‘Jezus was een tof figuur’

(48) speelt Maria in The Passion. Het verhaal moest haar uitgelegd worden. ‘Ik kan me voorstellen dat mensen het voor waar aannemen.’

Foto Mark Engelen/Lumen

‘Zo’n icoon als Maria wilde ik wel eens zijn’, zegt zangeres en actrice Ellen ten Damme. „Maria is een bezorgde moeder die bij de dood is van haar eigen kind. Als je zoiets meemaakt, geeft jouw verhaal andere mensen hoop en troost. Ze herkennen zich in Maria’s ellende.”

Ten Damme (48) speelt de rol van Maria in The Passion, vanavond live op tv voor zo’n 3,5 miljoen kijkers. Het passiespel van KRO en EO vertelt het Bijbelverhaal over de executie van Jezus Christus, zoon van God, verluchtigd met Nederlandse hits. Ten Damme als moeder van Jezus is een sterk staaltje tegencasting, omdat zij eerder overkomt als een ravissante, radslagen makende bohemienne dan als een lijdzame, moederlijke maagd.

Hoe word je Maria?

„Ik werd gewoon gebeld: ‘Wil jij Maria zijn?’ Ik kende The Passion niet zo goed. Ik ken ook weinig mensen die ernaar kijken. Dus ik vroeg: ‘Wat houdt dat in?’ Ze zeiden: ‘Het houdt in dat je wat liedjes zingt’. Nou, dat wilde ik wel.”

Wat beogen de makers met The Passion?

„Ze hopen dat mensen denken: ‘Nou, daar zit wat in’. Het verhaal moet elk jaar weer uitgelegd worden aan de mensen. Ook aan mij, hoor. Hoe zat het ook alweer precies met Pasen? Ik heb er zelf niet veel mee, maar het is zo verankerd in de cultuur, ik kan me voorstellen dat mensen het voor waar aannemen.”

Wat is Jezus voor jou?

„Jezus heeft zijn lijden trots gedragen, in de hoop dat mensen zich wat beter gaan gedragen. Zijn boodschap is super: ‘Heb uw vijand lief’. En: ‘De mensen die zich niet belangrijk vinden, zijn het belangrijkste.’ Zo draaide hij alles om. Hij schopte tegen establishment. Tof figuur.”

Denk je dat Maria haar eigen zoon ook beschouwt als de zoon van God?

„Tja, zij is onbevlekt ontvangen – ook zoiets – en ze is bezocht door een engel. Misschien is zij wel de enige die het écht gelooft. Zij was erbij.”

Je speelt een maagd…

„Dat hele maagdengedoe vind ik zo’n onzin. Maria is misschien gewoon vreemdgegaan met een Romeinse soldaat. Ik weet het niet.”

Ben je gelovig opgevoed?

„Nee, we waren eerder anti-geloof thuis. Mijn moeder komt uit een socialistisch nest. Mijn vader is wel christelijk opgevoed, met mijn oma en opa ging ik soms naar de kerk. Hervormd, volgens mij. Ik heb de jeugdbijbel gelezen en ik ging als kind alleen naar de kerk omdat er gezongen werd. Dat vond ik wel interessant, hoe weten al die mensen die melodieën uit hun hoofd?”

Heb je later nog naar God gezocht?

„Toen ik een jaar of twintig was, ben ik uit nieuwsgierigheid een week in het klooster gegaan, bij de cisterciënzers in Tegelen. De monniken wilden allemaal om de beurt met mij wandelen. En zodra ze dan uit het zicht waren, achter de boerderij, dan zeiden ze: ‘Ellen, wat fantastisch dat God jou hierheen heeft gezonden. Mag ik jou omhelzen?’ Ik zei: ‘Ja hoor, dat mag.’ Ik dacht: ik ben benieuwd. En dan zeiden ze: ‘Ik ben vroeger ook wel eens verliefd geweest. Maar de roep van God was sterker.’ Als we dan terugkeerden, keken de andere monniken een beetje argwanend.”

Kreeg je daar ook iets mee van de Bijbel?

„Ja, ze lazen hardop voor: ‘Kom in mij. Laten we samen komen.’ Sorry dat ik het zeg, maar het leek af en toe wel porno. Toen was ik nog jong dus ik had snel seksuele associaties. Ach, het was goed bedoeld.”

Maar God heeft je niet aangeraakt?

„Nee, niet echt. Maar ik denk wel dat het een diep menselijke behoefte is om ergens in te geloven, een leidraad te hebben. Overal ter wereld zoeken mensen ernaar. Religie is als een lucifer, las ik ergens: je kunt er een romantische kaars mee aansteken, je kunt je eraan verwarmen, maar je kan er ook gebouwen en mensen mee in de fik steken. Je kunt de religie niet de schuld geven van de nare dingen die mensen ermee doen.”

Vind je het niet vreemd om als ongelovige in een religieuze voorstelling te staan?

„Nee. Het is maar een rol. Een acteur die Hitler speelt, hoeft toch ook niet eerst miljoenen Joden te vermoorden om die rol te kunnen doen? Het is een gezongen verhaal en een groots evenement, dat spreekt me erg aan. En het is ook wel eens goed voor me om te stappen in iets wat al bestaat, om mee te varen op de inspiratie van iemand anders. Al jaren verzin ik mijn eigen shows, ik produceer alles zelf. Het kost veel om alles uit jezelf te moeten halen. Nu wilde ik eens een jaartje dit soort projecten doen.”

Zing je in The Passion eigen nummers?

„Nee, helaas. Ik heb het geprobeerd. Ik had een paar toepasselijke klaarliggen: Durf jij? Alles draait. Ik moet nog zoveel leren. Of Geen spijt. Daarin zing ik: ‘Ik geloof niet/ Dat ik ergens spijt van heb’. Ik dacht: ik zet het wel even naar mijn hand, maar dat viel tegen. Alles lag al klaar. Ik begrijp ook wel dat met zoveel medewerkers niet iedereen inspraak kan krijgen.”

Het moeten natuurlijk tophits zijn, die iedereen kan meezingen.

„Maar de nummers die ik nu ga zingen, zijn ook geen tophits. Ik had er in ieder geval nooit van gehoord. Dat dweperige, pathetische, daar hou ik nooit zo van. Dus ik hoop dat dat een beetje binnen de perken blijft. Aan het eind moet ik een beetje pathetisch doen. Dan zing ik een lied dat zeer geschikt zou zijn voor begrafenissen. ‘Nog raak ik je aan, maar de afstand wordt al groot/ Nee, ik heb niet geleerd te leven met jouw dood’.”

Wat wilde je vroeger later worden?

„Ik wilde zingen, dansen, schrijven, avontuur, ik wilde alles doen. Ik deed ook alles. Eerst naar vioolles, dan naar turnen, dan knutselen, dan repeteren met mijn eerste bandje. Op school wilde ik ook álle vakken doen. Ik wilde een soort zigeuner worden, een troubadour; net als in Het rad van fortuin, de trilogie over de Honderdjarige Oorlog van Thea Beckman. En dat ben ik ook geworden. Met mijn ekster Arie trek ik van kasteel naar kasteel.”

Neem je Arie mee naar The Passion? De Madonna met de ekster?

„Nee, dat is te groot voor hem. Hij is bang voor televisie. Ik heb Arie vier jaar geleden gevonden als babyvogel, hij lag met een kapotte vleugel op de stoep. Ik heb hem meegenomen naar huis en hem een schoenendoos en een wormensoep gegeven, van fijngeprakte wormen. Maar dat bleek helemaal niet te mogen. Je mag ze wel doodschieten – elk jaar worden tienduizend eksters afgeschoten – maar je mag wilde vogels niet naar huis meenemen. Arie kan niet terug, hij kan nergens heen, en hij mag niet blijven. Ik zie Arie als minisymbool voor het lot van de vluchtelingen. Mijn asielzoekvogel. Daar heb ik ook een lied over gemaakt, het heet Arie L. Ekster.”

Voelt Arie als jouw kind?

„Beetje wel. Het is heel bijzonder om een vogel van dichtbij te kennen. Ik zie het als hij chagrijnig is, of blij. Ik heb een trailer voor hem aangeschaft. Dat hij op reis altijd een eigen ruimte heeft.”

Op het album ‘Alles draait’ zing je : ‘Ik heb ze allen even lief/ De kinderen die ik nooit had’. Had je een zoon willen hebben?

„Ik had tien jaar lang een man die geen kinderen wilde. Als ik het per se had gewild, dan had ik bij hem weg moeten gaan, vrees ik. Net in de tijd dat het echt moest gebeuren, ik was begin veertig, ging hij bij me weg. Daarna wilde ik het blijkbaar niet graag genoeg om het alleen te doen. Nu ben ik achtenveertig en blijf ik voor eeuwig zelf het kind. Ook goed. Het enige wat jammer is: ik heb het avontuur van moeder zijn niet meegemaakt. Maar ja, ik kan ook geen astronaut meer worden.”