Waarom zijn terroristen vaak ook criminelen?

Foto AFP

Voordat hij toesloeg in Parijs stond Salah Abdeslam (26) bekend als een kleine crimineel. Hij had wat diefstallen en overvallen op zijn naam. Net als mededaders Ahmed Dahmani (26), broer Brahim Abdeslam (31) en Omar Mostefai (29). Bij zijn vlucht werd Salah Abdeslam geholpen door Mohamed Abrini (31), eveneens met een strafblad. En nu zijn het opnieuw criminelen die het terroristische pad hebben gevonden. Khalid en Ibrahim el Bakraoui (27) waren al veroordeeld voor carjacking en een gewelddadige overval.

De verleiding is groot om terreurdaden te verklaren aan de hand van crimineel verleden. En aanwijzingen zijn er zeker. Een crimineel kent het effect van geweld, heeft makkelijker toegang tot wapens. Uit onderzoek blijkt dat zeker een kwart van de Syriëgangers eerder een crimineel was.

Maar dan dus altijd nog driekwart niet. Neem Najim Laachraoui (24), aanslagpleger in Brussel. Zijn strafblad is leeg. Of, lang geleden, Mohammed B. Wetenschappers zijn daarom voorzichtig met de aanname dat terrorisme voortvloeit uit crimineel gedrag.

Overeenkomsten zijn er zeker, zegt criminoloog Frank van Gemert. Zowel de crimineel als de terrorist voelt zich achtergesteld in de samenleving. Beiden willen die achterstand opheffen door zich te laten gelden. Maar de route die ze daarvoor kiezen is verschillend: de crimineel werkt zich met criminele middelen omhoog om doelen te bereiken die iedereen in de samenleving wenst. Erkenning, geld, succes.

„De terrorist zet juist criminele middelen in om zulke doelen te verwerpen.”

De crimineel gaat het uiteindelijk om de poen, de terrorist handelt uit ideologie, zegt ook criminoloog Eric Bervoets. Natuurlijk ziet hij de zoektocht naar identiteit, een verklaring voor radicalisering, ook wel bij jonge criminelen, jongens onder de twintig jaar. Die willen horen bij een groep, bij de straatcultuur.

„Maar vraag ik een oudere crimineel ernaar, dan zegt die: het is gewoon een vak.”