Accountants moeten meer presteren voor minder geld

Bedrijven wisselen dit jaar massaal van accountant. Accountants moeten daardoor harder werken voor minder geld. En bloopers kunnen ze zich niet permitteren.

illustratie fokke gerritsma

Ze zitten naar eigen zeggen in een „perfecte storm”: accountants moeten beter werk leveren na een reeks schandalen, maar ze moeten dit jaar ook een ongekende hoeveelheid nieuwe grote bedrijven controleren – wat de kans op fouten juist groter maakt. En dan betalen al die nieuwe klanten ook nog eens een stuk minder dan de oude.

Reden voor de storm: vanaf 2016 moeten bedrijven elke tien jaar wisselen van accountant. Daar worden accountants onafhankelijker van, is het idee. Als ze minder vergroeid zijn met hun klant, zullen ze daar kritischer naar kijken.

Daar kunnen accountantskantoren best inkomen. Maar de manier waaróp de wissel gebeurt – massaal en in zeer korte tijd – geeft wel problemen. Dat blijkt uit een rondgang langs de bestuurders van KPMG, PwC, EY en Deloitte, met de vraag hoe het grote wisselen hun vergaat.

Het resultaat is een jachtige estafetterace waarbij deze big four elkaar dit jaar bij tal van bedrijven opvolgen. Die wisseling vindt nu plaats: de oude accountant heeft de jaarcijfers over 2015 net goedgekeurd, de opvolger mag de eerste kwartaalcijfers van 2016 doen.

accountantgrafiek

Deze opvolgers moeten absoluut voorkomen dat ze het estafettestokje laten vallen. „Niemand zit te wachten op bloopers”, zegt bestuurder Michael de Ridder van PwC, die de leiding heeft over de accountants binnen zijn kantoor.

Want de grote vier kantoren zijn afgelopen jaren al over genoeg schandalen gestruikeld. Van het goedkeuren van opgeblazen cijfers, zoals PwC deed voor het failliete Econcern, tot het verhullen van omkoping, zoals KPMG deed voor bouwer Ballast Nedam. Toezichthouder AFM oordeelde in 2014 dat de grote vier kantoren in bijna de helft van de onderzochte jaarrekeningen hun werk niet goed hadden gedaan – waarop de accountants beterschap beloofden.

Twee keer zo veel uren

De controle van een groot nieuw bedrijf kost veel extra uren, zeggen de vier bestuurders. In het eerste jaar gemiddeld „tussen 25 tot 50 procent meer”, schat bestuurder Marcel van Loo van EY. Aan „ingewikkelde gevallen” zijn accountants zelfs „tot het dubbele aantal uren” kwijt, zegt Marco van der Vegte, die bij Deloitte de leiding heeft over de accountants. Ingewikkeld zijn bijvoorbeeld grote banken of bouwers. Bedrijven als Heineken en Ahold zijn dan weer eenvoudiger te controleren.

Voor al die extra uren zijn de nieuwe klanten nauwelijks bereid te betalen. Een tegenvaller voor de accountants, die hun best hebben gedaan om deze kosten naar de bedrijven door te schuiven. Maar, hebben de kantoren gemerkt, dat is niet erg gelukt. In hun concurrentiestrijd om nieuwe klanten stonden ze zwak. Zo ook in de onderhandelingen over het tarief voor de uren waar ze wél voor betaald krijgen. Nieuwe klanten betalen zo’n 10 tot 20 procent minder, zeggen de bestuurders.

Hun taak is bij zo’n nieuwe klant precies hetzelfde als bij bestaande: de cijfers controleren. Maar bij een onbekend bedrijf moet een accountant eerst zijn „kennisachterstand” wegwerken, zegt bestuurder Egbert Eeftink van KPMG. Want een accountant moet „alles” over zijn klant weten, zegt Van Loo van EY.

„Hoe werkt het hier, wat máken ze precies, hoe verdienen ze hun geld, wat zijn de risico’s?”

Die laatste vraag is misschien wel de belangrijkste, want dáár kan het misgaan. Wat is, zegt De Ridder van PwC, bijvoorbeeld het risico op fraude? In welke landen zit dit bedrijf, wil hij weten. „Zit het veel in Rusland of Afrika? Dan ben je extra alert.” En: „Betaalt het bedrijf veel commissie aan tussenpersonen? Dan wil je precies weten wat ze daarvoor doen.”

Alle vier de accountantskantoren hebben nieuwe mensen aangenomen om die extra uren te maken. Ook hebben ze kantoorgenoten uit andere landen gehaald voor hulp. KPMG uit Australië en Nieuw-Zeeland, Deloitte en PwC uit Zuid-Afrika. Maar zelfs deze hulptroepen kunnen het werk niet opvangen. En „dat doet pijn”, zegt Van Loo van EY. Hij heeft mensen om de werkdruk zien vertrekken, zegt hij. „Die zeiden: we hebben er geen zin meer in.”

Natuurlijk, ze zien ook heus het nut van de verplichte stoelendans. Het grote voordeel is een „vers paar ogen”, een „frisse blik”, zeggen de vier bestuurders. Meer onafhankelijkheid dus – het argument dat minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA), die de wet invoerde, ook aanvoert.

Grote waarom-vragen

Een nieuwe accountant stelt een nieuw bedrijf „grote waarom-vragen”, zegt Eeftink van KPMG. Zoals: waarom denk je dat je eigen financiële systemen werken? Waarom heb je die op deze manier georganiseerd? Dat noemen accountants „verwonderpunten”. Ook kijkt de nieuwe accountant bijvoorbeeld goed naar de waarde die een bedrijf aan zijn bezittingen heeft toegekend, zoals vastgoed, lopende projecten of beleggingen. Zijn die wel écht waard wat ze volgens het bedrijf – en de vorige accountant – waard zijn?

Maar door de massale wissel in korte tijd zijn de risico’s op korte termijn misschien wel groter dan de voordelen, zeggen de bestuurders. Natuurlijk doen ze er naar eigen zeggen alles aan om fouten te voorkomen. Maar „zo veel haast was niet nodig”, vindt Van der Vegte van Deloitte. Dijsselbloem had bedrijven wat meer tijd kunnen geven om te wisselen.

Nu is „de kans groot dat je wat mist”, zegt De Ridder van PwC. En dat zou de accountants een „valse start” bezorgen, vindt hij – want die waren nou juist net begonnen zichzelf te verbeteren.