Wellicht toch onderzoek misdragingen Indonesië

Koenders op werkbezoek: onderzoek verleden.

Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) met zijn ambtgenootMarsudi Foto Achmad Ibrahim/AP

Nederland steunt toch een nader onderzoek naar de gedragingen van Nederlandse militairen in de voormalige kolonie Indonesië.

Dit valt op te maken uit een toespraak van minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) voor jongeren in Jakarta. „We moeten het verleden bespreken en onderzoeken, opdat we niet vergeten”, zei Koenders. „We moeten eerlijk durven zijn over de donkere kanten van de geschiedenis”. De minister brengt momenteel een werkbezoek aan Indonesië.

De afgelopen jaren zijn nieuwe studies gepubliceerd waaruit kan worden opgemaakt dat Nederlandse militairen zich in de postkoloniale tijd hebben schuldig gemaakt aan ernstig wangedrag dat als oorlogsmisdaden valt te kwalificeren. Buitenlandse wetenschappers riepen op tot het instellen van een waarheidscommissie. Enkele oorlogsmisdaden zijn erkend. Maar de laatste jaren waren er onderzoeken en getuigenissen dat deze op veel grotere schaal plaatsvonden.

Vanuit drie onderzoeksinstituten is in 2012 al gevraagd om een onderzoek te mogen doen naar het gebruik van geweld in de periode van dekolonisatie van Indonesië. Het land verklaarde zich op 17 augustus 1945 eenzijdig onafhankelijk.

Tot nu toe heeft het kabinet niet willen meehelpen aan financiering van het gevraagde onderzoek. Of Koenders nu alsnog een stap verder wil gaan is onduidelijk. In zijn toespraak zei hij slechts dat we „bereid moeten zijn de hand in eigen boezem te steken en te erkennen dat er fouten gemaakt zijn en vreselijke dingen gebeurd zijn”. Of hij hier zelf gevolgen voor de houding van Nederland aan verbindt, liet hij in het midden.

In een brief aan de Tweede Kamer schreven toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Timmermans (PvdA) en zijn collega Hennis (Defensie, VVD) cofinanciering van nader onderzoek „niet opportuun” te achten. Eerder hadden de ministers al geschreven „ten principale” geen aanleiding te zien voor een „inhoudelijke, sturende of begeleidende rol voor het kabinet bij het onderzoek.

Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD) hebben in 2012 een concreet onderzoeksvoorstel ingediend. Zij vroegen voor het onderzoek een bijdrage van de overheid van 1,8 miljoen euro. Zelf hadden de instituten 1,2 miljoen euro gevonden.

Een van de argumenten om het onderzoek niet te financieren was dat in Indonesië zelf onvoldoende draagvlak zou bestaan voor een dergelijk onderzoek. „Het kabinet vindt dit een wezenlijk gegeven in een periode waarin Nederland en Indonesië gezamenlijk werken aan een toekomstgerichte agenda”, aldus Timmermans en Hennis drie jaar geleden.

Maar Koenders zei in Jakarta dat geschiedenis ons lessen leert voor de toekomst. Het verleden moet volgens hem „samen” worden onderzocht.