Brussel, de perfecte biotoop voor religieuze fanatici

De tekenen waren al jaren te zien, maar wie ze aanduidde, werd weggehoond, ervoer Luckas Vander Taelen. Maar tegen zoveel blinde terreur als gisteren in Brussel kan geen relativist op.

Illustratie Hajo

Gisterochtend. Ik fiets heel vroeg door Brussel. Een heerlijk zonnig lentesfeertje hangt over de verkeersvrije boulevards. Mama’s en papa’s brengen kinderen naar school. Ik denk: het doet deugd om die banale vredige tafereeltjes te zien, na het woelige weekend, toen het voor de hele wereld leek dat er een oorlog woedde in Brussel, gedurende de arrestatie van Parijs-verdachte Abdeslam.

Ik wil nog snel naar de kapper, voor ik moet lesgeven in de Dansaertstraat. Plotseling krijgt iemand het bericht over de aanslag in Zaventem. Een tv wordt aangezet, iedereen is getuige van vreselijke beelden van vluchtende mensen. Net als ik bij de school aankom, hoor ik over de bommen in de metro.

Terreurniveau 4. Lockdown. Niemand mag de school nog uit. Een collega uit Zaventem zag toevallig iemand van de nachtploeg van de bagagedienst op de luchthaven. Die had net het bericht gekregen dat haar collega’s van de ochtendploeg omgekomen zijn.

Hoeveel erger kan het nog worden hier? Voor de hele wereld is dit nu Hellhole-Brussels. Die term lijkt me niet eens meer overdreven. Of gaan we weer de andere kant opkijken en zeggen dat het allemaal zo erg niet is? Want dat doen bepaalde Brusselaars nu al jaren.

Omerta in de wijk van Abdeslam
Kunnen we, eindelijk, na deze bloedigste aanslagen ooit, definitief ophouden met de waarheid te verdringen: dat men hier een perfecte biotoop heeft laten groeien voor nietsontziende religieuze fanatici?

De tekenen waren al jaren te zien, maar wie ze aanduidde, werd weggehoond. Door analisten met een verkeerd verwerkt schuldgevoel over het westerse verleden en door lokale politici die dachten in de moslimgemeenschap een nieuw proletariaat te hebben gevonden en er een vruchtbaar electoraat in zagen.

Of gaan we weer relativeren: dat het hier peis en vree is, op enkele criminelen na. Daarvan trachtte een Brusselse auteur me maandagavond nog te overtuigen: de media hadden alles opgeklopt. Hij verweet me dat ik me in een artikel had verbaasd over de omerta in de wijk waar Salah Abdeslam was opgepakt, waar het blijkbaar een publiek geheim was dat de meest gezochte terrorist van Europa er zich schuilhield.

En als jongeren de politie met stenen bekogelden, hoorde ik een andere specialist verklaren, dan was dat omdat ze hun frustratie toch ergens kwijt moesten.

Ergerlijke, ideologische onzin. Geen dag later: bommen en doden. De professionele leveranciers van excuses zwijgen nu. Tegen zoveel blinde terreur kunnen hun kinderlijke analyses niet op. Gelukkig. Jarenlang is het groeiende religieuze fanatisme in bepaalde Brusselse wijken, die langzaam veranderden in getto’s, goedgepraat en toegedekt.

Toen ik daarover voor het eerst schreef in De Standaard, werd mij verweten dat ik een gemeenschap stigmatiseerde. Terwijl ik alleen had gewezen op het gevaar van religieuze radicalisering, waardoor die gemeenschap zich steeds meer op zichzelf richtte en intolerantie tegenover de rest van de samenleving de regel werd. De toenmalige burgemeester van Molenbeek, Philippe Moureaux, noemde iedereen islamofoob die zich verbaasde over de subversieve lectuur die in boekhandeltjes in zijn gemeente te vinden was.

Die principiële laksheid
Steeds weer werden dezelfde mantra’s afgerateld: als Brusselse jongeren zich uitgesloten voelden, dan is dat de schuld van onze neoliberale maatschappij. Wijzen op enige eigen verantwoordelijkheid was uit den boze. Geen diploma’s: geen probleem.

En zo doken we verder de dieperik in. De getto’s sloten zichzelf steeds meer af. Radicale fundamentalisten konden er zich vrij in bewegen en hun noodlottige boodschappen verspreiden. Françoise Schepmans, die Moureaux als burgemeester opvolgde, weigerde een beroep te doen op federale ambtenaren die haar hadden kunnen helpen om te weten wie zich echt in haar gemeente ophield. Ze vond de sacrosancte gemeentelijke autonomie belangrijker dan een schrijnend probleem efficiënt aanpakken.

Van die bijna schandelijke verblinding en die principiële laksheid van een deel van de Brusselse politieke klasse zien wij nu helaas de gevolgen. Als Brussel een ‘hellhole’ geworden is, dragen zij daar in grote mate de verantwoordelijkheid voor. Ik hoop dat ze gisternacht allemaal goed geslapen hebben.

Luckas Vander Taelen is journalist, historicus en voormalig politicus. Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.