Kapitalistisch China-epos

Wie het moderne China wil begrijpen, moet de films van Jia Zhang-ke (1970) zien. Met zijn vorige film A Touch of Sin maakte hij een boze, maatschappijkritische geweldsuitspatting. Met Mountains May Depart is hij terug bij de epische films uit het begin van zijn carrière.

In een ambitieus drieluik (drie periodes, drie stijlen, drie kleurpaletten, drie beeldformaten) volgt hij vanaf 1999 twee jonge mannen en een jonge vrouw uit Fenyang (geboorteplaats van Jia zelf), die elk een stukje van de puzzel van het Chinese kapitalisme vertegenwoordigen. In een in de nabije toekomst gesitueerd hoofdstuk is zoon Dao-le (‘Dollar’) naar Australië verhuisd, hij vervreemdt van zijn taal en cultuur. Deze materialistische generatie bereikte misschien meer dan de kinderen van het communisme, maar is van zichzelf vervreemd. Dat is geen heimwee of behoudzucht, maar de melancholie van de geschiedschrijver: in elk relaas schuilt vergeten, in elk shot verdriet om het ongefilmde. Dat houdt Mountains May Depart vitaal, zelfs als hij minder spectaculair en consequent is dan zijn eerdere kronieken.