Bunkerstorm in Tirana

Demonstranten vernielen de bunker die premier Edi Rama liet bouwen in Tirana. Foto LSA/ Gent Shkullaku

Geert Wilders wist direct na de aanslagen in Brussel: de grenzen moeten dicht en burgers moeten preventief de gevangenis in.

Tijdens de aanslagen was ik in een land, Albanië, waar de politiek beide ooit voor elkaar heeft gekregen: volledig gesloten grenzen en duizenden preventief opgesloten burgers. Vooral zij met contacten of verledens in het buitenland waren de klos. Net als bij teruggekeerde Syriëgangers weet je nooit wat ze zich in het buitenland in hun hoofd hebben gehaald.

De paranoïde stalinist Enver Hoxha, tot zijn dood in 1985 aan de macht, creëerde inderdaad een veilig Albanië. Maar het isolement bracht het land ook aan de bedelstaf. Toen de grenzen in 1991 opengingen, vertrokken duizenden straatarme Albanezen. Foto’s van schepen die uitpuilden van de vluchtelingen gingen de wereld over.

De vluchtelingen lieten een land achter met 800.000 bunkers. Hoxha had ze laten bouwen als bescherming tegen een buitenlandse invasie; één per vier inwoners. Je vindt ze nog overal in het landschap, als symbool voor de weerbarstigheid van Hoxha’s schrikbewind.

Misschien was het daarom ook niet verstandig van de huidige premier én kunstenaar Edi Rama om er nog een bunker bij te bouwen, in het centrum van hoofdstad Tirana. De bunker had dienst moeten doen als entree, voor toeristen, naar een ondergronds gangenstelsel dat Hoxha had laten aanleggen onder verschillende ministeries. Het mocht niet zijn: na een oproep van overlevenden uit de gevangenissen van Hoxha, hebben demonstranten de bunker gesloopt. In een land waar mensen ouder dan dertig voornamen hebben als Përparim (vooruitgang), Marenglen (een combinatie van Marx, Engels en Lenin) en Proletar, bleek het verleden kennelijk niet ver genoeg weg.

Toen ik een kijkje ging nemen was ik onder de indruk van het gat dat ze erin hadden weten te slaan. Daar moet kracht en tijd in gestopt zijn. De politie zal weinig gedaan hebben om de bunkerstorm te stoppen.

Je kunt zeggen: dom van Rama. De kunstenaar/politicus onderschatte de haat die er nog bestaat jegens Hoxha. Je kunt ook zeggen: oppositieleiders misbruiken angsten uit het verleden om mensen mee op te stoken.

Rama heeft het plan voor het museum voorlopig afgeblazen. Maar opruimen wil hij niet; de gehavende bunker zal voorlopig blijven staan. Onbewust heeft hij daarmee een interessant monument geschapen, als kunstwerk waardevoller dan de kleurige droedels van zijn hand die prominente buitenlandse galeries verkopen. De gehavende bunker staat daarbij niet voor het gruwelijke verleden, maar voor de moeizame omgang ermee. De droom van iedere geëngageerde kunstenaar: niet het ontwerp maar woedende kijkers hebben het werk zijn definitieve vorm gegeven.

    • Pieter van Os