Om deze clown hoef je niet altijd te lachen

Als beroepsclown kun je meer doen dan optreden op kinderfeestjes. Contact leggen met dementerende ouderen bijvoorbeeld, of troost bieden op een uitvaart of herdenkingsdienst.

Bij een clown denken we al snel aan een kolderieke verschijning, die op te grote schoenen een kinderfeestje binnen komt sloffen, om daar met plastic bloemen slecht getimede grappen te vertellen. Iemand die een uur later met honderd euro in zijn zak weer naar de bus sjokt. Minder bekend is de contactclown, die zich toespitst op ‘gentle clowning’.

„Gentle clowning houdt zich meer bezig met speelsheid dan met grappen, het benadert falen of verdriet op een luchtige manier en is vriendelijk in alles”, zo omschreef de onlangs overleden grondlegger van gentle clowning, Roelof van Wijngaarden zijn manier van clownen, die hij zelfs voor begrafenissen geschikt achtte. Van Wijngaarden, werkzaam als clown in de verslavingszorg en later ook als cliniclown, gaf vele workshops in gentle clowning. Zijn methode, waarbij een zachtaardige uitnodiging tot contact centraal staat, leeft nog altijd voort.

Roelof van Wijngaarden:

Jacqueline de Graaf (53) eigenaresse van eenmansbedrijf Clown2b werkt nu zes jaar als contactclown. Ze doet dit naast haar werk als dramadocent en kleuterleidster en genereert er 20 procent van haar inkomen mee. Ze geeft workshops aan particulieren en andere clowns en verzorgt daarnaast veel optredens voor dementerende bejaarden.

Dat er behoefte is aan clowns binnen de zorg blijkt wel uit het aantal boekingen. CareClowns, de zusterorganisatie van Cliniclowns die zich uitsluitend op dementiepatiënten richt, verzorgt volgens haar website meer dan vierhonderd bezoeken per jaar aan zorginstellingen binnen Nederland. En ook Jacqueline wordt met open armen onthaald op psychogeriatrische afdelingen.

„Het gaat om het contact. Ik associeer de clown met ontroering, kwetsbaarheid en authenticiteit. Je kunt als clown kwetsbare groepen bereiken die normaal in een gesloten wereld leven.”

‘Vindt u het niet leuk dat ik er ben?’

Op de psychogeriatrische afdeling van zorgcentrum Drieënhuizen zit een twintigtal ouderen in de gemeenschappelijke woonkamer. Een man praat wat voor zich uit, in een hoek zit een vrouw in een rolstoel. Ze tuurt naar buiten, in haar handen houdt ze een pop vast. Naast haar is een medebewoonster ingedommeld. Verzorger André van Spijk gaat in het midden van de woonkamer staan: „Dag allemaal, er komt zo een clown en dan gaan we iets leuks doen met zijn allen!” Niemand reageert. De vrouw met de pop in haar hand sluit haar ogen. Het ziet ernaar uit dat de warme bejaardentehuislucht iedereen een beetje slaperig heeft gemaakt. „De meesten hebben vergevorderd stadium van alzheimer”, legt Van Spijk uit. „Ik kan ze wel uitleggen dat jullie van de krant komen, maar het blijft toch niet hangen.”

Dan komt Jacqueline binnen. Ze draagt een grijze jurk met witte stippen en heeft een rode zakdoek in haar haren. Haar rode neus steekt eigenwijs naar voren. Een bewoner kijkt verward, een andere schudt nors haar hoofd en roept: „Nee, nee, nee!” Jacqueline stuift er direct op af: „Wat is er mevrouw, vindt u het niet leuk dat ik er ben?” De vrouw kijkt haar aarzelend aan. „Jawel, maar ik ben hier.” Jacqueline: „Weet u dat zeker mevrouw, hier, of bent u daar?” Ze wijst naast de bank. De vrouw begint te lachen.

De psychogeriatrische afdeling van zorgcentrum Drieënhuizen krijgt nu sinds twee jaar clowns over de vloer.Foto’s David van Dam

Naast haar grijpt een vrouw grinnikend naar de koffie, Jacqueline reageert direct. „Koffie, koffie, lekker bakkie koffie”, zingt ze terwijl ze tussen de varens en rolstoelen heen danst. Ze zwaait met haar zakdoek door de lucht. Opeens klinkt vanuit een hoek de stem van de man die eerder in zichzelf zat te praten. Hij lijkt aangestoken door Jacquelines zingen: „Ouwe Taaie, Ouwe Taaie, jippie, jippie, jee.” Jacqueline gaat erin mee. En al snel zingt iedereen die bij machte is uit volle borst: „Jippie, jippie, jee.”

De apathische sfeer van een half uur geleden heeft plaatsgemaakt voor uitbundige vrolijkheid. Het lijkt wel Cocoon, de film waarin bejaarden met behulp van buitenaardse krachten hun jeugd terugvinden. Iedereen is wakker en geniet met volle teugen. „Met Gentle Clowning stem je af op wat er is”, legt Jacqueline uit. „Wat je met dementerenden kunt bereiken, is dat je even contact kunt leggen. Veel van hen hebben een goed geheugen voor liedjes en dat kan zó’n geluk geven.”

Dat geluk proef je op de afdeling waar de bewoners in lachen uitbarsten als Jacqueline een woord van een liedje vergeet of verkeerd uitspreekt. „O, ik weet het niet meer, weet u het nog, mevrouw? Weet u nog waar Berend Botje naartoe ging?” Vanuit een hoek van de kamer roept iemand: „Laren!” Er wordt geknikt en gelachen.

„Hun wereld is klein en door deze prikkel wordt er iets opengebroken. Het is sowieso fijn ze met een glimlach op hun gezicht te zien”, zegt verzorger André van Spijk. Juist daarom doet Jacqueline dit werk, zegt ze: „Ik geloof dat je als clown kunt helpen. Dat je deze mensen niet alleen kunt openbreken, maar ook kunt troosten.”

Contact en troost vormen een groot onderdeel van Gentle Clowning. Net als grondlegger Van Wijngaarden, waar Jacqueline ooit een workshop bij volgde, is zij daarom ook rouwclown die mensen bijstaat in hun verlies. Van Wijngaarden vond de rouwclown in 1996 uit, tijdens een opleiding uitvaartondernemen. Hij geloofde dat een clown mensen kon helpen bij hun rouwverwerking. „Het klinkt tegenstrijdig: een clown op een begrafenis of crematie”, schreef hij op zijn website.

„Maar de gentle clown maakt geen grappen en grollen. Met zijn onbevangen houding biedt hij troost en kan hij voorkomen dat de aanwezigen verkrampen, wanneer er bijvoorbeeld iets grappigs wordt verteld over de dode waarover iedereen zou willen schateren, maar dat niet doet omdat het zo ongepast is.”

‘Grappen en grollen zijn uit den boze’

Hoe groot het enthousiasme van Van Wijngaarden ook was, zijn balboekje bleef wat begrafenissen betreft nagenoeg leeg. Het concept lijkt in België beter aan te slaan dan in Nederland. Daar ‘clownt’ Peter Leeman, naast zijn werk als politieagent, regelmatig op begrafenissen. „Op verzoek van de familie probeer ik op een heel subtiele manier het rouwproces iets draaglijker te maken. Dat kan gaan van een ingetogen knik of een uitgestoken hand, tot iets symbolisch”, legde hij in 2013 uit aan het Nieuwsblad. „Grappen en grollen zijn uit den boze. Het is als het ware balanceren op een slappe koord tussen leven en dood.” Leeman draagt op begrafenissen een zwart pak, heeft slechts een dun laagje make-up op, zijn neus schildert hij voor de gelegenheid zwart.

„De rouwclown is een moeilijk product om aan de man te brengen”, zucht Jacqueline. Zelf verleende ze slechts eenmaal haar diensten op een uitvaart. „Mensen associëren clowns met grappig doen en dat past niet bij uitvaarten.” Zelf vult ze het in door „ een bepaald gebaar te maken”, waarmee ze contact legt. „Zoals tijdens die herdenkingsdienst: eerst werden er kaarsjes aangestoken, er werd piano gespeeld en een verhaal verteld, en toen kwam ik. Ik droeg een bloem achter mijn rug en keek de mensen aan. Daarna haalde ik de bloem tevoorschijn en toonde hem aan iedereen, waarbij ik liet zien dat ik verdrietig was en begon zacht te neuriën. Ik zong een soort wiegenlied voor de bloem. Van daaruit ging ik dansen en feesten met de bloem, wat eindigde met dat ik die bloem omhooghield. Toen hij weer naar beneden kwam, was hij geknakt. Geknakt, maar wel zichtbaar voor iedereen.

Een oude vrouw kwam daarna op me af en zei: „Zo is het precies. Zo voelt het.’” Jacqueline erkent dat er ook veel verbazing was over haar optreden. „Voor mij was het heel duidelijk dat dit ook bij een uitvaartdienst paste, maar niet iedereen deelde dat gevoel. Begrafenissen en clownen lijken gewoon niet zo te matchen.”

Eenmalig cadeau

Dementerende bejaarden en clowns gaan dan juist wel weer prima samen. Onderzoek van het Louis Bolk Instituut naar het effect van CareClowns bij mensen met dementie, wijst uit dat 79 procent van de ondervraagde zorgmedewerkers vindt dat de sfeer op de afdeling positief tot zeer positief is na het bezoek van de CareClowns. Aandacht en contact worden als belangrijkste veroorzakers genoemd, gevolgd door het hebben van tijd en het maken van muziek en grapjes.

Dat het clownen bij deze kwetsbare groep aanslaat, laat Jacquelines optreden van vandaag zien. De afdeling van zorgcentrum Drieënhuizen krijgt nu sinds twee jaar clowns over de vloer. Wat begon als een eenmalig cadeau van een familie, die niet goed wist wat ze moesten schenken, wordt nu meerdere keren per jaar herhaald.

„Het is heel bijzonder”, vertelt André van Spijk. „De mensen hier op de afdeling leven zichtbaar op. De een begint hard mee te zingen, de ander begint te lachen. Die mevrouw die daar in de hoek zit, die reageert nu nauwelijks meer. Ze was twee jaar geleden nog redelijk goed, al was ze toen al moeilijk aan het lachen te krijgen. Maar toen de eerste clown hier twee jaar geleden kwam, straalde ze en genoot ze met volle teugen.”
„Je bent wel gestoord hoor”, vertrouwt een bewoonster Jacqueline toe. Een medebewoonster op de bank knikt heftig: „Heel gestoord.”

„O, ja?”, zegt Jacqueline verbaasd. „Maar ook wel lief, toch?” Er wordt gelachen. Ja, wel lief.

Jacqueline haalt een zilveren handspiegel tevoorschijn. Ze knielt naast een grijze bewoonster in een rolstoel. Samen kijken ze in de spiegel. Jacqueline zingt zachtjes: „Oooooh wat ben je mooi, oooooh wat ben je mooi. Zoiets heb ik in jaren niet gezien, zo mooi, zo mooi.” De vrouw lacht. Ze straalt in haar rolstoel tussen de fletse gordijnen en skaileren banken. „Ik vind het zo leuk! Ik vind het zo leuk!” roept een andere bejaarde vrouw uit, terwijl ze Jacquelines hand grijpt. „Dat vind ik fijn”, zegt Jacqueline. „Want daarom ben ik hier. Om het leuk te hebben met u.”