Een voor allen, allen voor een

Veel zzp’ers zijn niet verzekerd tegen ziekte: te duur. Zij kunnen zich aansluiten bij een broodfonds. Is dat verstandig?

Illustratie Fotodienst NRC

Langdurig ziek zijn is nooit leuk. Maar voor een groot deel van de ruim 1,5 miljoen zzp’ers in Nederland is het extra vervelend: naast fysiek ongemak is de kans groot dat het hen ook financiële problemen oplevert.

Sinds 2004 is het in Nederland niet meer verplicht om je tegen arbeidsongeschiktheid te verzekeren. De Autoriteit Financiële Markten berekende afgelopen jaar dat slechts 23 procent van de zzp’ers een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) heeft. De reden: velen vinden premies te hoog en ergeren zich aan kleine lettertjes.

Als alternatief sluiten steeds meer zzp’ers zich daarom aan bij een broodfonds. Het idee achter zo’n collectieve voorziening is dat een groep mensen die elkaar kent, beter voor elkaar kan zorgen dan een anonieme verzekeringsmaatschappij. Maandelijks maken twintig tot vijftig leden een bedrag over naar het fonds. Mocht een van hen door ziekte niet meer kunnen werken, dan schenken de anderen een klein bedrag uit de opgebouwde buffer. Hoe meer iemand maandelijks inlegt, hoe meer er ‘geschonken’ wordt in geval van ziekte.

Op dit moment zijn er 182 broodfondsen in Nederland, met in totaal 7600 deelnemers. Een van die fondsen werd opgericht door coach Martine Vecht uit Gouda. Ze was al een tijdje ontevreden over haar aov: „Voor de verzekeringsmaatschappij was ik een nummertje, persoonlijk contact was niet de bedoeling. Toen ik bijvoorbeeld iets wilde aanpassen in mijn polis, gaf dat enorm veel gedoe.” Met vijftig leden zit haar ‘Kaas op Broodfonds’ inmiddels vol.

Om je bij zo’n fonds aan te sluiten, of er zelf een op te richten, stelt Broodfonds – de overkoepelende organisatie die het concept in 2006 voor het eerst testte – eisen. Zo moet je ten minste een jaar een bedrijfje hebben, met een maandelijkse omzet van minstens 750 euro. Bij een bestaand fonds moet je worden voorgedragen door een ander lid, het aantal leden blijft het liefst tussen de 20 en 50. Met deze regels wil Broodfonds er voor zorgen dat er genoeg mensen meebetalen, maar dat de groep ook niet zo groot wordt dat leden elkaar niet goed kennen.

Bos bloemen

Nelleke de Jong (52) heeft een tekstbureau en werd door Kaas op Broodfonds opgevangen toen zij overspannen raakte en een paar maanden rust moest nemen. „Het kostte me veel moeite om me ziek te melden, omdat ik het lastig vond toe te geven dat ik mezelf over de kop had gewerkt.” Toen ze eenmaal had aangegeven dat ze overspannen was, kreeg ze meteen een bos bloemen toegestuurd met een kaartje waarop stond: ‘Hier is een broodfonds voor.’ „Dat deed me ontzettend goed.”

Tijdens haar ziekteperiode had De Jong regelmatig contact met een bestuurslid van het fonds, om te vertellen hoe het met haar ging. Ondertussen stuurden leden haar beterschapswensen. Hoeveel ze maandelijks aan schenkingen ontving, wil ze om privacyredenen niet zeggen. Maar bij de meeste fondsen ligt het bedrag tussen de 750 en 2500 euro.

Net als bij een aov kun je niet eeuwig aanspraak blijven maken op een broodfonds: het schenken stopt na maximaal twee jaar. Voor wie het risico op een langere ziekteperiode wil afdekken, is er de mogelijkheid een aov af te sluiten die pas na twee jaar ziekte begint met uitkeren. Uit onderzoek van TNO blijkt dat 99 procent van de arbeidsongeschikte zzp’ers binnen die tijd weer aan het werk is. De premie voor deze aov is daarom een stuk lager.

Zitten er dan helemaal geen nadelen aan een broodfonds? Jawel. Zo wordt er bijvoorbeeld gewaarschuwd voor de risico’s van een broodfonds. Maarten Post, voorzitter van Stichting ZZP Nederland, raadt zijn leden zelfs af om in een broodfonds te stappen: „Als drie mensen zich tegelijkertijd langdurig ziek melden, dan is de pot al snel leeg.”

Mies Westerveld, hoogleraar sociaal verzekeringsrechts aan de Universiteit van Amsterdam, bevestigt dat de kans dat een broodfonds omvalt reëler is dan bij een verzekeraar. Het broodfonds is met name in de beginfase kwetsbaar, wanneer er nog nauwelijks een buffer is opgebouwd. Toch wordt hier volgens Biba Schoenmaker, een van de drie oprichters van Broodfonds, aan gewerkt: „Op dit moment zijn we bezig met het opzetten van een samenwerkingsverband tussen broodfondsen. Zo kunnen ze elkaar ondersteunen, mocht een fonds met veel zieken te maken krijgen.”

Dat een broodfonds uit een kleine groep ondernemers bestaat lijkt bovendien op het eerste gezicht een zwakte, maar is juist hun kracht, zegt Westerveld. „Mensen die bij een broodfonds zijn aangesloten, voldoen aan sterke criteria en handelen vanuit een bepaalde ideologie. Zij kennen elkaar en voelen daardoor een onderling vertrouwen. In een broodfonds wordt een appèl gedaan op zelfredzaamheid, terwijl je bij verzekeringsmaatschappijen enkel risico’s verzekert.”

Het wordt volgens hem pas gevaarlijk wanneer broodfondsen te groot worden. „Dan neemt de betrokkenheid van leden af en wordt het fonds anoniemer. Ik heb vergelijkbare initiatieven om deze reden failliet zien gaan.”

Poortwachters

Een ander nadeel van broodfondsen is volgens Maarten Post dat zij strenge eisen stellen aan potentiële leden. Volgens de richtlijnen van Broodfonds mag het bestuur van een broodfonds alleen kijken naar de huidige gezondheid van een potentieel lid, maar Post betwijfelt of dat in de praktijk ook gebeurt.

„Broodfondsen hebben poortwachters die bepalen wie er wel en niet mee mag doen. Als je kunt aantonen dat je geen verborgen risico’s hebt, dan mag je er eventueel bij. Maar als je chronisch ziek bent, word je niet toegelaten. Op die manier heb je vooral solidariteit onder de zzp’ers met lage risico’s.”

Volgens voormalig politicus Pieter Hilhorst, die zelf een broodfonds startte voor schrijvers en journalisten, heeft ZZP Nederland een verkeerd idee van solidariteit. „De essentie van een broodfonds is dat alle mensen samen de keuze maken elkaar op te vangen als zij ooit ernstig ziek worden”, aldus Hilhorst. „De deelnemers weten niet van te voren wie misschien ziek wordt: dát is solidariteit.”

Bovendien moet je een broodfonds volgens hem vergelijken met de beschikbare alternatieven. „Een aov is duur en heeft veel risico’s. De betaalde premie ben je kwijt, bij een broodfonds blijft het geld van jou. Daarnaast kent het ook geen kleine lettertjes met uitsluitingsgronden. Freelancers zijn net krekels: ze denken liever niet aan de winter. Ze hebben meestal niks geregeld als ze door ziekte niet kunnen werken. Het broodfonds is een mooi voorbeeld van het vermogen van mensen om met behulp van hun sociale netwerk tegenslagen op te vangen. Daarom zeg ik: krekels aller landen, verenigt u!”

    • Ties Gijzel