Lobbyen voor mensenrechten bij Movies that Matter

Achter de schermen van het Movies that Matter-festival bezoeken filmmakers/activisten politici en belangengroeperingen.

De Afghaanse rapster Sonita Alizadeh is een van de tien mensenrechtenactivisten die deze week te gast zijn op het Movies that Matter-filmfestival in Den Haag. Klokkenluider William Binney een andere. Zij zijn waarschijnlijk de bekendste namen die kans maken op een Gouden Vlinder, de Matter of ACT Award voor een van de hoofdpersonen uit de films op het festival. Maar ze doen niet onder voor de ‘Hooligan Sparrow’ uit China die met naaktfoto’s en undercoveracties in bordelen aandacht vraagt voor kindermisbruik, verkrachting en vrouwenrechten. Of Parvez Sharma, die als openlijke homo naar Mekka ging. ’s Avonds vertellen ze op en voor het filmdoek hun verhalen, overdag spreken ze achter de schermen met politici en belangengroeperingen. Het is een weinig geziene kant van het festival dat daarmee een belangrijk lobby-instrument is in de strijd voor mensenrechten.

Maandag verzamelden ze zich op het kantoor van Amnesty International in Amsterdam, voor workshops en ontmoetingen. Dinsdag en woensdag waren ingeruimd voor een bezoek aan het Internationaal Strafhof in Den Haag en gesprekken met de afdeling mensenrechten van Buitenlandse Zaken en de buitenlandwoordvoerders uit de Tweede Kamer. „Uit zulke ontmoetingen komen soms heel concrete acties voort”, vertelt Wim Brouwer, al zeven jaar verantwoordelijk voor de samenstelling van het programma. „Twee jaar geleden was de Eritrese radiopresentatrice Meron Estefanos aanwezig, die zich inzet voor de gegijzelde Eritrese vluchtelingen in de Egyptische Sinaïwoestijn. Typisch zo’n vergeten conflict. Door daar in het gesprek met de vaste Kamercommissie de aandacht op de vestigen, rolde het balletje door naar de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, die het mee kon nemen in een overleg. Dat zijn de succesverhalen waar je op hoopt.”

Met de Malinese zangeres Fadimata ‘Disco’ Walet Oumar, niet alleen bekend van de band Tartit maar ook als voorvechtster van vrouwenrechten in Burkina Faso, bezoek ik later op de middag de organisatie Musicians Without Borders, die in oorlogsgebieden muziekprogramma’s opzet. Het relaas van Oumar klinkt als een scène uit Timbuktu (2014), waarin te zien is hoe na de komst van de jihadisten in Mali elke vorm van muziek op straffe van dood verboden werd. Oumar: „Muziek is voor ons een vorm van leven, van expressie. Bij de Toeareg zijn de vrouwen vrij en belast met de scholing van kinderen. Via de muziek brengen wij onze tradities over.” Oumar zet in vluchtelingenkampen programma’s op voor vrouwen en kinderen. Bij Musicians Without Borders werden al eerder gitaren voor Mali ingezameld, en nu ontstaat het idee of er niet een tweede lading instrumenten die kant op kan. Morgen zal het in Den Haag weer over grote dingen gaan. Maandag ging het in Amsterdam over de kleine zaken die het grote verschil maken.