Als moslim vrees ik nu zowel terrorist als vijandige autochtoon

We kunnen niet blijven vluchten, we mogen niet opgeven. Terroristen kunnen deze maatschappij niet kapot krijgen, schrijft Brusselaar Dyab Abou Jahjah. Al wil zijn vrouw nu weg uit België.

Illustratie Marian Kamensky

Ik tik deze woorden met bevende vingers. Niet uit angst maar uit emotie. En ja, natuurlijk ook een beetje angst. Mijn Brussel is aangevallen, mijn stad, waar ik leef, waar mijn kinderen naar school gaan, waar ik adem. Ik kan geen analyse maken, het spijt me. Ik kan alleen, haast therapeutisch, deze woorden snel tikken. Mijn kinderen zijn nog steeds op school, in hartje Brussel. Ik mag ze nog niet gaan halen. Ons wordt gevraagd thuis te blijven en te wachten. Zijn ze bang? Weten ze wat er aan de hand is?

Mijn oudste dochter weet dat we hier wonen omdat terroristen Libanon hebben aangevallen. Ze weet dat we ver van Tetta en Djeddo (bomma en bompa) en ver van haar schoolvriendjes in Libanon moeten leven, omdat terroristen daar mensen op straat hebben vermoord. Ze is nog niet zo lang gestopt met huilen omdat ze haar oude school en vriendjes en familie heeft moeten achterlaten. Wat zal ze denken als ze te weten komt dat diezelfde terroristen haar nieuwe thuis ook aanvallen? Moet ze straks opnieuw afscheid nemen van haar nieuwe vriendinnetjes? Van haar school?

Mijn vrouw, die regelmatig de metro neemt, zoals ik, en vaak in Schuman uitstapt, zoals ik, is thuis aangekomen, ongedeerd. Maar veel vrienden kan ik niet bereiken. Onder wie een vriend die op Zaventem werkt. Ik heb als student ook op de luchthaven gewerkt. Twee jaren heb ik er voor check-in ingestaan. Zaventem was voor mij altijd een beetje thuiskomen.

Journalisten bellen me, vragen om een reactie, of sms’en en vragen om vanavond in een programma te zitten. Ik zeg misschien. Ik weet niet of ik al zover ben om een analyse te maken. Een analyse zal altijd kouder zijn dan wat ik nu voel. Ik ben niet de activist, niet de columnist nu, ik ben vooral de vader, de Brusselaar.

Wat kan een analyse ons trouwens voor nieuws aanleren? Dat deze terroristen eropuit zijn om landen te vernietigen en te destabiliseren? Ik denk dat we dat allemaal weten. Ze doen dat bijna overal. Een paar dagen geleden hebben ze Istanbul aangevallen, eerder was het Parijs, Irak en Syrië zijn dagelijks aan de beurt. En toch is dit anders. Brussel is mijn stad, dit had mijn kinderen kunnen treffen, mijn vrouw, misschien zijn er vrienden van mij tussen de slachtoffers. Dit is anders omdat het persoonlijk is.

Moet ik opnieuw onder mijn auto kijken zoals in Libanon?

Het is ook anders omdat België geen moslimland is. Als een moslimland wordt aangevallen dan weet iedereen dat het om terroristen gaat en dat de moslims niet achter hen staan. Dan is dat debat absurd. Omdat in moslimlanden de slachtoffers ook moslims zijn, net als de politie, de speciale antiterreureenheden en de politici. Allemaal moslims. Daar wordt de etnische kaart niet getrokken en daar zit niemand op de loer om politieke munt te slaan uit zo’n tragedie. Maar hier bij ons zou de afstand tussen de gemeenschappen nog groter kunnen worden. Ik vrees dat het wantrouwen en de haat enerzijds, en de defensieve reflexen en frustraties anderzijds zullen oplopen. Het is al moeilijk genoeg om samen te leven, we hebben al zoveel problemen en zoveel onbegrip. En ik vrees – neen, ik weet het wel zeker – dat niet alle politici zich als staatsmannen en -vrouwen zullen gedragen. Dat sommigen al klaar staan om te surfen op een golf van terechte woede en onbegrip en wantrouwen.

Mijn vrouw zegt dat we hier weg moeten. Mijn vrouw, die hier geboren en getogen is, zegt dat we terug moeten naar Libanon, want daar moeten we één gevaar trotseren, de terroristen. Hier hebben we meerdere gevaren: terroristen kunnen ons vermoorden, maar misschien ook extreemrechts, en als moslims zullen we geviseerd worden door de politiek en de samenleving.

Kan ik haar ongelijk geven? Ik krijg nu al bedreigingen van extreme salafisten en van extreem en soms minder extreem rechts. De ene vindt me een verrader en een afvallige die de dood verdient, de andere vindt me een terrorist en een verkapte moslimextremist die ook de dood verdient. Moet ik opnieuw onder mijn auto kijken zoals ik in Libanon deed? Moet ik weer weg?

We kunnen niet blijven vluchten, we mogen niet opgeven. Ik zeg dat niet als activist, niet als columnist, maar als vader. Mijn kinderen verdienen stabiliteit, ze verdienen een thuis en Brussel is dat thuis. Hier zullen we leven of hier zullen we sterven.

Ik houd het hierbij. Ik zal berichten sturen naar mensen, bondgenoten, onder wie een aantal politici die ik vertrouw, met deze boodschap: we moeten de boel bij elkaar houden. Terroristen kunnen deze maatschappij niet kapot krijgen, ze plegen laffe aanslagen en hopen dat wij dat voor hen doen. We moeten hen ontgoochelen. Dat is hoe we terugslaan.