Een vrouw van de wereld

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus. studio nrc

In alle asielzoekerscentra waar ik de afgelopen maanden was, hoorde ik: „Er cirkelen hier mensenhandelaren rond.” Of: „Dit is een kwetsbare plek.”

Met het aantal vluchtelingen neemt ook het aantal slachtoffers van mensenhandel toe, hoor ik bij welzijnsorganisatie Comensha – meer dan 2.000 meldingen in 2015. Ik bezoek een opvanghuis van Humanitas in Rotterdam, waar permanent twintig buitenlandse vrouwen op krachten kunnen komen. Bijna allemaal in Nederland gedwongen werkzaam geweest in de prostitutie, en bijna allemaal zullen ze na hun verblijf in dit opvanghuis in de illegaliteit verdwijnen.

In de huiskamer zit de jonge vrouw uit Mongolië te wachten. Zwart haar danst om haar middel. Een meisje nog, 21 jaar, met een gezicht dat ooit de slappe lach moet hebben gehad en nu stil voor zich uit kijkt. Ze vertelt dat ze in de hoofdstad Ulan Bator als marketingmedewerker een middenklassenleven leidde. „Maar ik was getuige van een grote fraudezaak in het bedrijf waar ik werkte en werd bedreigd”, zegt ze. Met hulp van een kennis, „een vrouw van de wereld”, vluchtte ze het land uit, naar Parijs. „Daar”, zegt ze, „veranderde in een nacht alles.”

‘In een nacht veranderde alles’

Later vertelde ze de politie dat ze zes maanden lang op verschillende adressen was vastgehouden. Dat ze aanvankelijk „onnozel” steeds binnen zat, maar dat ze kenbaar had gemaakt modevakken te willen studeren. Haar Mongoolse en Franse gastheren namen haar paspoort af om haar aan de kunstacademie in te schrijven, zeiden ze. In plaats daarvan moest ze mannen ontvangen, werd ze naar afwerkplekken gestuurd en kreeg ze klappen.

Dat laatste kan ze zelf niet vertellen. Ze huilt. „Mijn waardigheid is weg”, zegt ze. Waar ze zich bevond, ze hoorde het pas later. Ze wist te ontsnappen en dook weer op in Ter Apel en verbleef daarna tussen de Syriërs en de Irakezen in de noodopvang van Budel. „Ik heb daar alleen gekeken, ik vertrouwde niemand.”

De politie is haar zaak nog aan het onderzoeken met de schamele aanwijzingen die zij gaf. Intussen heeft ze een verblijfsvergunning voor een jaar gekregen, die nog met twee jaar kan worden uitgebreid. Is haar zaak tegen die tijd niet opgelost of allang geseponeerd, dan moet ze terug naar Mongolië. Of, zoals veel van haar lotgenoten, zonder verblijfsstatus de straat op. „Hun lot hangt vaak af van de uitkomst van het politieonderzoek of van de officier van justitie”, zegt Gerrian Nijhof, die de leiding heeft in het opvanghuis. „Alleen als er strafvervolging komt tegen de daders, wordt haar claim dat ze slachtoffer is van mensenhandel, serieus genomen.”

„Mijn verwachtingen zijn omgekeerd”, zegt de jonge vrouw uit Mongolië. Ze heeft haar belevenissen nog niet aan haar ouders durven vertellen.