Hij was de bekendste levende Nederlander ter wereld - Johan Cruijff (1947-2016)

Als coach was hij succesvol, als voetballer was hij Nederlands allerbeste ooit. Beeldbepalend voor Oranje, ‘de Verlosser’ van FC Barcelona. Maar opgegroeid in Betondorp was hij geboren voor Ajax. Wonderkind in een wonderelftal, hem zien voetballen was een voorrecht.

Johan Cruijff was 'tweebenig' en gaf ook met zijn linkervoet voorzetten op maat. Zoals in de eerste WK-wedstrijd in 1974 tegen Uruguay (2-0) PanoramiC/Guus de Jong

Het was een sensationele ervaring om de jonge Johan Cruijff te zien voetballen. Om hem, een tiener nog, het spraakmakende middelpunt te zien zijn van een elftal dat toch al het Nederlandse voetbal van ongekend elan voorzag. Wie in dat tijdsgewricht, de tweede helft van de jaren zestig, het stadion De Meer bezocht, had het gevoel dat hij, in die thuishaven van Ajax in Amsterdam, het voorrecht had een wonderkind in een wonderelftal te zien spelen.

Hij kon zich daarbij een redelijk exclusieve toeschouwer wanen, want merkwaardigerwijs was De Meer, met een capaciteit van 22.000 zit- en staanplaatsen, lang niet altijd uitverkocht.

Het Nederlandse voetbal stelde internationaal niet zo veel voor. Successen van het nationale team waren schaars; van plaatsing voor het WK was nooit sprake. Vedetten in het pre-Cruijff-tijdperk waren de Rotterdammer Faas Wilkes en de Fries Abe Lenstra, en daarna had je bij Feyenoord de dartele linksbuiten Coen Moulijn. Dat Feyenoord in 1963 de halve finale van de Europa Cup 1 had bereikt, de tegenwoordige Champions League, was eigenlijk een succes dat een Nederlandse club niet werd toegedacht.

En Ajax, ja Ajax had Piet Keizer, ook een linksbuiten, soms linksbinnen, die nog een tijdje medeonderwerp van een discussie was wie de beste Ajacied was: hij of Cruijff. Lang duurde dat dispuut niet.

Wilkes de dribbelaar was Cruijffs grote voorbeeld, Piet Keizer zijn wegwijzer bij Ajax. Voor even dan, want ook al op jonge leeftijd was Johan Cruijff eerder iemand die de weg wees dan dat hij zich de weg liet wijzen. Henk Groot, een technisch begaafde, gelouterde en veel scorende middenvelder die negen jaar ouder was dan Cruijff, zei eens in die periode: er loopt nu een ventje bij ons rond, die óns vertelt hoe we moeten voetballen. Om er verbaasd aan toe te voegen dat dit ventje, dat ook wel ‘Jopie’ werd genoemd, nog vaak gelijk had ook.

Daar twijfelde dat ventje trouwens zelf ook niet aan. Hij beschikte over een snelle dribbel, een perfecte techniek, het vermogen om impulsen om te zetten in virtuoos voetenwerk en een vroeg rijpend tactisch inzicht dat hem later ook zo geschikt zou maken als coach.

Foto

Johan Cruijff aan de bal tijdens de ‘mistwedstrijd’ tegen Liverpool in het Olympisch stadion in Amsterdam op 7 december 1966. Foto

Rinus Michels komt

Toen Cruijff bij Ajax doorbrak was dat in een jaar volgend op een seizoen dat tot de sportieve dieptepunten in de clubhistorie werd gerekend. In 1965 eindigden de Amsterdammers als dertiende (van de zestien) en behoorde degradatie lange tijd tot de reële mogelijkheden. Stadgenoot DWS was in die jaren succesvoller.

Ajax trok de gymnastiekleraar Rinus Michels aan, als trainer tot dan slechts actief in het Amsterdamse amateurvoetbal (JOS en even AFC). Hij herkende het talent van Johan Cruijff; hun paden zouden elkaar in hun verdere carrières nog diverse malen kruisen (Barcelona, Nederlands elftal, Los Angeles Aztecs). Eerder had de jeugdtrainer van Ajax, Jany van der Veen, de technische vaardigheden van Cruijff al onderkend. Hij ontwikkelde ze op de straten van Betondorp, een deel van de Watergraafsmeer, vlakbij het Ajax-stadion. Cruijff, zoon van een groentewinkelier in de wijk – grootvader dreef Cruijffs Aardappelenhandel – was als het ware voor Ajax geboren. Zijn moeder maakte er weleens schoon of hielp in de kantine.

Johan, in een zekere armoede opgegroeid, kende de waarde van geld maar al te goed

Johan, in betrekkelijke armoede opgegroeid, was zich terdege bewust van de waarde van geld. Al toen hij, na een kortstondige loopbaan als winkelbediende, bij Ajax als een van de eersten een fullprofcontract kon tekenen. Hoewel pas 18 jaar oud, toonde hij zich bewust van de machtspositie die een zeer gewilde werknemer kan benutten. Om kort te gaan: hij tekende pas toen hij het viervoudige ging verdienen van wat hem eerst door het Ajax-bestuur was aangeboden. Dat had verbijsterd aanschouwd hoe standvastig die jongeman, ooit dat jochie van vier dat met zijn moeder meeging naar de club, zich bij de besprekingen had opgesteld.

Ze leerden wat zijn medespelers al hadden ervaren: Johan, die jongen met maar twee jaar ulo, was niet op zijn mondje gevallen. En hij was zich bewust van zijn waarde, ook in financiële zin. Dat zou in de rest van zijn leven steeds weer blijken. Later kreeg hij daarbij bijstand van zijn schoonvader, Cor Coster, succesvol zakenman, Amsterdamse juwelier.

Maar niet alleen Cruijff zelf profiteerde van zijn zelfbewustzijn. Hij was een pionier voor anderen. De Nederlandse voetballer/werknemer emancipeerde. Geld werd een belangrijk item voor de spelers. En dit speelde zich af in de jaren van Provo (en wat daarop volgde) en The Beatles – het gezag verloor zijn vanzelfsprekendheid en de jeugd liet zijn haar groeien. Ook de voetballers.

Ajax’ beste jaren uit de historie

De voetbaljaren van de jonge Cruijff in Amsterdam, grofweg van 1966 tot en met 1973, groeiden uit tot een glorieperiode voor Ajax, voor een successenreeks die nooit eerder voor een Nederlandse club was weggelegd en ook nadien hier niet is geëvenaard.

Voor de televisiekijker begon het eigenlijk in de mist. Op de avond van 7 december 1966 was het Olympisch Stadion in diepe nevelen gehuld, toen Ajax tegen FC Liverpool speelde, dat toen gold als een van de sterkste elftallen van Europa en in Bill Shankly een manager had die er genoegen in schepte om publiekelijk te benadrukken hoe kansloos de Nederlandse tegenstander zou zijn.

Het werd 5-1 voor Ajax.

Ajax werd in deze acht Cruijff-jaren zesmaal landskampioen en het won driemaal achtereen de Europa Cup 1, de tegenwoordige Champions League, waarvan het de finale vier keer bereikte. Geen Europees topteam, van Bayern München tot Real Madrid, was in die jaren tegen Ajax opgewassen. Ook won het de Wereldcup en de Europese Supercup.

Foto Colorsport

Johan Cruijff tijdens de WK-wedstrijd Nederland-Argentinië in 1974.Foto Colorsport
Foto Colorsport

Ruzie over het aanvoerderschap

Verblind door die triomfreeks maakten de spelers een fatale vergissing. Eerst in het voorjaar van 1973. Ze waren Cruijff en zijn praatjes, zijn bemoeizucht, zijn betweterigheid, zat. Ze stemden over het aanvoerderschap en ze stemden hem weg: 13-3. Een herstemming, nodig geacht omdat Cruijff en Coster op een vertrek zinspeelden, verloor hij met 9-7. Maar omdat er geen tegenkandidaat was, bleef hij captain. Op een trainingskamp in de zomer, voorafgaand aan het nieuwe seizoen, stemden de spelers nog eens, en nu was er wel concurrentie: van Piet Keizer. Hij kreeg negen stemmen, Cruijff vijf.

Johan wist nu zeker wat hij eigenlijk al eerder besefte: hij wilde weg. Hoezeer Ajax ook ‘zijn’ club was. En ondanks een zevenjarig contract dat hij in 1973 had getekend. Hij vertrok, ook al omdat zijn vrouw Danny dat het liefst wilde, naar FC Barcelona, waar hij werd herenigd met Rinus Michels. In de drie jaar die hierop volgden, werden Feyenoord één keer en PSV tweemaal landskampioen. De glorieperiode van Ajax was voorbij. Het vertrek van Cruijff had er alles mee te maken, ook al weet niemand of hij zijn zevenjarig contract zonder de controverse over de band om zijn arm wel zou hebben uitgediend.

Ook kampioen met Barcelona

cruyffbarcelona

In zijn Spaanse, beter gezegd Catalaanse jaren, raakte Cruijff ongekend populair bij de socios. Het ging om meer dan voetbal. Al in zijn eerste jaar werd Barcelona kampioen van Spanje. Daarmee doorbrak het de hegemonie van Real Madrid, de club uit de hoofdstad van het Spanje van dictator Franco. De in Catalonië zo gehate Franco. Cruijff was El Salvador, de Verlosser. Hoogtepunt: de 5-0 overwinning die Barcelona ín Madrid op Real boekte. Dat voelde als een Catalaanse bevrijding, zo niet als ultieme wraak.

Toch is de mythe groter dan de resultaten vertellen. Cruijff speelde groots, werd enkele malen tot Europees voetballer van het jaar gekozen, maar verdere successen met Barcelona bleven vrijwel uit.

Met Nederland op het WK

Dat grote, internationale succes was er wel, bijna, op het WK van 1974. Cruijff heeft maar 48 interlands op zijn naam. Daarvoor zijn verschillende oorzaken. Het jarenlang ontbreken van het Nederlands elftal op eindrondes van het EK en het WK. De pogingen die Ajax met succes ondernam om de jonge Cruijff nog buiten Oranje te houden. De weigering van Ajacieden, een tijd lang, om voor het nationale team uit te komen. De conflicten die Cruijff, belangenbehartiger van zichzelf en van medespelers, uitvocht met de KNVB, over geld, verzekeringen en commercie,

Maar op het WK van ’74, in wat toen nog West-Duitsland was, was Cruijff present, weer samen met Michels als coach. En hij schitterde, Oranje schitterde en imponeerde de wereld met ‘totaalvoetbal’. Met voetballers als Willem van Hanegem die begrepen dat ze maar het beste in dienst van Cruijff konden spelen. De schittering hield aan tót de finale. De Duitsers wonnen daarin met 2-1; op de eerste minuut na – hij forceerde een penalty – kon Cruijff de wedstrijd niet naar zijn hand zetten. Misschien speelde het ‘zwembadincident’ hem parten, de onthulling van Bild dat spelers van het Nederlands elftal met naakte meisjes in een zwembadhotel hadden gekeet. Danny was niet blij met dat bericht.

In 1978 weigerde Cruijff, ondanks smeekbeden van nationale proportie, om zich beschikbaar te stellen voor het WK in Argentinië. Hij had zijn privéredenen.

De relatie met Barcelona begon scheuren te vertonen

Hij stopt ermee

Een andere oorzaak waarom Cruijff nog niet de helft haalde van het aantal interlands dat ten minste acht Nederlandse spelers nadien wel bereikten, was zijn besluit om al op zijn 31ste jaar te stoppen met voetbal. Dat was altijd al zijn voornemen geweest. Voetballen is leuk, de heisa eromheen veel minder. Hij nam met Barcelona afscheid in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Ajax, en met Ajax speelde hij tegen Bayern München. De Duitsers, in wedstrijden waarin het er echt om ging enkele malen vernederd door Ajax, namen op botte wijze wraak. Ze wonnen in Amsterdam met 8-0. Zo’n nederlaag had Cruijff nog nooit meegemaakt.

Mislukt in zaken

Zijn afscheid in 1978 bleek slechts een intermezzo in zijn carrière als voetballer. Cruijff, eerder zo geslepen en hardnekkig bij financiële onderhandelingen, ging in zaken. En flopte. Hij dacht in de Russische zakenman Michel Basilevitsj een goede vriend te hebben, luisterde niet meer naar zijn schoonvader, liet zijn geld wegsluizen naar Zwitserse bankrekeningen, richtte met zijn ‘vriend’ het bedrijf CB International op, een handel in van alles en nog wat, waaronder varkens, en ontdekte ten slotte dat hij voor miljoenen het schip was ingegaan.

Noodgedwongen haalde Cruijff zijn voetbalschoenen uit het vet, stak de oceaan over en ging voetballen en geld verdienen in de Amerikaanse competitie, eerst bij Los Angeles Aztecs (daar was hij weer: Rinus Michels), vervolgens bij de Washington Diplomats. Het eerste seizoen werd een succes, het tweede niet.

In 2004 sprak NRC uitgebreid met Johan Cruijff (toen 57). Lees hier het interview terug: ‘Er zijn te veel allerlei dingen, je moet specialiseren’

Terug bij Ajax

Cruijff keerde terug bij Ajax, voor even als technisch adviseur. Daar verraste hij trainer Leo Beenhakker door bij een wedstrijd tegen FC Twente van de tribune af te dalen en pontificaal naast hem te gaan zitten („Ik had hem een klap voor zijn hersens moeten geven”, liet Beenhakker in 2015 noteren in zijn biografie Don Leo). Maar zijn voetbalcarrière zette hij voort bij het Spaanse Levante en opnieuw bij de Washington Diplomats. Het werd opnieuw geen succes.

Dat kwam er wel toen hij terugkeerde bij Ajax, terug als voetballer in de zo vertrouwde De Meer. Hij tekende een nieuw contract, waarbij zijn salaris afhankelijk werd gesteld van het aantal toeschouwers dat de thuiswedstrijden van Ajax zou bezoeken. Het stadion was uitverkocht bij zijn rentree toen hij meteen een onvergetelijke indruk maakte door in de wedstrijd tegen Haarlem met een schitterende lob te scoren. Een van die doelpunten van Cruijff die in oude tv-beelden steeds terugkeren.

Ajax werd dat seizoen kampioen, net als in 1983, en daarna was het weer uit met de pret tussen Cruijff en zijn club. Ruzie over geld dus. Hij nam wraak, en vertrok naar Rotterdam, naar Ajax’ eeuwige rivaal Feyenoord. Prompt werd Feyenoord voor het eerst in tien jaar weer eens kampioen van Nederland.

Foto AP / Lionel Cironneau

Barcelona-trainer Cruijff in 1995. Foto AP / Lionel Cironneau

Trainer Cruijff

Op 37-jarige leeftijd besloot Cruijff daarna toch echt als voetballer te stoppen. Zijn carrière kreeg een wending en ook deze tweede episode, het deel waarin hij trainer en coach was, begon bij Ajax. Bij een elftal met nog jonge spelers als Marco van Basten, Frank Rijkaard en Ronald Koeman. Toch lukte het Cruijff niet om zijn spelers aan de landstitel te helpen, wel tweemaal de Nederlandse beker. En, het eerste internationale succes voor Ajax in jaren: de Europa Cup voor bekerwinnaars (enigszins vergelijkbaar met de Europa League).

Conflicten bleven opnieuw niet uit. Met Frank Rijkaard, die het voortdurende commentaar van zijn trainer beu was. Dat kwam vaker voor: mensen konden moe worden van Cruijff. En hij kreeg ruzie met het bestuur, over zijn contractverlenging.

De geschiedenis herhaalde zich: El Salvador keerde terug naar FC Barcelona. Geassisteerd door zijn vriend Charly Rexach smeedde Cruijff een team dat voor een van de meest succesvolle tijdvakken in de geschiedenis van Barcelona heeft gezorgd. Het werd een Dream Team, met onder anderen Ronald Koeman, dat overeenkomstig de visie van zijn trainer/coach totaalvoetbal speelde. Het bezorgde Barcelona vier landstitels, de Europa Cup 1 en diverse andere nationale en internationale prijzen. Elf in totaal; alleen het Barcelona van ‘Pep’ Guardiola, een van de belangrijkste spelers in het team van Cruijff, zou later nog succesvoller zijn. „Johan heeft mij voetbal leren begrijpen”, zei indertijd de Catalaan Guardiola.

Ruzie met Barcelona

Ook het Barcelona van Cruijff kon zijn successenreeks niet tot in het oneindige voortzetten. De relatie begon scheuren te tonen. Johan Cruijff, vader van drie kinderen, bewaakte de privacy van zijn gezin nauwkeurig – en anders echtgenote Danny wel – maar zijn zoon Jordi kwam onvermijdelijk wél in de publiciteit. Omdat hij ook aardig kon voetballen. Zij het lang niet zo goed als zijn vader, al kwam hij negenmaal in het Nederlands elftal uit. Jordi – een Catalaanse naam die onder Franco eigenlijk verboden was – kwam ook in het eerste van Barcelona. Omdat Cruijff ook zijn schoonzoon Jesús Angoy weleens liet keepen, rees de verdenking van nepotisme.

Enfin, waar resultaten uitblijven is ruzie niet ver weg, en toen Johan ontdekte dat voorzitter Josep Núnez Bobby Robson als trainer had gecontracteerd, zonder dat hij er iets van wist, barstte de bom. Op 18 mei 1996 kwam er een einde aan de loopbaan van Johan Cruijff als trainer – een kortstondig uitstapje later als coach van het ‘nationale’ team van Catalonië niet meegerekend.

Adviseur bij Ajax

Johan Cruijff, die in Barcelona bleef wonen, ontwikkelde nadien tal van nevenactiviteiten. Met gebruikmaking van zijn naam – hij was de bekendste levende Nederlander ter wereld.

Meest in het oogspringend was zijn adviseurschap bij zijn eerste liefde, Ajax. Ook dat liep uit op een conflictueuze periode. Er kwam een ‘Plan Cruijff’, een ‘Fluwelen Revolutie’ kostte tal van Ajax-medewerkers hun baan of hun functie, er werd tweespalt gezaaid in de club die tevens een beursgenoteerde onderneming was. Het werd al met al geen succes. Ajax was in 2015 ver verwijderd van de Europese top.

Omdat er zijns inziens niet naar hem geluisterd werd, legde Cruijff zijn adviseurschap dat jaar verbitterd neer. Kort daarvoor, op 22 oktober, had hij wereldkundig gemaakt aan longkanker te lijden. 24 jaar nadat hij aan zijn rookverslaving een einde had gemaakt.

Zichzelf ten voeten uit typerend, meldde hij een maand later: „Intussen heb ik de organisatie rond mijn ziekte rond.”

Op Witte Donderdag 2016 overleed hij.

Lees ook: Johan Cruijff (1947-2016), een overzicht van zijn leven