Zonder Nancy was er geen Ronald

Ronald REagan

Drie biografieën en een bedwelmende roman portretteren de 40ste president van Amerika Ronald Reagan (1981-1989)

Die blik. De ogen van Nancy, strak gericht op Ronnie. Een overtreffende trap van bewondering. Hij praat, zij kijkt. Visuele metafoor voor een huwelijk en een tijdperk: gezinswaarden, politieke restauratie.

The Speech. Sonore stem, schitterende cadans van woorden. Ronald Reagan, retorisch stevig in het zadel. Hij heeft er zijn politieke carrière aan te danken. Klaar voor de strijd tegen communisme en bureaucraten.

Of gaat er een andere werkelijkheid schuil achter Nancy’s borende ogen? Thomas Mallon geeft er in de politieke roman Finale een fraaie draai aan. De blik is volgens Mallon naar binnen gericht, een bezweringsformule om haar man voor uitglijders te behoeden. In Finale wordt Nancy verteerd door zorgen.

Reagan is haar carrière, het levende standbeeld dat ze na haar huwelijk heeft opgetuigd. Voor de buitenwereld is het van graniet, zelfs bestand tegen een aanslag op zijn leven. Alleen de First Lady beseft hoe broos het in werkelijkheid is. In het zicht van de finish worden haar bangste vermoedens bewaarheid. Najaar 1986 breekt de Iran-Contra affaire uit, een complex schandaal dat de president de kop dreigt te kosten.

Finale is een zeer Amerikaanse cocktail van werkelijkheid en fictie, verbeeldingskracht en eruditie.

Probleem: hoe maak je een overtuigend personage van een president die zich niet liet kennen?

Fictie wint het in Finale van de werkelijkheid. Die vrijheid heeft een biograaf natuurlijk niet. Greep krijgen op het leven van zijn onderwerp is de essentie van zijn werk – ga er maar aanstaan in het geval van Reagan.

Journalist Jacob Weisberg heeft het in zijn heldere en geestige biografie Ronald Reagan over de mist die hij verspreidde. Door die mist, ‘bewuste onwetendheid’, wist hij volgens Weisberg de ‘verantwoordelijkheid voor details zijn beleid te ontlopen’. Zijn ondergeschikten ‘gingen doorgaans aan de slag met een deel van zijn wensen’. Vaak ging het goed, in het geval van Iran-Contra ontspoorde het. ‘CEO Superman Reagan’ wankelde – het keerde zich tegen hem dat hij zich niets wist te herinneren van de wapenverkoop aan Iran in ruil voor de vrijlating van Amerikaanse gijzelaars, plus het doorsluizen van een deel van de winst naar het rechtse verzet in Nicaragua.

Dat hem het lot van Nixon in Watergate bespaard bleef, dankte hij vooral aan Nancy. Achter de schermen reorganiseerde zij de regering en nam het initiatief tot toenadering tot de Sovjet-Unie. Zo redde ze zijn presidentschap, maar zijn onaantastbare status was hij kwijt.

Laatbloeier

Historicus H.W. Brands laat in Reagan: The Life (vertaald als Reagan. De Biografie) elke poging tot psychologiseren achterwege. In plaats daarvan vertelt hij het overbekende levensverhaal van de acteur, televisiepersoonlijkheid, promotor van General Electric, propagandist van het Amerikaanse kapitalisme en politieke laatbloeier door de ogen van mannen en vrouwen in zijn omgeving.

De biografie is dik, het taalgebruik ronkend. Brands verliest zich in details en in de tientallen personen die hij opvoert. En toch, stug doorlezen loont. Wat opvalt is de verpletterende passiviteit, grenzend aan onverschilligheid, waarmee Reagan zijn medewerkers tegemoet trad. Hij had rotsvaste overtuigingen die hij met verve uitdroeg. Hij zette de toon, besteedde de uitvoering uit. Wie precies wat deed liet hem koud.

Dieptepunt was de ruil, aan het begin van zijn tweede ambtstermijn, tussen stafchef James Baker en minister van Financiën Donald Regan. Reagan nam die voor kennisgeving aan – zoals hij ook de toenadering tot Iran van veiligheidsadviseur Robert McFarlane zonder bedenkingen accepteerde. Het bestuurlijke bloedbad dat op Iran-Contra volgde onderging hij als een gedesinteresseerde toeschouwer van zijn eigen dreigende ondergang.

Dat was toen. Inmiddels is Reagan natuurlijk al lang heilig verklaard, met dank aan de niet aflatende inspanningen van Nancy en een coterie van oud-medewerkers. Zijn status is hors concours, zeker in de Grand Old Party. Presidentskandidaat Donald Trump heeft in zijn retorische veldtocht de afgelopen maanden zo’n beetje alle prominenten in de Republikeinse Partij beledigd, maar ook hij kent zijn grenzen. Van Reagan blijft hij af.

Raadsel

Het succes van de populaire biografie Killing Reagan is een raadsel. Het was het best verkochte non-fictie boek in Amerika van 2015. Belangrijkste these van de veel schrijvende televisiepersoonlijkheid Bill O’Reilly: Reagan overleefde weliswaar de aanslag op zijn leven door John Hinckley op 30 maart 1981, maar wist er fysiek noch mentaal volledig van te herstellen.

O’Reilly is niet de eerste (amateur) die onderzoek heeft gedaan naar de oorsprong van de ziekte van Alzheimer bij Reagan. De vraag daarbij is, vrij naar Weisberg, wanneer diens bewuste onwetendheid overging in onbewuste onwetendheid. We zullen het waarschijnlijk nooit weten.

Reagan was rook, aldus een van de personages in Finale. In het virtuoze eerste hoofdstuk van de roman lijkt het ruim vóór 1986 al gedaan met zijn loopbaan. Op de Republikeinse conventie van 1976 heeft hij het afgelegd tegen zittend president Gerald Ford. Het establishment van de partij heeft gewonnen. De rechts-populistische opstand onder leiding van Reagan is de kop ingedrukt.

Alleen Nixon registreert de dolenthousiaste reactie van het publiek op wat wordt beschouwd als diens laatste speech. En alleen Nixon beseft daarna dat niet Ford maar Reagan de toekomst heeft. Reagan én het rechts-populisme.