Strafhof veroordeelt zijn eerste grote vis

Oorlogsmisdaden Voor het eerst veroordeelt het Internationale Strafhof in Den Haag een rijke rebellenleider: Jean-Pierre Bemba uit Congo.

Een slechte lentedag voor de Congolese multimiljonair Jean-Pierre Bemba Gombo (53), zakenman én voormalig rebellenleider. Maandag oordeelde het Internationaal Strafhof in Den Haag hem schuldig aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, begaan tussen oktober 2002 en maart 2003. De strafmaat wordt later bepaald.

Zeven jaar geleden kwam er een eind aan zijn rijkeluiszoonleventje toen de Belgische politie aanklopte bij zijn villa in Brussel en hem meenam. Op verzoek van het Internationaal Strafhof in Den Haag.

De veroordeling is eindelijk goed nieuws voor aanklager Fatou Bensouda. Het Strafhof ging in 2002 aan de slag, maar tot gisteren waren nog maar twee celstraffen uitgesproken. Bensouda beet onlangs in het stof in de prestigieuze strafzaken tegen president Uhuru Kenyatta van Kenia en vicepresident William Ruto.

De zaak tegen Bemba is in meerder opzichten opmerkelijk:

Bemba neemt het in 2006 op tegen zittend president Kabila. Hij wordt verslagen.Foto Ch.Rigaud/Afrikarabia

Grote vis. Jean-Pierre Bemba is de eerste ‘grote vis’ voor het Strafhof. Zijn familie werd steenrijk in Congo onder dictator Mobutu. In 1998, na de verdrijving van Mobutu, richtte Bemba de Bevrijdingsbeweging voor Congo (MLC) op die met Oegandese steun het noorden van Congo veroverde. In 2003 werd hij vicepresident. Drie jaar later verloor hij de verkiezingen van Joseph Kabila, en ontvluchtte hij Congo na gevechten waarbij honderden doden vielen.

Opvallend land. Strijders van de MLC moordden, plunderden en verkrachtten op grote schaal in het noorden van Congo. Ze maakten zich zelfs schuldig aan kannibalisme. Maar voor die wandaden wordt Bemba niet vervolgd. De rechtszaak ging over de hulp die hij in oktober 2003 bood aan president Ange-Félix Patassé van buurland Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). Die wilde rebellie van oud-stafchef Bozizé smoren. Dat mislukte: Bozizé nam Bangui in en schakelde het Strafhof in om de schendingen van de MLC te onderzoeken.

Niet aanwezig, wel verantwoordelijk. Het Strafhof stelt vast dat de MLC-strijders zich op grote schaal hebben schuldig gemaakt aan plunderingen, verkrachtingen en moordpartijen, gericht tegen de burgerbevolking en verspreid over een omvangrijk gebied. De verdediging heeft gezegd dat Bemba politiek leider van de MLC in Congo was, maar niet of nauwelijks in de CAR is geweest en dus niet kan worden beschouwd als de verantwoordelijk commandant. Die redenering wijst het Hof faliekant af. De troepen van de MLC waren onder zijn controle, hij wist van de misdaden en heeft niets gedaan om ze te voorkomen. Ook al was hij niet ter plekke, hij is verantwoordelijk.

Verkrachtingen als oorlogsdaad. De rechter, drie vrouwen, zijn unaniem in hun oordeel dat de verkrachtingen, waarover getuigen indringend hebben verteld, oorlogsmisdaden zijn. Het is voor het eerst dat het Strafhof zo’n oordeel uitspreekt.

Slachtoffers. Bij het proces tegen Bemba zijn in totaal 5.229 slachtoffers geregistreerd. Dergelijke grote aantallen stellen het Strafhof voor grote logistieke uitdagingen, ook bij andere processen. Later zal het Hof zich uitspreken over de schadeloosstelling die de slachtoffers krijgen, en in welke vorm dat zal geschieden.

Voorlopig blijft Bemba onder de hoede van het Strafhof. In 2009 mocht hij even uit zijn cel om de begrafenis van zijn vader bij te wonen, die in Brussel overleed. Behalve in Belgische hoofdstad heeft Jean-Pierre ook villa’s in Kinshasha, waar zijn aanhangers nog steeds hopen op een spoedige terugkeer, en in Faro, Portugal.

Volgens het Strafhof is Bemba rijk genoeg om zijn eigen proceskosten te betalen, en eventueel later ook zijn slachtoffers financieel tegemoet te komen. Maar het geld is er nog niet, daarom worden de proceskosten voorlopig voorgeschoten. Dat leidt tot een ander aspect dat deze zaak ook uniek maakt: deze dinsdag staat er weer een procesdag voor Bemba op de rol, maar dan in een tweede zaak. De voormalige krijgsheer en vier advocaten en medewerkers worden ervan beschuldigd getuigen te hebben omgekocht.