Wat doet de EU tegen terrorisme?

Het is bij elke aanslag een terugkerende vraag: werken de landen van de Europese Unie genoeg samen?

Foto AFP

Sinds de aanslagen op Charlie Hebdo (7 januari 2015) zitten veel wetten in de pijplijn, de Europese Commissie kwam met een veiligheidsagenda. Dit leidde in januari van dit jaar alvast tot de oprichting van het European Counter Terrorism Center, een afdeling van Europol die terreurbestrijders coördineert.

Nadat tijdens de Parijse aanslagen van 13 november opnieuw was gebleken dat veel terroristen ‘eigen kweek’ zijn, werd besloten om ook EU-burgers beter te controleren die de EU in of uit komen. Tot dan toe werden vooral niet-Europeanen doorgelicht.

Maar op andere terreinen is het nog wachten op concrete resultaten. Veiligheidsdiensten delen van nature niet graag geheimen en gelden bij uitstek nog als nationale aangelegenheid. Samenwerken is niet vanzelfsprekend, hoewel de druk om dit wel te doen steeds groter wordt. Het gebeurt ook al: de huiszoeking in de Brusselse wijk Vorst vorige week, waarmee onderzoekers op het spoor van Salah Abdeslam kwamen, werd gedaan door een Frans-Belgisch ‘joint investigation team’.

Maar een Europese ‘FBI’ oprichten, die zelfstandig over grenzen heen kan opereren, blijft een brug te ver. Daarom zoeken landen naar alternatieven, buiten de EU-structuur om. Hun diensten overleggen sinds 9/11 al geregeld binnen de Counter Terrorist Group (CTG). Die krijgt, zo werd in januari aangekondigd, een extra ‘platform’ voor snellere en betere informatie-uitwisseling, vooral wat betreft terreurstrijders en Syriëgangers.

In november 2015 stelde de Commissie voor om de vuurwapenwetgeving in de EU te harmoniseren. Door de soms grote verschillen in regels, blijkt het gemakkelijk te zijn om aan wapens of munitie te komen, alarmpistolen om te bouwen tot vuurwapens of ‘gedeactiveerde’ Kalasjnikovs – voor boven de openhaard – weer gebruiksklaar te maken. Ook weten landen vaak niet van elkaar aan wie ze een wapenvergunning hebben geweigerd. De onderhandelingen over deze richtlijn, tussen EU-landen en het Europees Parlement, beginnen mogelijk pas in juli.

IS-aanslagen in Europa, de afgelopen jaren:

Een ander dossier dat zich voortsleept: de uitwisseling van passagiersgegevens (PNR, Passenger Name Record). Er ligt een akkoord, maar het Europees Parlement moet nog stemmen, mogelijk in april. Het wetsvoorstel dateert van 2011, maar stuitte op zorgen over persoonsgegevens en privacy. EU-landen zeggen dat ze de database van vliegpassagiers nodig hebben, om de gangen van potentiële daders te kunnen volgen of reconstrueren. De Franse minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve noemde het dinsdag „onverantwoord” dat de wet er nog niet door is. Overigens zijn er nu geen aanwijzingen dat de aanslagen in Brussel voorkomen hadden kunnen worden met PNR-gegevens.