Het water in met ’t mes tussen de tanden

Ploeg van Arno Havenga speelt gelijk tegen Italië en kan nog groepswinnaar worden.

Bondscoach Arno Havenga tijdens de wedstrijd tegen Italië. Hij ergerde zich flink aan de arbitrage. Foto Gertjan Kooi/ANP

De striemen staan op haar schouders. Op haar benen. Op haar gezicht. Lieke Klaassen grijnst na afloop van het keiharde gevecht met de waterpolovrouwen van Italië (8-8) in Gouda. „Het is geen ballet. Daarom heb ik juist voor deze sport gekozen. Ik geniet van dit soort wedstrijden.”

Vingers worden gedraaid onder water, knietjes uitgedeeld. Er wordt geknepen, geprikt, getrokken en geduwd. „Alles is geoorloofd, zo lang we maar winnen”, zegt Klaassen, die zelf in de Italiaanse competitie speelde. „En zolang de scheidsrechters het maar niet zien. Italië en Nederland zijn haat en nijd. We gaan echt met het mes tussen de tanden de wedstrijd in.”

Maar winst zat er op het olympisch kwalificatietoernooi opnieuw niet in voor Nederland. Maar anders dan na het uiterst teleurstellende gelijkspel tegen Rusland, dinsdag met dezelfde cijfers, verliet de ploeg van bondscoach Arno Havenga woensdagavond met opgeheven hoofd het Groenhovenbad in Gouda. Veel schoot Nederland niet op, maar door alle remises is zelfs groepswinst nog mogelijk. Het bereiken van de kwartfinales van zaterdag, waar voor de winnaars vier tickets naar Rio de Janeiro klaarliggen, is voor Nederland een formaliteit, al zal groepswinst de weg naar de Copacabana zaterdag een stuk eenvoudiger maken.

„Italië zal in de kwartfinale in elk geval niet onze tegenstander zijn”, zei Havenga. Hij was zichtbaar opgelucht. De bondscoach had zich groen en geel geërgerd aan de enorme invloed op de wedstrijd van de scheidsrechters, de Hongaarse Gabriella Varkonyi en de Griek Nikolaos Boudramis, die de Nederlandse ploeg trakteerden op niet minder dan achttien uitsluitingen, bijna het dubbele van de oogst van Italië (tien). Een zeldzaam hoge score in een interland. „Je wordt er doodziek van”, sprak Havenga. „Het is elke keer hetzelfde. Het is echt niet zo dat Italië veel rustiger speelt dan wij. Maar het is geen excuus. Italië heeft een goede ploeg.”

Dat de speelsters van beide landen op voet van oorlog met elkaar leven, zoals ze het zelf zeggen, kent een geschiedenis. De oorzaak ligt onder meer in het beslissingsduel dat Nederland en Italië in 2012, in het Italiaanse Triëst, speelden voor een ticket naar de Spelen in Londen. Door tal van arbitrale ingrepen werd de olympisch kampioen van Beijing (2008) de kans ontnomen de titel in Londen te verdedigen. In de Nederlandse waterpolowereld wordt vaak het verband gelegd met de waterpolobaas van wereldzwembond FINA, Gianni Lonzi – een Italiaan. Ook bij andere toernooien, onder meer bij de halve finale van het WK in Kazan afgelopen zomer, was het patroon zichtbaar.

Ondanks de frustraties over het rood kleurende scorebord was de Nederlandse ploeg deze keer tevreden met de puntendeling. Anders dan in het duel met Rusland waren aanvoerster Yasemin Smit en haar team tegen de Italiaansen het gevecht aangegaan. Havenga had het ’s middags al gezien. „De speelsters liepen het hotel uit met vuur uit hun oren.”

Dat is wat Italië oproept in deze sport. Het verschil met de tamme vertoning tegen de Russinnen, een dag eerder, was schrijnend, vond ook Havenga. „We waren ziek van Rusland. Dat hebben we indringend besproken. Ik ben vooral blij dat er weer een vlammetje is ontstoken.”

Genieten van de strijd

Net als Klaassen kan Havenga, ondanks alles, genieten van de hete strijd in het water. Het publiek dat tekeer gaat, scheidsrechters die worden uitgefloten, doelpunten die worden gevierd alsof de olympische finale bereikt is. Havenga: „Ik vind dit mooi. Het is tof om te zien hoe er strijd wordt geleverd. Die meiden vechten zich letterlijk door die wedstrijd heen. Met overtuiging en passie.”

De Nederlandse vrouwen moeten nog twee verplichte nummers in poule B afwerken voordat ze aan de cruciale kwartfinale beginnen, zaterdagmiddag om vier uur. Donderdagavond wacht het zwakke Duitsland, vrijdagavond Nieuw-Zeeland, een andere laagvlieger. Pas na het duel tussen Rusland en Italië, vrijdagavond, zal duidelijk zijn wie de tegenstander is in de kwartfinale. Klaassen maakt het niet uit. „Als wij zaterdag zo spelen als vandaag, met zoveel passie en agressie – laat ze maar komen.”