht en Barbara Visser. De directeur van debatcentrum De Balie en de beeldend kunstenaar deelden tijdens een aflevering in de serie Beeldbepalers (van De Balie en het Mondriaan Fonds) hun ervaring dat zij als kind in het Stedelijk woedeaanvallen hadden gekregen bij Who’s afraid of Red, Yellow and Blue III van Barnett Newman. En daarmee deelden ze als kind de woede van de man die in 1986 het werk met een stanleymes te lijf ging, een daad waar ze als volwassen kunstliefhebber van gruwen. Ze zijn leeftijdgenoten van me, maar zelfs als kind kon ik niet stampvoeten om kunst. Ik vrees, tot mijn gêne, dat ik eerder tot de verveelde kinderen behoorde. Ook tegenwoordig ontmoet ik zelden een kunstwerk dat woede bij mij opwekt. Verbazing ja, ergernis, soms sarcasme.

Boos kan ik worden als kunstenaars of culturele instituties zich laten inperken in hun vrijheden. En ook daar stelde Visser in haar ‘happening’ (dixit Albrecht) over het geruchtmakende werk van Newman een voorbeeld van aan de kaak. Hoewel zelfs uit wetenschappelijke rapporten is gebleken dat de inmiddels overleden restaurateur Goldreyer het schilderij met een verfroller heeft overgeschilderd, mag het Stedelijk sinds een schikking in 1997 daar geen kritiek op leveren. Of een podium voor die kritiek bieden, op straffe van een hoge schadevergoeding. In een licht absurdistisch optreden legde Hoofd Collecties Bart Rutten het nog eens moedig uit. Dat doen we dus niet, zei hij, om vervolgens uit te spreken dat hij Visser aanmoedigde haar onderzoek over Newman af te maken.

De dapperheid ligt zo bij de kunstenaar, niet bij de institutie. Ik maakte in gedachten een sprong naar een kleine inventarisatie die Francisco van Jole een paar weken geleden voor zijn blog op Joop deed naar de verwijdering van kunstwerken. Waar de indruk bestaat dat dit vaak gebeurt om gevoelens van de moslimbevolking niet te kwetsen, telde hij veel meer gevallen waar christelijke religieuzen of populistische politici (Wilders) achter de censuur zaten. Religieuze, politieke maar ook zakelijke overwegingen om kunst niet te tonen, of om ons niet uit te laten over kunst: hoe vaak komt het eigenlijk voor? Een angstig gevoel bekroop me. Het is een serieus onderzoek waard.

    • Daan van Lent