‘Nee, geen duistere muziek na dat ongeluk’

John Dyer Baizley De frontman van metalband Baroness wilde na een ernstig busongeluk snel weer het podium op. Woensdag speelt de groep in Utrecht.

Baroness met drummer Sebastian Thomson (links), zanger/gitarist John Dyer Baizley, gitarist Pete Adams en bassist Nick Jost. Foto Jimmy Hubbard

Na een ernstig busongeluk, lange ziekenhuisopnames, een moeizame periode van herstel en een wisseling van de ritmesectie, had metalband Baroness een heel duister album kunnen maken. Maar niets daarvan. Purple, het nieuwste album van de band uit Savannah (Georgia), klinkt juist levensbevestigend. Opbeurend zelfs. Tegelijk is het stevig, met stampende riffs, gierende solo’s en de herkenbare brul van frontman John Dyer Baizley.

„Ik had vooraf ook niet ingeschat dat het zo zou gaan klinken”, zegt gitarist, zanger en schilder van de albumhoes Dyer Baizley aan de telefoon. „We hebben er wel enorm veel energie in gestoken, maar het was niet per se de bedoeling om het zo te laten klinken.”

Baroness was in de nacht van 15 augustus in Engeland op weg van een show in Bristol naar Southampton. Bij Bath weigerden de remmen van de bus, in verschrikkelijk slecht weer. De bus brak door een hek en stortte meters van een brug in een rivierbedding. Negen passagiers, crew en bandleden, raakten gewond. Twee van hen raakten in de bus beklemd en moesten door de brandweer worden bevrijd. Drummer Allen Blickle en bassist Matt Maggioni braken allebei ruggewervels, en stapten kort na het ongeluk uit de band. Dyer Baizley lag twee maanden in het ziekenhuis. Maar vanuit zijn ziekbed beloofde hij al snel dat de band terug zou komen. Met nieuwe leden, bassist Nick Jost en drummer Sebastian Thomson, lukte het Dyer Baizley en gitarist Pete Adams sneller dan verwacht weer op tour te gaan: binnen een jaar stonden ze weer op de planken. Dat was precies de bedoeling, zegt Dyer Baizley. „Ik had het gevoel dat de eerste dag van een tour het bewijs zou zijn dat ik hersteld was. We speelden alweer toen ik eigenlijk nog niet goed kon lopen. Deze band is een geweldige plek om iets moeilijks te verwerken.”

De muziek voor Purple moest wel een beetje opbeurend zijn, vindt Dyer Baizley, als contragewicht voor de duistere gedachten die hij na het busongeluk op papier zette, vertelt hij. „Toen bleek dat de nummers zo energiek werden, vielen de teksten op hun plek. Op zulke muziek kon ik beter vertellen over moeilijke dingen. Gelukkig maar, anders hadden we voor de rest van onze carrière van die ontzettend duistere nummers moeten spelen.” Het moet ook niet over dat ongeluk blijven gaan, vindt hij. „Pete en ik weten heus wel dat we het onderwerp niet kunnen vermijden. Journalisten vragen ernaar, ons publiek vraagt ernaar, dat begrijp ik. Maar het ongeluk definieert ons niet. Er zijn mensen die veel ergere dingen meemaken dan wij, waar geen media bij komen kijken. De boodschap van dit album is dat iedereen lijdt, en dat je eroverheen kunt komen.”

Purple eindigt met een psychedelische, vervormde stem die iets onverstaanbaars zegt. „Ik had een slechte dag. Veel last van m’n verwondingen, die nooit meer helemaal zullen helen. Mijn dochter, vijf jaar, las dat citaat voor uit een stripboek van de Fantastic Four en het veranderde in één klap mijn bui. Ik kwam binnen tien seconden uit het duister en werd optimistisch en vrolijk en creatief. Later namen we dat zinnetje met haar op, ik vond het iets gaafs om aan het eind te zetten. Die overgang naar optimisme is wat mij betreft de gedachte van dit album.”