Moderat maakt de trilogie af

De drie mannen van Moderat komen met III, waarop ze vooral nadenken in geluiden.

Moderat, met vlnr: Sascha Ring, Gernot Bronsert en Sebastian Szary. Foto Flavien Prioreau

De wekker ging vanochtend om vier uur in Berlijn, zegt Sebastian Szary terwijl hij nog snel een peuk uitdrukt voor het Sheraton-hotel op Schiphol. Vandaag doen hij, Gernot Bronsert (samen Modeselektor) en zanger Sascha Ring (Apparat) vier interviews op de luchthaven. Onderweg in de auto naar Brussel hebben ze een interview, en in de Belgische hoofdstad staan er nog tien gepland. Morgen volgt een vergelijkbare dag in Londen. De persmachine rond het derde Moderat-album III draait op volle toeren. Sinds het verschijnen van hun eerste EP in 2009 zijn de leden van de technoboybrand met wortels in de DDR en de ‘noughties’ (nineties) ravescene van Berlijn uitgegroeid tot internationale popsterren. Het concert in Paradiso, Amsterdam van dinsdag was binnen twee minuten uitverkocht. In september is een tweede concert gepland in de veel grotere Heineken Music Hall.

Als drietal combineren ze de diepe bassen waarmee Modeselektor al vijfentwintig jaar festivals verplettert met de ijle, gevoelige zang van Sascha Ring. III is de vervolmaking van het Moderat-geluid dat bass-liefhebbers, technoheads en bandjespubliek verenigt. Het is een popalbum, met echte liedjes waarin de zang van Ring leidend is. Toch denkt het drietal nog steeds erg in ‘geluiden’, zegt Ring. „In de wereld van elektronische muziek, waar wij vandaan komen, gaat het minder om arrangementen en harmonie. Dat is ook waarom er sprake is van een trilogie – dat ‘geluid’, is wat alle drie onze albums bindt.”

De eerste single, ‘Reminder’, klinkt ‘typisch Moderat’, met knisperende beats, galmende synths en Rings lange uithalen. Ze zouden een half jaar toeren na het verschijnen van II, totdat zanger Ring gewond raakte bij een motorongeluk en de tour abrupt moest worden afgebroken in de zomer van 2013. Ze pakten het weer op in het voorjaar van 2014. Toen ontstond ook het idee voor een derde album, weet Szary nog goed. Ze kregen twee weken om na te denken of ze door wilden gaan met hun individuele projecten of als groep. Het werd het laatste.

Samenwerken in de studio noemt Bronsert ‘een slagveld’, waarop drie mensen ideeën naar de tafel brengen die ze overeind proberen te houden. „Het is echt vechten.” Dat ging zo: Ring zong in de ene ruimte teksten en melodielijnen in, Szary en Bronsert werkten in de ruimte ernaast aan beats, bass en synths. En soms hadden ze nog een beat liggen, zegt Bronsert. „We hebben een bibliotheek van dode nummers waarvan er af en toe eentje wordt gereanimeerd.”

Het album is meer pop omdat Ring vertrouwen heeft gekregen in zijn zang. „Ik had niet meer het idee dat ik een sukkel was die zichzelf belachelijk maakte. Want dat is wat er meestal gebeurt in de studio. Ik probeer verschillende dingen uit, denk ‘niemand zou dit moeten horen’, zij horen het toch en zeggen ‘nee het is wel goed’!”

Op het eerste Moderat-album zong Ring de vocalen voor twee nummers in, op het tweede album waren er nog gastzangers. Dit keer, vlak na de tournee, had Bronsert het podium in zijn achterhoofd. „We wilden meer liedjes, dat werkt goed live, dus is het logisch dat Sascha nu het voortouw nam.”

Druk zijn in je hoofd

De poëtische teksten die hij schreef gaan over eigentijdse thema’s als druk zijn in je hoofd (‘Running’) en existentiële eenzaamheid (‘Eating Hooks’). „Het heeft zeker met de tijdsgeest te maken”, zegt Ring, „al zijn de nummers vooral persoonlijk.” De periode na het motorongeluk was voor hem een fase waarin hij afstand nam van zijn rock-‘n-roll-leven. Zo zingt hij in ‘Eating Hooks’: ‘I want to come out of the woods. They offer me shade. A face with no name. A game I can play. But I can’t be dead. Meditation, Medication are eating the hooks that tear me.’ Ring: „Het gaat veel over mezelf, maar ik probeerde het te vertalen naar een groter publiek.”

Szary en Bronsert zongen ook mee, op ‘Ghostmother’, geïnspireerd door de Michael Jackson-platen uit de jaren tachtig die Bronsert toen veel luisterde thuis. Bronsert: „Hij heeft altijd dat gospelgevoel, daar houd ik erg van.”

Het vorige album maakten ze in zes gure wintermaanden in Modeselektors studio in Mitte, hartje Berlijn, dit keer werkten ze nog langer, in verschillende periodes. „We hebben echt de tijd genomen om te kijken of een nummer in de Moderat-traditie past”, zegt Bronsert.

En dat hoor je aan de frisse, originele plotwendingen en beats. Neem ‘Animal Trails’: na een intro van zachte jungle percussiepatronen op de achtergrond ontspoort het nummer na een minuut in klabeng-drums alsof een paar mannen grote olievaten onder handen neemt. Het nummer stopt vrij abrupt, nergens komt er een wending die je kon voorzien. Het is ook Gernot, de drumcomputergoeroe, die altijd het podium in zijn achterhoofd houdt bij het produceren, zegt Ring. „We kunnen niet alleen maar aankomen met een handvol romantische ballads.”

III is het derde deel van ‘de trilogie’, betekent dat het einde van Moderat? „Nee”, zegt Ring, „maar de rode draad heeft in deze plaat wel zijn climax bereikt. Voor de volgende plaat moeten we gaan zitten en mandoline spelen of zoiets.”

    • Rolinde Hoorntje