Dalende uitgaven aan defensie volgens NAVO ‘verontrustend’

Dit kabinet geeft meer uit aan defensie, maar omdat het bbp sneller groeit dan de Defensiebegroting, nemen de procentuele bestedingen af.

Foto: Bas Czerwinski/ANP

De NAVO noemt het “verontrustend” dat de Nederlandse defensie-uitgaven weliswaar zijn opgevoerd, maar als “percentage van het bbp (bruto binnenlands product) blijven dalen en naar verwachting in 2020 nog maar 1,08 procent bedragen”. Dat staat in een rapport van het Noord-Atlantische bondgenootschap dat minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) donderdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Binnen de NAVO is afgesproken dat lidstaten 2 procent van hun bbp aan de krijgsmacht uitgeven. Op dit moment besteedt Nederland 1,16 procent aan defensie. Het gemiddelde van de Europese lidstaten ligt op 1,43 procent.

De NAVO is al jaren kritisch en bezorgd over wat Nederland - en andere Europese bondgenoten - aan defensie uitgeven. Maar nu is een rapport openbaar gemaakt waarin de NAVO per krijgsmachtonderdeel aangeeft waar het allemaal aan ontbreekt in Nederland. Vooral op de landmacht is veel kritiek. “De kwaliteit van de landstrijdkrachten wordt niet langer gecompenseerd door het gebrek aan kwantiteit”, schrijft de NAVO. “Nederland is niet in staat alle gevraagde bijdragen op land te leveren, wat mogelijk de last op bondgenoten vergroot.”

Rutte I bezuinigde 1 miljard euro op de begroting van Defensie. Dit kabinet heeft die bezuinigingen grotendeels hersteld, maar omdat het bbp sneller groeit dan de Defensiebegroting, nemen de procentuele bestedingen af.

Dergelijke rapportages waren voorheen altijd geheim, maar “mede dankzij de Nederlandse inspanningen” is de samenvatting van de beoordeling van de Defence Policy and Planning Committee (DPPC) nu voor het eerst openbaar gemaakt, schrijft Hennis aan de Tweede Kamer. De timing daarvan komt haar overigens niet slecht uit: ze moet op dit moment onderhandelen met minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) over haar begroting voor 2017.