‘Ik doe alles wat het leven mooi maakt’

Peter Verhallen (61) is onderzoeker van de Onderzoeksraad voor Veiligheid in Den Haag. Al elf jaar lang doet hij onderzoek naar ongevallen en rampen. Samen met zijn vrouw woont hij in een koophuis in Houten.

IN

‘Ik ben al vrij lang aan het werk als onderzoeker, maar voorheen werkte ik bij de brandweer en deed ik onderzoek naar brandweeroptredens. Toen Pieter van Vollenhoven in 2005 pleitte voor een onafhankelijke onderzoeksraad, trok dat mijn aandacht. Ik vond dat hij dat mooi deed en hij had succes. Daar wilde ik graag bij horen, dus solliciteerde ik. Nu doe ik al elf jaar onderzoek naar uiteenlopende ongevallen en rampen.

Ik heb een uitstekend salaris, maar goede onderzoekers zijn zeldzaam. Daar mag ook wel iets tegenover staan. Je moet je specialisme, in mijn geval branden, combineren met een goed analyserend vermogen. Vervolgens moet je je bevindingen ook nog duidelijk opschrijven, dat is niet voor iedereen weggelegd. Bovendien heb je vaak te maken met emoties van nabestaanden, daar moet je tegen kunnen. Ik kan me er goed voor afsluiten, het psychologisch pantser noemen ze dat. Tegelijkertijd moet je wel weten hoe met nabestaanden om te gaan. Toen ik net begon werd ik met de Schipholbrand direct in het diepe gegooid. Het resultaat van ons onderzoek is dat gevangenissen in Nederland nu veel veiliger zijn geworden, dat is mooi om te zien.

Over vier jaar ben ik 65 en dan vind ik het wel genoeg geweest. Niet dat ik het werk zat ben, ik ga altijd met veel plezier aan de slag, maar ik wandel en fiets graag en dat is met een volle werkweek toch lastig. Het lijkt me prachtig straks niet meer te hoeven worstelen met de tijd.”

UIT

‘Ik geef normaal gesproken weinig uit, maar als het om mijn fiets gaat zijn er geen grenzen. Zo heb ik laatst een racefiets van Storoni gekocht, met een titanium frame. Veel racefietsen zijn tegenwoordig van carbon, omdat het zo licht is, maar titanium vind ik mooier. Mijn liefde voor racefietsen is er altijd al geweest. Op mijn zestiende kreeg ik van mijn ouders een racefiets op mijn verjaardag, sindsdien ben ik eraan verslingerd.

Ik ben lid van twee fietsclubs en rijd regelmatig toertochten door Europa. Zo heb ik de professionele koers Parijs-Nice nagereden en de tocht van Parijs naar Brest en weer terug: 1.250 kilometer non-stop. Een verschrikkelijke uitputtingsslag, maar ik heb het wel gedaan, dat neemt niemand mij meer af. Soms gaat mijn vrouw mee, in september beklim ik met mijn oudste dochter van 26 de Mont Ventoux. Wandelen doe ik ook. Soms alleen, soms met mijn vrouw. We zijn naar Santiago de Compostella geweest en ik heb verdeeld over een aantal jaar van Houten naar Sicilië gelopen. In een logboek houd ik bij wat ik wekelijks al wandelend en fietsend afleg. Per jaar komt dat al snel neer op zo’n 2.000 kilometer lopen en 8.000 kilometer fietsen.

Al die tochten kosten natuurlijk wel geld, dus daar zet ik maandelijks wat voor opzij. Maar ik heb een goed salaris, ik hoef me helemaal niet met geld bezig te houden. Ik kan alles doen wat het leven mooi maakt.”