Aanklacht in 1995, vonnis vandaag

Dat er een uitspraak komt in de zaak van de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic was jarenlang geen uitgemaakte zaak. Wordt hij bestraft voor genocide?

Julian Borger

Deze donderdag hoort Radovan Karadzic (70), leider van de Bosnische Serviërs tijdens de Bosnische burgeroorlog tussen 1992 en 1995, het vonnis in zijn zaak voor het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag.

De oud-psychiater zou zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, zoals tijdens jarenlange belegering van Sarajevo, en aan twee gevallen van genocide: in de moslimenclave Srebrenica, en in een reeks dorpen in Bosnië in 1992. Voor die tweede genocideaanklacht is nog niemand veroordeeld.

Karadzic aanvaardde tijdens het proces wel „morele verantwoordelijkheid” voor oorlogsmisdaden, maar ontkende moordpartijen te hebben bevolen. Hij noemt zich „een ware vriend” van de Bosnische moslims, die probeerde het geweld binnen de perken te houden. En hij zei de „heilige” zaak te verdedigen van een natie die „al 500 jaar heeft moeten lijden”.

„Hij verkeert onder invloed van wanen en leeft in zijn eigen zeepbel”, zegt Julian Borger, die de Bosniëoorlog volgde voor de BBC en The Guardian. „Je ziet die wanen terugkomen in Karadzic’ poëzie en proza. Dat is wijdverbreid in een cultuur die veel mythes kent. Hij heeft een lang, warm bad genomen in die cultuur.”

In zijn boek The Butcher’s Trail beschrijft Borger, op basis van tweehonderd interviews, hoe Karadzic en andere oorlogscriminelen met veel moeite en na jaren voor het tribunaal werden gebracht.

„Je zou ter verdediging van Karadzic kunnen zeggen dat hij tijdens Srebrenica al op ramkoers lag met [de Bosnisch-Servische bevelhebber Ratko] Mladic en dat Mladic en zijn leger losgeslagen waren. Er zijn juridische experts die daarom vinden dat het argument voor de tweede, bredere aanklacht sterker is, omdat het hele project van de Servische Republiek op genocide gegrondvest was, terwijl Srebrenica de schuld van het leger was.

„Genocide is een emotioneel en politiek geladen woord. De slachtoffers vinden dat ze alleen erkenning krijgen van wat hun op systematische wijze werd aangedaan werd als dat woord wordt gebruikt.”

Zal het vonnis echt een verschil maken?

„Ik denk dat gerechtigheid zo laat gekomen is dat de positieve gevolgen voor de slachtoffers haast nul zijn. Beide zijden zijn boos. Er zijn plannen voor demonstraties als hij niet veroordeeld wordt voor beide aanklachten van genocide. En bij de Bosnische Serviërs dreigt het nationalistische demonen op te poken. Ik denk dat er nog veel slechte dingen gaan gebeuren: Bosnië is nog steeds een etterende zweer op het Europese achterwerk.”

Dat een vonnis meer dan 20 jaar op zich liet wachten, komt niet alleen doordat het proces zo lang duurde, maar ook door wat eraan voorafging. In zijn boek beschrijft Borger een speurtocht die door terughoudendheid van de buitenlandse grootmachten traag op gang komt. Zo keken Italiaanse soldaten lang stelselmatig weg als Karadzic en zijn motorescorte hun controleposten voorbijzoefden.

Onder meer door Nederland veranderden de Amerikanen en de Britten langzaam van koers. Ondanks het stijgende aantal arrestaties liepen de meest ambitieuze operaties toch steeds op niets uit. Saillant voorbeeld is de mislukte actie in 1998, waarbij Amerikaanse commando’s een hinderlaag legden voor Karadzic, met onder meer een levensgroot gorillapak ter afleiding. Karadzic kwam nooit opdagen.

Meermaals stellen degenen die jacht maken op Karadzic vast dat ze worden gesaboteerd door nationalistische regeringen in de nieuwe Balkanlanden, maar ook door bondgenoten als Frankrijk. Zo bereiken relaties tussen de Amerikaanse en Franse inlichtingendiensten een dieptepunt na de ontdekking dat de Franse officier Hervé Gourmelon het Bosnisch-Servische leiderschap op de hoogte hield van gevoelige operaties, om gewelddadige confrontaties te vermijden.

Het is dus een verhaal van saboteurs, maar ook van ‘witte ridders’: hoofdaanklagers zoals Louise Arbour en Carla del Ponte komen eruit als helden.

„De meeste betrokken mensen en regeringen opereerden in een ‘grijze zone’. Maar je merkt dat individuen echt een verschil kunnen maken. Denk inderdaad aan die hoofdaanklagers die zeiden: ik ga geen poppetje spelen in een theater van gerechtigheid.”

Andere doorslaggevende factoren?

„Een belangrijke factor was het verbinden van EU-toenadering aan medewerking bij uitlevering, in combinatie met de steun van de VN-Veiligheidsraad en financiële instellingen als het IMF. Maar ook politieke transformatie in Servië zelf was belangrijk: [de pro-Europese] Boris Tadic werd president [in 2004], maar deed er enkele jaren over om ook in het parlement de macht te krijgen. Pas toen kon hij zijn eigen man aan de top van de Servische inlichtingendienst plaatsen. Drie dagen later wordt Karadzic gepakt.”

Wat is het balans van het tribunaal?

„Ze hebben alle mensen op hun lijst op de een of andere wijze voor het gerecht gebracht. Ze hebben een nieuwe standaard gezet voor het afdwingen van internationale gerechtigheid. Ondanks alle zwaktes en vertragingen is het de succesvolste rechtbank in zijn soort, met het Rwanda-tribunaal als tweede. We gaan terugkijken en denken: toen hielden ze op zijn minst nog sommige mensen aansprakelijk.”

    • Roeland Termote