Hoe ziet het Brusselse netwerk van terroristen eruit?

De zelfmoordterroristen die zichzelf dinsdag opbliezen op vliegveld Zaventem en metrostation Maalbeek zijn geïdentificeerd als twee broers die bekendstonden als zware criminelen in de Brusselse onderwereld. Ze komen uit hetzelfde terreurnetwerk dat verantwoordelijk was voor de aanslagen in Parijs in november vorig jaar.

Khalid el Bakraoui (27) en Ibrahim el Bakraoui (30) werden sinds vorige week gezocht door de Belgische politie. Toen bleek dat Khalid onder valse naam een appartement in de Brusselse gemeente Vorst had gehuurd. Daar heeft waarschijnlijk ook Salah Abdeslam verborgen gezeten, de ‘laatste terrorist van Parijs’, die afgelopen vrijdag werd opgepakt.

Eerder zou Khalid ook een safehouse in de Belgische stad Charleroi hebben gehuurd, van waaruit de daders in Parijs zouden hebben geopereerd. Daar werden onder andere sporen gevonden van Bilal Hadfi, die zich opblies bij het Stade de France in Parijs.

Khalid zou zich dinsdag hebben opgeblazen op het metrostation, Ibrahim op het vliegveld. Ook Najim Laachraoui blies zich daar op. Belgische media meldden woensdagavond dat hij was geïdentificeerd. De 24-jarige expert in het maken van bomvesten zat twee jaar in Syrië. Op explosieven die gebruikt zijn bij de aanslagen in Parijs is zijn dna gevonden. Nog zeker één dader van dinsdag is voortvluchtig.

Terreurexperts denken niet dat de aanslagen uit wraak voor de arrestatie van Abdeslam zijn georganiseerd. Daarvoor lijken ze te goed voorbereid. Ze denken dat de acties al langer waren gepland en dat zijn arrestatie vrijdag de uitvoering heeft versneld.

De situatie in Brussel onderstreept opnieuw dat het toch al grote netwerk rond de daders van Parijs nog altijd niet volledig in kaart is gebracht

Daarbij zal mogelijk angst hebben meegespeeld dat Abdeslam uit de school zou klappen, zoals zijn advocaat suggereerde. In het testament van Ibrahim, dat de autoriteiten vonden op een laptop in een vuilnisbak in de Brusselse gemeente Schaarbeek, staat dat hij vreesde „naast hem” – vermoedelijk Abdeslam – „in de cel te belanden”. Hij voelde zich opgejaagd en „wist niet meer wat te doen”.

De situatie in Brussel onderstreept opnieuw dat het toch al grote netwerk rond de daders van Parijs nog altijd niet volledig in kaart is gebracht, laat staan opgerold. Wel is duidelijk dat het zenuwcentrum van het netwerk zich in Brussel bevond, waar ook veel Franse jihadisten woonden.

Volgens Franse onderzoekers wijst alles erop dat de Belgische jihadist Abdelhamid Abaaoud een centrale rol speelde in het netwerk van terreurgroep Islamitische Staat (IS). Hij was in Syrië geweest, waar hij opviel door zijn talent voor het ronselen van Franstalige jihadisten. Hij klom zo op tot hoofd training en werd vervolgens terug naar Europa gestuurd om een netwerk op te bouwen en aanslagen voor te bereiden. Daarbij viel hij deels terug op zijn oude criminele netwerk in Brussel.

Abaaoud was de architect van ‘Parijs’. Hij stelde de commando’s samen en deed de logistiek: hij huurde auto’s, reserveerde hotelkamers en kocht grondstoffen voor bomvesten.

Het netwerk rond Abaaoud is mogelijk nog groter. Want Abdeslam en anderen hebben vorig jaar kriskras door Europa gereisd, wellicht om uit Syrië teruggekeerde jihadisten op te vangen. Abaaoud zei dat er negentig jihadisten uit Syrië naar Europa zijn teruggekeerd. Justitie zoekt in elk geval nog naar twee mensen, de voortvluchtige dader van dinsdag, en een jeugdvriend van Abdeslam.