Hoe verloopt de identificatie van de slachtoffers?

Het zal nog even gaan duren voordat de identiteit van alle slachtoffers vaststaat, zegt een forensisch patholoog. „Iedere identificatie kent zijn problemen. In dit geval is het probleem dat je niet weet wie je mist.”

FOTO AP

Even voor acht uur belden de kinderen naar huis. Alexander en Sascha vertelden dinsdagochtend dat zij goed waren aangekomen op het vliegveld van Brussel. Ze hadden zich net aangesloten in de rij voor American Airlines. Toen klonk een explosie. Glasgerinkel. Verbinding verbroken.

Vanaf dat moment begon de zoektocht van de familie Pinczowski uit Maastricht naar hun zoon en dochter. Moeder Karen plaatste foto’s op Facebook. Van Sascha, een brunette die zwoel in de camera kijkt op het strand. Van Alexander, een vrolijk lachende twintiger met een kortgeschoren baardje. Had iemand hen gezien?

Niemand had hen gezien. Evenmin kon het Belgische noodnummer 1771 uitsluitsel geven. Karen keek op Rode Kruis-website ‘Ik ben veilig’. Daar kunnen mensen die in Brussel waren tijdens de aanslagen laten weten dat zij veilig zijn. Via de site vonden al 362 mensen een familielid terug. Karen niet. Haar kinderen hadden zich niet gemeld.

Sinds woensdagochtend is de website uit de lucht. „Omdat er geen nieuwe meldingen meer binnenkomen”, zegt een woordvoerder van het Rode Kruis.

Alexander en Sascha gelden nu als vermist. Naast de broer en zus is nog een derde Nederlander vermist, meldde het ministerie van Buitenlandse Zaken woensdag. Of zij deel uitmaken van de ruim dertig dodelijke slachtoffers, is onbekend. Er waren woensdagavond vier slachtoffers geïdentificeerd.

‘Je weet niet wie je mist’

Het zal nog even gaan duren voordat de identiteit van alle slachtoffers vaststaat, zegt forensisch patholoog Frank van de Goot. „Iedere identificatie kent zijn problemen. In dit geval is het probleem dat je niet weet wie je mist.” Om iemands identiteit vast te stellen is een paspoort niet genoeg, zegt Van de Goot. „Je kunt niet uitsluiten dat een paspoort door de explosie op het lichaam van een ander terecht is gekomen.”

Daarom beschrijven onderzoekers de gevonden lichamen zo uitvoerig mogelijk: hoe lang is iemand, wat is zijn of haar gewicht, haarkleur, oogkleur. Zijn er bijzondere kenmerken, zoals een tatoeage. Daarnaast wordt DNA-materiaal afgenomen en een gebitsstatus opgemaakt. „Al die gegevens komen in een ‘post-mortem dossier’ terecht”, zegt Ed Kraszewski, woordvoerder van het Landelijke Team Forensische Opsporing (LTFO). „Daarna wordt bij nabestaanden van vermisten zo veel mogelijk informatie vergaard. Hebben ze een goede foto? Heeft de vermiste opvallende lichaamskenmerken? Kan er DNA beschikbaar worden gesteld? Zo niet: DNA van een familielid? Al die gegevens komen in het ‘ante-mortem dossier’. Een computer vergelijkt de twee dossiers.”

Opvragen DNA kost tijd

Zo’n match kan lang op zich laten wachten. Met het maken van een betrouwbare DNA-test gaat al een dag verloren, zegt patholoog Van de Goot. En belangrijker: het opvragen van DNA-materiaal van familieleden kan veel tijd kosten. Er zijn volgens de Belgische autoriteiten minstens veertig nationaliteiten onder de slachtoffers. Van de Goot: „Bij iemand uit Zuid-Afrika is het de vraag wanneer de familie belt: hé, die is niet thuis gekomen.”

De commissaris-generaal van de Belgische federale politie bevestigde woensdag dat de verschillende nationaliteiten het identificatieproces bemoeilijken. Om informatie over hen te verzamelen, werd een beroep gedaan op Interpol.

Naast de broer en zus is er nog een derde Nederlander vermist

Ondertussen zitten potentiële nabestaanden, zoals de familie Pinczowski, in onzekerheid. In Nederland is het gebruikelijk dat zij tijdens zo’n proces worden bijgestaan door familierechercheurs. „Nabestaanden willen informatie. Zolang die er niet is, worden ze onrustig”, zegt Ans Withaar, die Nederlandse familierechercheurs traint. „Rampen worden gekenmerkt door chaos. De informatie komt mondjesmaat. Familierechercheurs fungeren als informanten tussen het drama en de familie. Zij praten met potentiële nabestaanden. Vooral als lichamen verminkt zijn, is belangrijk te weten hoe een lichaam eruitzag.”

Dat er lichamen verminkt zijn, staat voor Van de Goot vast. „Hoe dichter je bij het explosief staat, hoe verder je uit elkaar geslagen wordt.”

Het informeren van nabestaanden kan volgens Van de Goot niet sneller. „Pas als je honderd procent duidelijkheid hebt, worden ze geïnformeerd. Je kunt het je wel veroorloven om mensen in de stress te laten zitten. Maar je kunt het je niet veroorloven dat je iemand doodverklaart die een paar dagen later toch blijkt te leven.”