Japanse schepen vangen 333 walvissen ‘voor onderzoek’

In december voer de Japanse walvisvloot weer uit, nadat de schepen een jaar aan de kant waren gehouden.

Het laatste walvisschip komt aan in de haven van Shimonoseki. Foto Jiji Press / AFP

De Japanse walvisvloot heeft dit jaar 333 dwergvinvissen gevangen, inclusief enkele zwangere vrouwtjes. Dat hebben de visserijautoriteiten donderdag bekendgemaakt, meldt persbureau Reuters. In december voeren de Japanse schepen weer uit, nadat ze door een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof een jaar aan de kant waren gehouden. De hervatting van de jacht kwam het land op internationale kritiek te staan.

Het laatste schip van de in totaal vier schepen sterke Japanse walvisvloot is donderdag teruggekeerd naar de haven van Shimonoseki. De schepen hebben 103 mannetjes en 230 vrouwtjes gevangen. 90 procent van die vrouwtjes bleek zwanger te zijn, laat het Japanse visserijagentschap volgens Reuters weten in een verklaring:

“Het aantal zwangere vrouwtjes komt overeen met de jacht in eerdere jaren, een aanwijzing dat de voortplanting van de dwergvinvissen in het Antarctisch gebied gezond verloopt.”

De Japanse walvisjacht vindt sinds het internationale moratorium formeel plaats in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Het vlees belandt echter in de winkels. Japan heeft aangekondigd de komende twaalf jaar bijna vierduizend walvissen te vangen, en heeft herhaaldelijk gezegd de commerciële walvisvaart te willen hervatten.

Lees ook hoe de Japanse walvisvaart werkt: Voor de wetenschap (en voor in de sushi)