Anderhalf uur poetsen, dat is genoeg

Hoe moeten gemeenten poetshulp regelen én er 40 procent op bezuinigen? De hoogste rechter bepaalt.

„De ene burger woont in een klein huis, de ander in een groot huis, en ze krijgen hetzelfde aantal uren schoonmaak.” Foto iStock

Mevrouw Alboazati (79) heeft een hernia, hoge bloeddruk en krachtverlies in haar handen en benen. Bukken lukt niet, lang rechtop staan evenmin. Haar man (85) heeft versleten knieën en suikerziekte. Eerst kregen ze van hun gemeente Utrecht 5,5 uur huishoudelijke hulp per week vergoed. Dat heeft Utrecht teruggeschroefd naar anderhalf uur. Want anderhalf uur per week – of preciezer: 78 uur per jaar – is sinds vorig jaar de „basisnorm” voor iedere Utrechter die recht heeft op schoonmaakhulp.

„Veel te weinig voor mijn cliënten”, zegt de advocaat van het echtpaar, Bernard de Leest, in de Utrechtse rechtszaal. Naast hem Wouter Kort, advocaat van een ander Utrechts echtpaar dat zich door het lokale beleid benadeeld voelt: het ging terug van drie uur hulp per week naar anderhalf.

Deze woensdag moet de gemeente Utrecht haar beleidskeuzes verdedigen voor de Centrale Raad van Beroep. Het is voor het eerst dat deze hoogste bestuursrechter zich inlaat met de huishoudelijke hulp na de grote rijksbezuiniging op die lokale taak, à 40 procent.

Deze zitting overstijgt daarmee het belang van de Utrechtse echtparen: het gaat over gemeentelijke plichten onder het gesternte van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning. Deze WMO 2015 schrijft gemeenten voor om hulpbehoevende inwoners „passende” steun te bieden om zo lang mogelijk thuis te wonen.

Maar hoe bied je passende huishoudelijke hulp, als je 40 procent moet bezuinigen? Gemeenten doen sinds vorig jaar van alles: de ene schrapt de schoonmaakhulp integraal, de andere versobert die hulp drastisch; sommige verdiepen zich in de persoonlijke omstandigheden van inwoners, andere laten dat na. Soms volgt een rechterlijke tik op de vingers, dan weer blijft die verrassend uit.

Alle gemeenten, op zoek naar houvast, wachten nu het oordeel af van de Centrale Raad van Beroep: verplicht de WMO 2015 een gemeente nu wel of niet om huishoudelijke hulp te vergoeden? En zo ja, hoe bepaal je dan wat ‘passend’ is? Volstaat bijvoorbeeld zo’n basisnorm? Die vragen wil de raad beantwoorden met de bijzonderheden van de Utrechtste zaken als instrument.

De raadsheren, drie in getal, richten zich tot advocaat Melita van der Mersch van de gemeente Utrecht. Raadsheren: „Hulp moet passend zijn, zegt de wet. Hoe kan een heel grote groep mensen dan in aanmerking komen voor precies 78 uur schoonmaakhulp per jaar?”

Advocaat gemeente Utrecht: „Burgers zelfredzaam houden, dat is onze opdracht. En daarvoor is een schoon huis nodig. Die 78 uur hebben we zo vastgesteld in overleg met aanbieders van huishoudelijke hulp. Het komt neer op drie uur per twee weken, ook in het verleden een heel gebruikelijke indicatie.”

Raadsheren: „De ene burger woont in een klein huis, de ander in een groot huis, en ze krijgen hetzelfde aantal uren. Dat wekt verbazing. Je zou zeggen dat voor een groot huis meer uren nodig zijn.”

Gemeente Utrecht: „Die 78 uur gaat uit van een aantal schoon te maken ruimten in elk huis. Badkamer, wc, keuken, slaapkamer, woonkamer. En het is een minimum, die 78 uur. Er is altijd een individuele toets om te zien of meer hulp nodig is.”

De raadsheren vragen de advocaten van de echtparen naar hun mening.

Advocaat Kort: „Het onderzoek naar de situatie van mijn cliënt was onzorgvuldig. Er was een telefoongesprek met de gemeente. Die deelde mee: er is een nieuwe wet, er is minder geld, dus komt er minder hulp. Dat noem ik geen afstemming op de behoeften van mijn cliënt.”

Advocaat De Leest: „De invalshoek van de gemeente bij het beleid voor huishoudelijke hulp is budgettair. Wat hebben we aan geld? Dát willen we besteden.”

Gemeente Utrecht: „We moeten ervoor zorgen dat burgers voldoende zelfredzaam zijn. Dat staat op nummer één. En daarnaast is er een forse bezuiniging, ja. Dat moeten we met elkaar verenigen, dat hebben we ook netjes gedaan. Ja, de hulp wordt minder voor sommigen. Dat is ook altijd het uitgangspunt van de wetgever geweest. Het zou minder worden.”

Advocaat Kort: „Mijn cliënt is allergisch, heeft klachten aan haar luchtwegen. Ze heeft last van stof in het huis. Het huis moet daarom extra schoon zijn.”

Gemeente Utrecht: „Er is geen allergie vastgesteld voor huismijt of stof. Dan kent de gemeente geen aanvullende hulp toe.”

Advocaat De Leest: „Het onderzoek naar mijn cliënt was vluchtig en summier. De gemeente heeft niet opgemerkt dat cliënt ook tot licht schoonmaakwerk niet in staat is. De medische situatie van mijn cliënt was juist verslechterd.”

Gemeente Utrecht: „Ja, er zijn minder uren gekomen. Want de norm is nu anders. Er is nader onderzoek geweest bij uw cliënt. Een huishoudcoach is langs geweest. Er zijn in totaal drie aanvullende modules bijgekomen à dertig minuten hulp. Dat is voldoende om het huis niet te laten vervuilen. En dat is de norm.”

De uitspraak is op 18 mei.