Rob Ford: kampioen van de gewone man - en aan de crack

Rob Ford (1969-2016) Toronto’s ex- burgemeester was een politieke rockster die openlijk toegaf crack te gebruiken. Hij was bezig aan een sterke comeback, tot hij kanker kreeg.

Met schok en ongeloof is in de Canadese miljoenenstad Toronto gereageerd op het overlijden van Rob Ford, de lijvige oud-burgemeester die in 2013 wereldfaam verwierf toen hij toegaf dat hij crack, een vorm van cocaïne,had gebruikt. De 46-jarige Ford leed aan een zeldzame vorm van kanker die een voortijdig einde maakte aan zijn onwaarschijnlijke campagne voor zijn herverkiezing – na een tumultueuze reeks persoonlijke schandalen.

Ford, een politieke rockster die nog actief was als gemeenteraadslid, overleed dinsdag in een ziekenhuis in Toronto waar hij chemotherapie kreeg voor liposarcoom, een kwaadaardige kanker van vetweefsel. Hij had diverse operaties ondergaan. Fords familie omschreef hem na zijn dood als „een toegewijde man van het volk”.

De onbehouwen Ford, wiens burgemeesterschap uitliep op een onstuimig circus in de Canadese metropool, was een zeer populair politicus met een opmerkelijk vermogen persoonlijke schandalen te overleven. Verguisd door de elite in de stad, op handen gedragen door aanhangers in de buitenwijken had hij een ongeëvenaarde politieke overlevingsdrang.

Zijn schoorvoetende erkenning na het vrijgeven van stiekem gemaakte videobeelden dat hij crack had gebruikt – „in een van mijn dronken buien” – ging de hele wereld over en werd internationaal belachelijk gemaakt – maar kreeg hem in Toronto niet klein. Voor de meeste politici zou het schandaal een politiek einde hebben betekend, en de druk op Ford om af te treden was groot. Maar ondanks een stortvloed van beschuldigingen van drugsgebruik, banden met criminelen, wilde tirades en grove opmerkingen piekerde hij daar niet over.

Ford stond in de periferie van de stad, bijgenaamd Ford Nation, bekend als de kampioen van de gewone man, die met succes tegenwicht bood aan de elite in het stadscentrum. Hij stond een fiscaal conservatief beleid voor, tegen vakbonden, met ruim baan voor auto’s en tegen alles wat riekte naar politieke correctheid. Met zijn aanstekelijke glimlach wekte hij brede sympathie op.

In sommige opzichten was zijn populariteit te vergelijken met die van de Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump. Net als Trump had Ford geen boodschap aan politieke correctheid: hij zei wat hij vond en hij vond wat hij zei. Zijn schaamteloze populisme gaf hem in de ogen van vele kiezers een aantrekkelijke authenticiteit. Hoe harder hij werd afgekraakt door de elite en de media, hoe meer zijn aanhangers hem op handen droegen.

Onder zijn burgemeesterschap verkeerde het bestuur van Toronto in chaos – de stad wordt vanwege zijn degelijke imago omschreven als ‘New York bestuurd door Zwitsers’ – met bijna dagelijkse schandaalonthullingen. Zo doken er videobeelden op met Ford, een beer van een vent, die wild tekeerging. „Ik vermoord de klootzak”, riep hij razend uit, terwijl hij geagiteerd heen en weer liep. Elke keer dat de Canadezen dachten dat het niet gekker kon, nam Fords story een nieuwe, schokkende wending.

Het deerde hem nauwelijks. Hij bood excuses aan, beloofde beterschap, vroeg vergiffenis en liet zich behandelen voor zijn verslavingsproblemen. Met één doel voor ogen: zijn herverkiezing in 2014. Niemand achtte hem kansloos. De kankerdiagnose maakte dat jaar een einde aan zijn gedreven campagne.