Transavia groeit buiten Nederland en Frankrijk

Budgetmaatschappij Transavia opent in 2017 en 2018 vijf à zes bases buiten de thuismarkten Nederland en Frankrijk. Mogelijk gaat Transavia een samenwerking aan met een andere Europese budgetmaatschappij om sneller te kunnen groeien.

Dat zegt Mattijs ten Brink, bestuursvoorzitter van Transavia Nederland tegen NRC.

De dochteronderneming van Air France-KLM, met een Franse en een Nederlandse tak, wil binnen drie jaar deel uitmaken van de top-5 van Europese budgetmaatschappijen. Ryanair en easyJet staan op nummer een en twee, met respectievelijk meer dan 100 en 70 miljoen passagiers per jaar. Transavia Frankrijk en Transavia Nederland vervoerden samen vorig jaar bijna 11 miljoen mensen.

Vrijdag opent Transavia een basis in München, de eerste basis buiten Frankrijk en Nederland.

Transavia stationeert daar vier vliegtuigen en gaat met 101 vluchten per week op 18 bestemmingen vliegen. Afgezien van gezagvoerders gaat het om Duitse bemanningsleden, in totaal 120 banen.

Ten Brink verwacht dat de basis in München binnen een jaar 1 miljoen passagiers oplevert. En als dat niet lukt? „Dan proberen we het het jaar daarop nog een keer. We zitten daar voor de lange termijn.” Ten Brink voorziet verdere groei in Duitsland, maar geen opening van een volgende basis in 2016. „Voor de zomer nemen we een besluit over nieuwe bases vanaf 2017. Vanwege de hevige concurrentie houden we de steden zo lang mogelijk geheim.”

Eerdere uitbreidingsplannen van Transavia strandden door verzet van Franse piloten, die verslechtering van hun arbeidsvoorwaarden vreesden. De groei van Transavia ligt erg moeilijk in Frankrijk. Volgens Ten Brink is het een „denkbaar model” dat alleen Transavia Nederland de komende drie jaar gaat groeien.