Cubaspeech Obama: 'Wij zijn allen Amerikanen'

Havana is maar 150 kilometer van Florida, maar om hier te komen moesten we ver reizen, over grenzen van historie en ideologie, grenzen van pijn en verdeeldheid, sprak president Barack Obama dinsdag in de Cubaanse hoofdstad.

Illustratie Kap

Eens voerden de wateren onder Air Force One slagschepen naar dit eiland – om het te bevrijden, maar ook om te overheersen. Ook voerden die wateren generaties Cubaanse revolutionairen naar de VS, waar ze steun voor hun zaak vonden. En die korte afstand is overgestoken door honderdduizenden Cubaanse ballingen – in vliegtuigen en op provisorische vlotten – die op zoek naar vrijheid en kansen naar Amerika kwamen, soms met achterlating van al hun bezit en al hun beminden.

Ik ben hier gekomen om het laatste restant van de Koude Oorlog in Amerika te begraven. Ik ben hier gekomen om het Cubaanse volk de hand van vriendschap te reiken.

Laat ik duidelijk zijn: de geschillen tussen onze regeringen zijn reëel en van belang. Ik weet zeker dat president Castro hetzelfde zou zeggen – dat weet ik omdat ik hem uitvoerig over die geschillen heb horen spreken. Maar voordat ik op deze vraagstukken inga, moeten we ook erkennen hoeveel wij gemeen hebben. Want in veel opzichten lijken de VS en Cuba op twee broers die jarenlang uit elkaar zijn gegroeid, ook al delen we hetzelfde bloed.

We wonen beiden in een nieuwe wereld die werd gekoloniseerd door de Europeanen. Cuba werd net als de VS ten dele opgebouwd door slaven die hier uit Afrika naartoe werden gebracht. Net als de VS kan het Cubaanse volk zijn afkomst terugvoeren op slaven én slavenhouders. Beiden hebben we immigranten verwelkomd die van ver kwamen om in Amerika een nieuw leven te beginnen. In de loop der jaren hebben onze culturen zich vermengd.

Ondanks onze verschillen delen wij waarden. Een gevoel van patriottisme, van trots – veel trots. Een innige liefde voor ons gezin. En daarom geloof ik dat onze kleinkinderen op de jaren van isolatie terugkijken als een dwaling, als niet meer dan een hoofdstuk in een langer verhaal van verwantschap en vriendschap. Maar we kunnen en mogen niet voorbijgaan aan de verschillen – in de organisatie van onze regering, onze economie en onze samenleving. Cuba heeft een éénpartijsysteem; de VS is een democratie met meer partijen. Cuba heeft een socialistisch economisch model; de VS is een open markt. Cuba legt de nadruk op de rol en de rechten van de staat; de VS is gegrondvest op de rechten van de enkeling. Ondanks onze geschillen hebben president Castro en ik op 17 december 2014 aangekondigd dat de VS en Cuba beginnen aan een proces om de betrekkingen te normaliseren.

Sindsdien hebben we ambassades geopend, het initiatief genomen om samen te werken aan volksgezondheid, landbouw, onderwijs en recht. We zijn het eens geworden over een hervatting van lucht- en postverkeer. We hebben onze handelsbetrekkingen uitgebreid en de mogelijkheid verruimd voor Amerikanen om naar Cuba te reizen en er zaken te doen. Veranderingen die met instemming zijn begroet, al zijn er nog tegenstanders. Ook vroegen velen: waarom nu, waarom nu?

Simpel: wat de VS deed, werkte niet. We moeten de moed hebben om dat onder ogen te zien. Een politiek van isolatie die bestemd was voor de Koude Oorlog had in de 21e eeuw weinig zin meer. Het embargo hielp het Cubaanse volk niet, maar schaadde het alleen maar.

Dit brengt me bij een grotere en zwaarwegender reden: ik geloof in het Cubaanse volk. Dit is niet alleen maar een beleid om de betrekkingen met de Cubaanse regering te normaliseren. De Verenigde Staten van Amerika normaliseren de betrekkingen met het Cubaanse volk. Ik ben hoopvol gestemd omdat ik geloof dat het Cubaanse volk net zo vernieuwend is als elk ander volk ter wereld.

Cuba heeft een buitengewoon hulpmiddel – een onderwijssysteem dat elke jongen en elk meisje naar waarde schat. Neem Sandra Lidice Aldama, die besloot een bedrijfje te beginnen. Wij Cubanen, zei ze, kunnen ‘ons vernieuwen en aanpassen zonder onze identiteit te verliezen... ons geheim is om niet te kopiëren of te imiteren, maar om gewoon onszelf te zijn.’

Daar begint de hoop – bij de mogelijkheid ons eigen brood te verdienen en iets op te bouwen waarop we trots kunnen zijn. Daarom richt ons beleid zich op ondersteuning van de Cubanen, in plaats van ze te schaden. Daarom zijn wij afgestapt van de beperkingen op de overmaking van geld – om de gewone Cubanen meer middelen te geven. Daarom moedigen we mensen aan om te reizen – dat zal bruggen tussen onze volken slaan en die Cubaanse bedrijfjes meer inkomsten bezorgen. Daarom hebben we ruimte voor handel en uitwisseling geschapen – zodat de Amerikanen en Cubanen kunnen samenwerken bij het vinden van behandelingen tegen ziekten en het scheppen van werk.

Als president vroeg ik ons Congres het embargo op te heffen. Een verouderde last voor het Cubaanse volk. Ook een last voor de Amerikanen die in Cuba willen werken of investeren. Maar ook als wij het embargo morgen zouden opheffen, zouden de Cubanen hun mogelijkheden niet kunnen verwezenlijken zonder een voortgaande verandering hier in Cuba. Het zou gemakkelijker moeten zijn om hier in Cuba een bedrijf te beginnen. Een werknemer zou rechtstreeks in dienst moeten kunnen treden bij bedrijven die hier in Cuba investeren. Het salaris dat Cubanen kunnen verdienen zou niet moeten verschillen door twee munten. Over het hele eiland zou internet beschikbaar moeten zijn, zodat de Cubanen toegang krijgen tot de rest van de wereld.

De VS stellen geen beperking aan de Cubaanse mogelijkheid om deze stappen te zetten. Het is aan u. En ik kan als vriend zeggen dat duurzame welvaart in de 21e eeuw afhankelijk is van onderwijs, gezondheidszorg en bescherming van het milieu. Maar het is ook afhankelijk van de vrije en open uitwisseling van ideeën. Wie geen toegang tot online informatie heeft, wie zich niet kan openstellen voor verschillende opvattingen, zal niet zijn volledige mogelijkheden bereiken. En mettertijd zal de jeugd de hoop verliezen.

Ik heb duidelijk gemaakt dat de Verenigde Staten niet in staat of van plan zijn om Cuba veranderingen op te leggen. Welke veranderingen er komen, zal van het Cubaanse volk afhangen. Wij zullen u niet ons politieke of economische systeem opleggen. Wij erkennen dat elk land, elk volk, zijn eigen koers moet uitzetten en zijn eigen model moet vormgeven. Maar nu ik de schaduw van de geschiedenis over onze betrekkingen heb weggenomen, moet ik me eerlijk uitspreken over de dingen waarin ik geloof – de dingen waarin wij als Amerikanen geloven. Laat ik u daarom zeggen wat ik geloof. Ik kan u niet dwingen het met mij eens te zijn, maar u moet wel weten wat ik denk. Ik geloof dat ieder mens voor de wet gelijk zou moeten zijn. Ieder kind verdient de waardigheid die de vrucht is van onderwijs en gezondheidszorg en eten op tafel en een dak boven zijn hoofd.

Ik geloof dat burgers vrij moeten zijn om zonder angst hun mening te uiten, zich te organiseren, kritiek op hun regering te leveren en vreedzaam te protesteren, en dat de rechtsstaat geen willekeurige arrestaties toelaat van mensen die deze rechten uitoefenen.

Ik geloof dat ieder mens de vrijheid toekomt om vreedzaam en openlijk hun geloof te belijden. En ja, ik geloof dat kiezers in vrije en democratische verkiezingen hun regering moeten kunnen kiezen.

Niet iedereen is dit met mij eens. Niet iedereen is dit eens met het Amerikaanse volk. Maar ik geloof dat deze mensenrechten universeel zijn. Ik geloof dat ze het Amerikaanse volk, het Cubaanse volk en ieder mens op de wereld toekomen.

Hier is dan ook mijn boodschap voor de Cubaanse regering en het Cubaanse volk: de idealen die het uitgangspunt voor elke revolutie zijn – de Amerikaanse revolutie, de Cubaanse revolutie, de bevrijdingsbewegingen overal ter wereld – deze idealen vinden naar mijn overtuiging hun ware uitdrukking in de democratie. Niet omdat de Amerikaanse democratie volmaakt is, maar juist omdat we dit niet zijn. En wij hebben – net als elk land – de ruimte nodig die de democratie ons geeft om te veranderen.

Ze biedt mensen de mogelijkheid een katalysator in nieuwe denkwijzen te zijn en zich opnieuw voor te stellen hoe onze samenleving zou moeten zijn en deze beter te maken.

Wij hebben heel verschillende rollen in de wereld gespeeld. Maar niemand mag ontkennen welke zorg duizenden Cubaanse artsen hebben geboden aan de armen en de zieken. Vorig jaar hebben Amerikaanse hulpverleners – en Amerikaanse militairen – zij aan zij met Cubanen gewerkt om in West-Afrika levens te redden en Ebola uit te bannen. Ik geloof dat we een dergeljke samenwerking in andere landen zouden moeten voortzetten.

We hebben in zoveel conflicten tegenover elkaar gestaan. Maar nu zitten de Amerikanen en de Cubanen samen aan tafel en helpen wij het Colombiaanse volk bij de oplossing van een burgeroorlog die zich al tientallen jaren voortsleept. Zo’n samenwerking is goed voor iedereen. Ze biedt iedereen op dit halfrond hoop.

Wij hebben deel uitgemaakt van verschillende blokken op dit halfrond, we zullen diepgaand van mening blijven verschillen over de wijze waarop vrede, veiligheid, kansen en mensenrechten kunnen worden bevorderd. Maar naarmate wij onze betrekkingen normaliseren, denk ik dat we kunnen bijdragen tot een sterker gevoel van eenheid in heel Amerika – todos somos Americanos (we zijn allen Amerikanen).

Lees de complete toespraak op de website van Time