Waarom zijn er geen grote aanslagen in Amerika?

Terwijl Europa in de afgelopen maanden is getroffen door twee grote aanslagen, zijn de Verenigde Staten tot nu toe daarvan gevrijwaard gebleven. Terwijl die wel leiding geven aan de luchtaanvallen tegen IS. Hoe komt dat, vraagt een NRC-lezer zich af.

Foto Reuters

Het contrast is op het eerste gezicht opmerkelijk. Terwijl Europa in de afgelopen maanden is getroffen door twee grote aanslagen (Parijs en Brussel) van de terreurbeweging Islamitische Staat (IS), zijn de Verenigde Staten tot nu toe daarvan gevrijwaard gebleven. Terwijl de VS toch de leiding hebben over de internationale coalitie die luchtaanvallen uitvoert op IS in Irak en Syrië. Europese landen leveren slechts een beperkte bijdrage aan de strijd.

Hoe kan dat? De aanslagen waren immers (deels) een vergelding voor die westerse bombardementen.

Het antwoord op die vraag heeft bovenal te maken met geografie. Europa ligt simpelweg dichterbij het kalifaat dan de VS. Er zijn veel meer Europese dan Amerikaanse jongeren naar Syrië vertrokken om zich aan te sluiten bij IS of andere groepen.

Het is dus ook veel makkelijker voor Europese jihadisten om terug te keren naar hun thuisland om aanslagen te plegen. Amerikanen moeten uiteindelijk toch het vliegtuig nemen, met het risico dat ze de strenge beveiliging op luchthavens moeten trotseren. Europese jihadisten kunnen zich mengen onder de honderdduizenden Syrische vluchtelingen die vanuit Turkije de Middellandse Zee oversteken naar Europa.

Zo ook Abdelhamid Abaaoud, de inmiddels gedode spilfiguur in het terreurnetwerk dat achter de aanslagen in Parijs en Brussel zit. Hij werd terug naar Europa gestuurd om aanslagen voor te bereiden. Omdat hij Belg was, wilde Abaaoud aanvankelijk aanslagen plegen op doelen in België. Hij kon deels terugvallen op zijn oude criminele netwerk in Brussel. Maar de vele Franse jihadisten in zijn netwerk hebben wellicht een rol gespeeld bij zijn keuze voor Parijs.

    • Toon Beemsterboer