Poseren voor een warm maal

Ze komen hard binnen, de foto’s van de Russische Boris Mikhailov. In Charkov, de tweede stad van Oekraïne, legde hij jarenlang daklozen vast.

Ongetitelde foto uit de serie Case History (1997-98). Foto’s Courtesy CAMERA – Centro Italiano per la Fotografia

Veel waardigheid valt er niet meer te ontdekken bij de daklozen, de armen, de alcoholisten van Charkov, na Kiev de tweede stad van Oekraïne. Een man met smoezelige baard toont lachend zijn tandenloze mond, een ander ligt laveloos tussen het straatvuil. Kinderen kijken ongeïnteresseerd de lens in, duidelijk onder invloed, hun kleren smerig en kapot.

De meer dan levensgrote kleurenprints die de Russische fotograaf Boris Mikhailov maakte van de ‘bomzhes’ (daklozen) van Charkov komen nogal aan. Ze zijn rauw, nietsontziend, en geënsceneerd bovendien: de zwervers poseerden in ruil voor wat geld, een maaltijd en een warm bad. Dat maakt de foto’s discutabel. Zeker omdat Boris Mikhailov deze kwetsbare mensen soms nog kwetsbaarder maakt door ze naakt te laten poseren om zo hun verlepte borsten of krakkemikkige borstkast vol littekens en uitgebleekte tatoeages te tonen.

Deze enorme portretten van Boris Mikhailov (1938) zijn nu te zien in een groot retrospectief in het Antwerpse FoMu. Met meer dan 300 foto’s toont de Russische fotograaf ons het Oekraïne van eind jaren zestig tot nu. Van het leven onder een Sovjetregime, tot de val van het communisme in 1991 en de opkomst van het kapitalisme dat veel maatschappelijke verschoppelingen met zich meebracht. Zijn meest recente serie maakte hij in 2014 tijdens de pro-Europese protesten op het Maidanplein in Kiev. Het is indrukwekkend hoe Mikhailov zo bijna een halve eeuw Russisch/Oekraïense geschiedenis documenteert, althans: zijn visie daarop, want hij is meer kunstenaar dan registrerend fotojournalist.

Zijn artistieke blik is het sterkst in het begin van de expositie, in de bijna hallucinerende reeks kleurendia’s waarin hij beelden van een flets, dagelijks leven mixt met sensualiteit en kleur; naakte vrouwen, rode nagels, wapperend wasgoed. De surrealistische beelden worden begeleid door muziek van Pink Floyd – wat de dromerige sfeer van deze serie Superimpositions (1968-1975) nog eens versterkt. Het is bijzonder om te weten dat Mikhailov pas na 1991 verkoopbare afdrukken van deze serie van maakte. Toen hij eind jaren zestig als technicus in een wapenfabriek werkte en als hobbyfotograaf weleens foto’s nam van naakte vrouwen, werd hij ontslagen en door de KGB opgepakt. Naaktheid was toen een verboden onderwerp – tot 1991 bestond de serie enkel als een diaprojectie op muziek die slechts in besloten gezelschap kon worden vertoond.

Kitscherige propaganda

Ook in de andere series zit die mix van artisticiteit en maatschappelijke betrokkenheid: in de Red series (1968-1975) legde hij het rood van het communisme vast, in Luriki (1976-1981) kleurde hij als een soort Andy Warhol kitscherige propagandafoto’s in, het sombere At Dusk (1993) refereert aan een Sovjetverleden waarin er vooral veel niet gefotografeerd mocht worden.

Zo getoond in de context van een geheel oeuvre komen Mikhailovs foto’s van de ‘bomzhes’, die pas in een van de laatste zalen van de expositie te zien zijn, in een ander daglicht te staan. Als je weet dat deze fotograaf al zijn hele leven lang, onder een communistisch regime, dwars door alles heen zijn eigen artistieke beeldtaal vormgaf, kijk je anders naar de ruwe portretten van deze zwervers.

Ze zijn niet gemaakt door een snelle fotojournalist die even langsliep, op weg naar een volgende crisis of sociale wantoestand, maar door een kunstenaar die vanuit een diepe betrokkenheid bij zijn land ervoor koos te laten zien wat er volgens hem niet deugde. Met die kennis is het schurende ongemak dat de foto’s oproepen iets beter te verdragen.