Haat geeft me ’n dom gevoel van overzicht

Afgelopen maandag sprak ik tijdens een evenement van het Historisch Nieuwsblad in de Amsterdamse Stadsschouwburg over ‘Wat er op het spel staat’. Grote vraagstukken van onze tijd kwamen voorbij. Ik was een van de sprekers die poogde ‘verstand’ in te brengen in het vanuit wetenschappelijk oogpunt gezien simplistische uitgangspunt dat ideologie de grondoorzaak voor radicalisering zou zijn.

Of het nou de linkse RAF-terroristen van vroeger of de huidige jihadisten zijn: allen hebben ze gemeen dat ze vaak mislukte jongeren zijn die op een gegeven moment op zoek gaan naar een doel in hun leven.

Hun achtergronden verschillen – ze komen uit alle klassen – maar zaken zoals gebroken gezinnen, psychiatrische problemen of een verleden in de kleine criminaliteit zijn enkele patronen die we steeds terugzien. Lees de uitgebreide rapporten hierover van het Pentagon er maar op na. De schuld enkel bij religie leggen is het domste wat je kunt doen, zei ik nog.

Ik eindige met een polemische sneer: „Het is niet de schuld van religie, maar van de kabinetten-Rutte. Door de ongekende bezuinigingen op sociale structuren in ons land – van buurthuizen tot psychiatrische instellingen – gaan we alleen maar meer ‘verwarde mannen’, inclusief geradicaliseerde jongeren, krijgen.”

De volgende ochtend was er het verschrikkelijke nieuws uit Brussel. Elke poging om me in de slachtoffers en hun nabestaanden te verplaatsen riep een gevoel van machteloosheid op. Vervolgens gebeurde er iets curieus. Waartegen ik de avond daarvoor waarschuwde deed ik zelf: de, vooral orthodoxe, moslimjongeren die ik regelmatig in de publieke ruimte zie, kwamen in mijn hoofd voorbij en ze riepen diepe walging en haat op.

Volgens biologen is angst een afweermechanisme in onze hersenen dat ons beschermt tegen onverwachte gebeurtenissen, gevaren en onzekerheden. Technisch geformuleerd: bij angst geeft de amygdala de stof adrenaline af waardoor we alerter worden en energie krijgen om te vechten of te vluchten. Angst is dus, puur biologisch gezien, heel gezond en nuttig.

De avond voor de aanslag in Brussel knikte ik instemmend toen Maarten van Rossem zei dat de statistische kans om te sterven bij een aanslag nihil is in vergelijking met de kans dat je overlijdt bij een auto-ongeluk. Ik applaudisseerde toen Geert Mak en Mei Li Vos kritische opmerkingen maakten over het toenemende wij/zij-denken. Ik kreeg een mancrush op professor Hein de Haas die uitstekend onderbouwd benoemde hoe mensen de verkeerde verbanden leggen door ‘hun’ de schuld te geven van problemen die feitelijk genomen een heel andere oorzaak hebben. Zelf had ik er de mond vol van dat we nooit onze privacyrechten moeten opgeven uit angst voor terreur.

De dag erna durfde ik bijna niet de trein terug naar Rotterdam te nemen, nam mijn afkeer van religie alleen maar toe en fantaseerde ik over het preventief monitoren van orthodoxe moslims. Ook las ik expres niet al die rechtse en linkse columnisten die, net als ikzelf afgelopen maandag, met elkaar gaan bekvechten over complexe materie als radicalisering en terrorisme. Laten we eerlijk zijn: uiteindelijk blijft het allemaal een veredelde vorm van gezwam.

Mijn haat en angst blijven mij beklemmen en geven, op een rare manier, toch overzicht tegenover de onzekerheid van het gewoon allemaal even niet weten.

Heel dom, volgens mijn eigen maatstaven.