El Salvador gaf Catalanen zelfrespect terug

Cruijff trok Barcelona uit de schaduw van Real Madrid. Als speler en later als coach legde hij de basis voor het Barcelonismo, artistiek en aanvallend voetbal.

Johan Cruijff links in het shirt van FC Barcelona in augustus 1974. AFP

Johan Cruijff werd op 23 augustus 1973 als een held binnengehaald op het vliegveld van Barcelona. De Nederlandse voetballer werd gezien als de nieuwe hoop voor de Catalanen. De Amsterdammer zou alle verwachtingen overtreffen. Hij schonk de club in 1974 niet alleen voor het eerst sinds 1960 de landstitel, maar zorgde vooral voor hernieuwde eigenwaarde van de Barçafans. Weg met het minderwaardigheidscomplex. Cruijff stond aan de basis van een nieuw type aanvallend voetbal dat nog altijd als de huisstijl van FC Barcelona geldt.

Cruijff tekende voor drie seizoenen à een miljoen dollar en zou een van de beste investeringen van de club worden. In het museum van Camp Nou is in flitsen van Real Madrid-FC Barcelona (0-5) van 17 februari 1974 te zien hoe goed hij was. Hij groeide al snel uit tot de natuurlijke leider van het elftal van coach Rinus Michels. Hoe diep de liefde voor de speler Cruijff bij de Catalanen zit blijkt uit de fascinerende documentaire ‘En un momento dado’ (Op een gegeven moment) van de Nederlandse filmmaker Ramon Gieling. Zo kreeg een oude cruiseschipmanager nog steeds kippenvel toen hij aan de 0-5 tegen Real Madrid dacht. Hij zag de zege in de eerste plaats als een overwinning van Catalonië op de dictator Francisco Franco. „Gracias Cruijff!”, stelden Catalanen destijds. Hij werd niet gefeliciteerd, maar bedankt.

Niets met politiek

Cruijff mocht dan misschien als ‘De Verlosser’ worden gezien, maar hij zag zich zelf alleen als voetballer en later als trainer. Sport en politiek hield hij altijd gescheiden. Cruijff maakte in 1976 één keer zijn opwachting in het elftal van Catalonië tegen Rusland. En van 2009 tot 2013 was Nederlands beste voetballer ooit zelfs bondscoach van het Catalaanse elftal. Maar voor het karretje van de Catalaanse separatisten liet hij zich niet spannen. „Ik zie het elftal van Catalonië als een soort vlaggeschip voor de jeugd”, stelde Cruijff als bondscoach. „Het gaat erom dat jongeren in Catalonië gaan sporten. Dat mensen voetbal aan willen grijpen voor politieke doelen, dat hou je altijd. Maar ik heb daar helemaal niets mee.”

In 1978 kondigde de dan 31-jarige Cruijff aan te gaan stoppen met voetballen. Hij speelde een afscheidswedstrijd met Barcelona tegen Ajax: 3-1 winst. Cruijff kwam later uit financiële noodzaak terug op zijn besluit en speelde nog voor de Los Angeles Aztecs, de Washington Diplomats, Levante, Ajax en Feyenoord.

Voor de tweede keer verlosser

Hij kwam in 1988 voor de tweede keer als een verlosser naar Barcelona, nu als coach. Opnieuw trad Barça aan de hand van de oude meester uit de schaduw van de grote rivaal uit Madrid. Met de knal van Ronald Koeman won Barcelona in 1992 de finale van de Europa Cup I tegen Sampdoria op Wembley. De eerste Europese hoofdprijs voor de club. En Cruijff was de vader van dit succes. Aan het tweede tijdperk kwam in 1996 een einde.

Cruijff eiste bij de ontslagprocedure een afscheidswedstrijd, die pas drie jaar later gestalte kreeg. Samen met zijn dream team keerde hij voor één keer terug op het veld van Camp Nou. Cruijff wilde het publiek bedanken maar uit honderdduizend kelen klonk het: „Johan! Johan! Johan!”

Barcelonismo

Barcelona zat in 2003 zowel sportief als financieel aan de grond. De roep om een terugkeer van de Amsterdammer was wederom groot. Advocaat Joan Laporta won de voorzittersverkiezingen en haalde het orakel weer binnen. En zo keerde El Salvador voor de tweede keer terug bij Barcelona. Laporta voerde mede op advies van Cruijff een nieuw beleid in: Barcelonismo. Barcelona moest staan voor artistiek en aanvallend voetbal. Cruijff verraste door Frank Rijkaard naar voren te schuiven. De club ging op zoek naar versterkingen die pasten bij de filosofie van de club. Ronaldinho, Deco en Samuel Eto’o groeiden uit tot wereldsterren.

De blaugranas grepen in 2005 voor het eerst in zes jaar weer de landstitel. Maar niet iedereen binnen de club geloofde onvoorwaardelijk in zijn adviezen. Vice-voorzitter Sandro Rosell wilde de invloed van de clubicoon beperken. Laporta en Cruijff haalden de schouders op en wonnen de machtstrijd. Een jaar later won FC Barcelona de Champions League.

Zijn geest zal voor altijd rondwaren

Een nieuw tijdperk brak aan. Dat van Pep Guardiola. Een oud-discipel van Cruijff en aanvoerder van het Dream Team. Guardiola bouwde rondom sterspeler Lionel Messi een elftal op dat vrijwel onverslaanbaar was. De leerling zou zijn meester overschaduwen.

Toen het bestuur van FC Barcelona in 2010 werd overgenomen door Rosell was het snel gedaan met de rol van Cruijff, die zelfs zijn titel als ‘erevoorzitter’ inleverde. De club sloot de clubicoon weer in de armen toen zijn ziekte zich had geopenbaard. Spelers van Barcelona droegen oranje ondershirts met een opbeurende boodschap.

Messi en Suárez brachten een maand voor de dood van Cruijff op geheel eigen wijze een ode aan de oude meester met een strafschop tegen Celta de Vigo. Een penalty uitgevoerd door twee man, zoals Cruijff dat ooit in 1982 samen met Jesper Olsen bedacht bij zijn jeugdliefde Ajax. De geest van Cruijff zal voor altijd blijven rondwaren in Camp Nou.