Nieuw minimuseum voor vergeten kunstenaars

Tentoonstellingsruimte In zijn Parts Project laat Cees van den Burg kunst zien die elders geen kans krijgt.

Het lijkt net een galerie, het ‘minimuseum’ dat Cees van den Burg heeft geopend in Den Haag. Toen hij de werken aan het ophangen was klopte er iemand op het raam die er één wilde kopen. Maar een prijslijst is er niet, al hoopt hij wel dat „af en toe een werk van eigenaar zal verwisselen” en dat de verkopende partij de expositieruimte dan zal bedanken met een gift. Niet dat hij winst wil maken, dat mag niet, want het is een stichting. Maar wel omdat het project dat hij begon uit liefde voor de kunst anders maar een kort leven beschoren is.

Van den Burg, voormalig eigenaar van een autoverhuurbedrijf, heeft zelf al een offer gebracht: het geld dat hij vroeger opzijzette om zelf kunst te kopen, steekt hij nu in Parts Project. „Ik heb het zo genoemd omdat ik hier werk wil laten zien uit particuliere collecties. Dat kunnen ook collecties van kunstenaars zijn die werk hebben geruild met collega’s.”

Jos van Merendonk, 2006-1-17.Foto Jan Harm Bakhuys

Het gaat hem om kunstenaars die naar zijn smaak te weinig aandacht krijgen, en werk dat galeries onverkoopbaar vinden. De eerste tentoonstelling, over Jos van Merendonk en Bob Law, geeft een goed idee wat hij bedoelt. Van Merendonk (1956) maakt al dertig jaar dezelfde soort schilderijen, gebaseerd op één tekening van een slingerbeweging, een ovaal en een Z-vorm. Die basistekening herinterpreteert hij alsmaar in hetzelfde groen, altijd op vierkante doeken. „Hij kreeg de afgelopen jaren niet vaak de kans om te exposeren, maar recentelijk is de belangstelling voor hem toch weer wat opgeleefd. Misschien juist omdat hij al zo lang consequent dezelfde lijn volgt.”

Van den Burg volgt deze kunstenaar al sinds hij hem begin jaren tachtig ontmoette in een Haags café. „Het tweede kunstwerk dat ik kocht was van hem.” Inmiddels heeft hij een collectie van 300 werken, waarvan 30 van Van Merendonk, maar geen daarvan hangt op de expositie. In plaats daarvan heeft hij werk van galeries, een verzamelaar en de kunstenaar zelf geleend, en hem gevraagd een wandvullende installatie te maken. De kunstenaar verwerkte daarin mislukte doeken.

Ook de Britse minimalist Bob Law (1934-2004) is nauwelijks bekend. Deze autodidact, opgeleid als timmerman, maakte schematische, bijna primitieve landschappen. Zijn tekeningen en schilderijen bestaan soms uit slechts één enkele, zoekende lijn langs de randen van het verder lege papier of doek. Van den Burg mocht werk lenen van de stichting die Laws nalatenschap beheert. „Het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft twee werken van hem. Maar verder is hij hier totaal vergeten.”

De overeenkomst tussen de twee kunstenaars zit volgens hem in het gebaar dat ze maken. „Ze beginnen met een potloodlijn en van daaruit verkennen ze de ruimte. Ik heb ze samengebracht vanuit mijn persoonlijke intuïtie. Zo wil ik dat Parts Project is: een plek waar het perspectief van de verzamelaar centraal staat.”