Dit is het mediagebruik van de gemiddelde Nederlander

Het SCP onderzocht tot in detail ons mediagebruik. Hoe ziet dat eruit voor een gemiddeld gezin? Tv kijken we op een tv-toestel en lezen doen we op papier.

Televisie kijken gebeurt nog steeds hoofdzakelijk op een televisietoestel, lezen doen we ondanks de opkomst van digitale dragers het meest op papier en we luisteren verreweg de meeste tijd via het radiotoestel, hoewel luisteren via internet snel toeneemt.

Traditionele media blijven dominant, blijkt uit Media:Tijd: een grootschalig onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) naar het mediagebruik van Nederlanders dat deze donderdag verschijnt.

„We horen veel over de opkomst van nieuwe diensten, zoals Netflix en Blendle, maar de veranderingen in mediagebruik gaan niet zo hard als soms wordt gedacht”, zegt SCP-onderzoeker Annemarie Wennekers. „In dit tempo lijken tv, krant en radio over tien jaar nog wel te bestaan.”

Vooral de televisie valt niet weg te denken: 2 uur en 24 minuten per dag staat het scherm aan, meer tijd dan we aan elke andere mediadrager besteden. Al jaren heeft de tv een vaste plek in ons dagritme: ten tijde van de eerste tijdbestedingsonderzoeken in de jaren zeventig keek de helft van de Nederlanders tussen acht en tien televisie, en nu is dat nog steeds zo.

Nieuwe platforms, zoals uitgesteld kijken via Uitzending Gemist of video’s kijken op YouTube, zijn in opkomst, maar eisen vooralsnog een bescheiden aandeel van onze kijktijd op, respectievelijk 19 minuten en 4 minuten. De toename ten opzichte van twee jaar geleden: respectievelijk vijf en één minuut.

De onderzoekers vroegen drieduizend Nederlanders om een week lang elke tien minuten hun (media)activiteiten bij te houden. We besteden gemiddeld 8 uur en 33 minuten per dag aan media, blijkt uit de dagboeken. Veel meer dan aan werk of studie (3 uur en 15 minuten) en iets minder dan aan onze favoriete bezigheid: slapen (8 uur en 45 minuten). Alleen ‘s nachts tussen twee en vier blijft het bijna helemaal stil.

Media consumeren is bij uitstek een gecombineerde bezigheid, met bijvoorbeeld werk, autorijden of studie. We gebruiken ook verschillende media op hetzelfde moment, waardoor de onderzoekers sommige minuten dubbel tellen. Zonder deze dubbeltellingen zijn media nog steeds goed voor 7 uur en 23 minuten op een dag. Activiteiten onder de vijf minuten zijn niet meegeteld.

De verschillen tussen de generaties zijn groot, al hebben ook bij de jongere generaties klassieke media vaak nog de overhand.

Maak kennis met de Familie Doorsnee: vijf fictieve gezinsleden van verschillende leeftijden, met een sterk uiteenlopend mediagebruik.

Zoon (18): appt

Media

De 18-jarige zoon in ons fictieve gezin is vergroeid met zijn smartphone. 2 uur en een kwartier per dag communiceert hij op social media, per mail of app. Op een gemiddelde dag gebruikt 85 procent van zijn generatiegenoten een mobiele apparaat, tegenover 42 procent van de 65+’ers.

Hij maakt relatief veel gebruik van diensten voor uitgesteld kijken als Uitzending Gemist en RTL XL, maar de tijd die hij hieraan besteedt is de laatste twee jaar niet toegenomen. 21 procent van zijn kijktijd gaat op aan streams en downloads. Het gewone, lineaire tv-kijken blijft met 55 procent van de kijktijd favoriet.

De zoon des huizes speelt drie kwartier per dag een game; papa (leeftijdsgroep 35-49) doet een kwartiertje mee.

Dochter (22): radio

Dochter
Samen met haar vader besteedt de dochter des huizes (22) de meeste tijd aan luisteren naar media: 2 uur en 52 minuten per dag. Luisteren is een multitask-bezigheid en gebeurt vooral onderweg of op het werk.

Van de 58 minuten die de gemiddelde Nederlander dagelijks onderweg is, spendeert hij 25 minuten aan media, waarvan 21 minuten aan luisteren. In de andere vier minuten wordt er gecommuniceerd via media of gelezen.

Oudere leeftijdsgroepen luisteren het meest, vooral naar de radio. Jongeren luisteren meer dan ouderen naar eigen muziek, zoals mp3’s en streamingdiensten zoals Spotify.

Vader (48): digitaal

Vader
Vader (48) leest het meest digitaal, nieuwssites en -apps bijvoorbeeld. Van alle dagelijkse digitale lezers (totaal 20 procent van de bevolking) is 31 procent tussen 35 en 49.

Hoewel de digitalisering onder lezers sneller gaat dan onder luisteraars en kijkers, spendeert de Nederlander nog steeds 72 procent van zijn totale leestijd aan lezen op papier (kranten, boeken, tijdschriften).

Het niet-klassieke aandeel – tablet, pc, smartphone – neemt 26 procent van zijn leestijd in beslag. Twee jaar geleden was dat 22 procent. De verschillen tussen de generaties zijn groot: bijna driekwart van de 65+’ers komt dagelijks in contact met een papieren medium; 15 procent van de jongeren.

Moeder (51) leest

Moeder
Vrouwen komen dagelijks minder in aanraking met media dan mannen, ongeveer drie kwartier. Dat verschil komt wellicht doordat vrouwen op een dag bij elkaar ruim een uur meer tijd kwijt zijn aan huishouden, winkelen, eten en verzorging.

De moeder (51) van de Familie Doorsnee is de grootste lezer op papier. Tussen half acht en half negen ‘s ochtends wordt het meest gelezen, vooral door de populariteit van kranten in de ochtend.

In het weekend verschuift het krantenmoment richting half tien. ’s Avonds legt de lezer de krant weg en begint aan een boek.

Oma (75) kijkt tv

Oma
Oma (75) spendeert de meeste tijd aan kijken: 3 uur en 54 minuten per dag. 98 procent van die tijd brengt ze door achter het klassieke tv-toestel. Rechtstreeks kijken op de tv blijft dominant, maar krijgt steeds meer concurrentie van andere platformen.

Media:Tijd 2015 werd uitgevoerd door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en organisaties voor mediabereiksonderzoek: het Nationaal Luisteronderzoek (NLO), Nationaal Onderzoek Multimedia (NOM), Stichting Kijkonderzoek (SKO) en het Buitenreclame Onderzoek (BRO).