Pas op, Anne Eekhout. Aandacht is geen universeel mensenrecht

Schrijfster Anne Eekhout betoogde in een opiniestuk in ‘NRC’ geen media-aandacht te krijgen wegens gebrek aan autobiografische ellende. Onzin, vindt Walt van der Linden. Niemand heeft recht op aandacht. Ook Eekhout niet.

Hafid Bouazza sprak bij 'Pauw en Witteman' over zijn nieuwe roman, overmatig drankgebruik, en levercirrose.

De literatuur zit barstensvol miskende genieën, maar toch vooral ook met zelfverklaarde miskende genieën. L.H. Wiener behoort wat mij betreft tot de eerste categorie. Zijn oeuvre bestaat onder meer uit een ruime elfhonderd pagina’s aan tamelijk briljante korte verhalen, vol ironie en zelfspot. Desondanks won Wiener geen belangrijke prijzen en bij mijn weten heeft hij ook nooit bij een primetime-talkshow mogen aanschuiven.

Tot de categorie ‘zelfverklaard’ mogen we sinds gisteren ene Anne Eekhout rekenen.
Want ziet u, aan Anne Eekhout is heel veel zelfverklaard. Anne Eekhout is zelfverklaard aardig, zelfverklaard gevat, zelfverklaard ‘redelijk’ intelligent (en bescheiden, dus ook), zelfverklaard leuk om te zien en ook nog eens zelfverklaard een goede schrijfster – the complete self-proclaimed package, zeg maar. Dit alles zelfverklaart ze niet op haar tinderprofiel, maar in een opiniestuk dat op 21 maart verscheen in NRC Handelsblad.

Het is niet aan mij om de validiteit van deze zelfrapportage in twijfel te trekken. Een neutrale weergave ervan volstaat. Het probleem is ook niet zozeer dat Eekhout zichzelf deze eigenschappen toedicht, of dat zij er blijkbaar geen probleem in ziet dit zelfoordeel bij een kleine kwart miljoen mensen te laten thuisbezorgen. Interessant is vooral dat zij meent dat de door haar genoemde kwaliteiten garant zouden moeten staan voor, of haar zelfs recht geven op, aandacht voor haar boeken.

Want het mag dan misschien zo zijn dat jong, vrouw, en aantrekkelijk zich momenteel vrij gemakkelijk naar literaire aandacht weten te vertalen, dat betekent nog niet dat deze situatie rechtvaardig is. Desalniettemin zoekt Eekhout de verklaring voor het uitblijven van een uitnodiging voor DWDD in het feit dat zij geen knettergekke alcoholist is, en zodoende niet interessant is voor televisie. Ze lijkt niet te beseffen dat haar betoog begint met een opsomming van eigenschappen die haar volstrekt onterechte streepjes voor geven op, bijvoorbeeld, de eerder genoemde L.H. Wiener, om vervolgens te klagen over een ontbrekend vijfde streepje. De Amerikanen hebben hier een prachtige term voor: a sense of entitlement.

Het klopt niet. Kijk eens hoeveel aandacht een Lize Spit (niet gek, wel goed) weet te genereren voor haar fictie-debuut. Op zijn minst moet rekening worden gehouden met alternatieve verklaringen. Bijvoorbeeld: dat Anne van Eekhouts’ Dogma geen goed boek is. Misschien is het wel helemaal een misvatting te denken dat ‘goed boek’ en ‘aandacht’ hand in hand behoren te gaan? Of dat aandacht iets is dat moet worden nagestreefd?

Eekhouts’ claims hebben niet alleen betrekking op haar pluspunten en de ontbrekende roem. De redelijk intelligente schrijfster presenteert in een enkele alinea een volledige literatuuropvatting. Goede literatuur, weet zij, die draait om fantasie. Vandaar dat zij zichzelf in één zelfgeademde adem noemt met Joost de Vries en Jamal Ouariachi, misschien wel de beste jonge schrijvers van de laatste vijf jaar – want die verzinnen immers ook alles. Via ‘pure fictie’ zouden zij gedrieën ‘de universele menselijke ervaring uit het leven destilleren.’ Ga er maar aanstaan!

Ten eerste: het predicaat waargebeurd, zelf meegemaakt heeft wel degelijk waarde. Hoe kun je het dagboek van Anne Frank los zien van het achterhuis, of Primo Levi’s Is dit een mens van het kamp? Of neem een schrijver als Özcan Akyol. Wellicht had, pak ‘m beet, Adriaan van Dis een briljante roman bij elkaar kunnen verzinnen over een jonge Turk op het criminele pad – maar dat was een ander boek geworden. Is Akyols’ unieke perspectief geen toegevoegde waarde? Over het werk van Eekhout weiger ik hier te oordelen - maar of haar verzinsels dichter bij de universele menselijke ervaring komen dan De Goelag Archipel?

Zou het?

Om zichzelf te onderscheiden van een proleet als Solzjenitsyn gebruikt Eekhout de term ‘pure fictie’. Ze geeft een heldere illustratie van dit concept: ‘personages scheppen met niets dan je verbeelding’. Maar wacht even. Waarom zou dat moeten? Ik weiger te geloven dat Grunberg of Van der Heijden hun eigen ervaringen buiten hun werk houden. Omgekeerd ‘liegen’ de beste literaire non-fictie schrijvers de boel ook weer bij elkaar en is ‘waargebeurd’ vaak niet meer dan een marketinggimmick. Literatuur is juist het terrein waarop inzichten uit wetenschap en filosofie zich vermengen met de eigen ervaring. In welke verhouding dit gebeurt is eigenlijk niet van belang.

Dat de persoon van de schrijver vaak meer aandacht krijgt dan het boek is weer een geheel andere kwestie. Eigenlijk gooit Eekhout allerlei min of meer losstaande zaken bij elkaar rond het thema ‘Ik ben Anne Eekhout en mijn haakje is miskenning’. Als we het over een ‘mediamagnetisch verleden’ of ‘verslaving als heerlijk talkshow-onderwerp’ hebben – ja, als een letterlijk opgezwollen Hafid Bouazza aanschuift bij Pauw en Witteman, dan verleent dat een roman over drankgebruik toch echt een extra dimensie.

Is die persoonlijke aandacht soms oppervlakkig? Wordt er aandacht besteedt aan de verkeerde dingen of mensen? Natuurlijk. Dat is al zo sinds het spijkerschrift. Volkszangers, voetbalvrouwen, naakte vrouwen, provocateurs, schattige huisdieren - die krijgen aandacht.

Vergeet niet dat talkshows bestaan om wasmiddel te verkopen. Critici en literatuurwetenschappers verdelen hun aandacht weer anders.

Ongetwijfeld is Eekhout een aardig, intelligent persoon. Misschien heeft ze zelfs wel een goed boek geschreven. Al was het een geniaal boek: geen van deze zaken garandeert, of geeft recht op, aandacht. You are entitled to nothing. Maar een redelijk intelligente list verzinnen om de aandacht op te eisen? Dat mag natuurlijk altijd.

Walt van der Linden is journalist