Opinie

    • Louise O. Fresco

Verdrag met Oekraïne gaat over vrijheid

In 1929 besloot Jozef Stalin tot de verplichte collectivisering van de landbouw in Oekraïne. De klasse van kleine boeren werd geliquideerd en individuele productie werd grotendeels afgeschaft. Staatsbedrijven werden opgericht waar voormalige boeren als onderbetaalde arbeiders te werk gesteld werden. Ieder bedrijf kreeg een quotum om voedsel te leveren aan de Sovjetstaat. In combinatie met ongunstige weersomstandigheden en het verbod op reizen veroorzaakte de collectivisering na twee jaar al grootschalige hongersnoden. Propagandafilms toonden boeren die in het geniep voedsel verstopten voor de ‘echte’ socialistische werkers. De repressie verhevigde. Tussen 1931 en 1934 stierven waarschijnlijk vier en mogelijk vijf miljoen mensen door honger en vervolging. Rechters veroordeelden duizenden voor kannibalisme. Onafhankelijke journalisten hadden geen toegang tot het gebied, zodat dit een nauwelijks gedocumenteerde hongersnood is gebleven. Op de schaarse foto’s zien we uitgemergelde kinderen en mensen die stervend van de honger langs de straten lagen. In het Oekraïens wordt deze periode holodomor genoemd, ‘genocide door honger’: het veroorzaken van honger met als doel de uitroeiing van het Oekraïense volk. Het is een geschiedenis, zoals zo vele in de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog, die in het huidige West-Europa nauwelijks bekend is.

Het associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU kan niet los gezien worden van deze tragedie. In alle controverses over het Oekraïnereferendum is dit perspectief grotendeels afwezig. Nederland lijkt zich te beperken tot zelfzuchtige en kortzichtige standpunten over hoeveel of hoe weinig het verdrag Nederland opleveren zal. Daarnaast is het zeer de vraag of dit een zaak is voor een referendum. Maar nu het referendum er is, laten we het dan hebben over de kern van de zaak. Oekraïne wordt pas een handelspartner en een rechtsstaat als het zich kan bevrijden uit zijn afhankelijkheid van Rusland. Betrekkingen met Europa zijn daarvoor een noodzakelijke, zij het niet voldoende voorwaarde. Het verdrag gaat voor het overgrote deel over vrijhandel. En vrijhandel gaat over vrijheid. Natuurlijk, open handelsbetrekkingen zijn geen garantie voor democratie (China) of eerlijke en veilige arbeidsomstandigheden (Bangladesh). Er is geen garantie dat kippen in Oekraïne niet eindigen als plofkippen op de Nederlandse schappen. Maar het harmoniseren van voorwaarden voor duurzame en veilige productie kan alleen binnen het kader van een associatieverdrag. Het belang van het verdrag zit in het bevestigen van de vrijheid en de kansen op eerlijke concurrentieverhoudingen in een land dat die altijd heeft moeten ontberen.

Vooruitgang is, in essentie, de vooruitgang van menselijke vrijheid. Niemand heeft dat beter begrepen dan Vasili Grossman, de Joods-Oekraïense schrijver, bekend van zijn magistrale Leven en Lot. Als een van de weinigen durfde hij tijdens de Sovjet-Unie te schrijven dat graanquota het doodsvonnis vormden voor boeren. Over de betekenis van vrijheid schreef Grossman 25 jaar na de hongersnood in zijn roman Alles stroomt: „In de strijd van de collectieve boeren om brood en aardappelen, de enige opbrengst van hun inspanning, bespeurde hij meer dan het verlangen naar een beter leven, om de magen van hun kinderen te vullen en hen te kleden. In de strijd om het recht om schoenen te maken, truien te breien, te planten wat je wilde, manifesteerde zich de natuurlijke, niet te vernietigen behoefte aan vrijheid die tot de menselijke natuur behoort.”

Vrijhandel gaat over de vrijheid om keuzes te maken, over de garantie op gelijke behandeling. Dat is de enige inzet van het referendum.

    • Louise O. Fresco