Meer thuishulpen in WW door instroom TSN’ers

Het aantal mensen uit

de thuiszorg met een WW-uitkering is het afgelopen jaar met een kwart gestegen.

Een werkneemster van Buurtzorg aan het werk in Amersfoort. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Het aantal huishoudelijke hulpen met een WW-uitkering is het afgelopen jaar fors gestegen. Vorige maand hadden 3.400 thuiszorgmedewerkers een uitkering, 22 procent meer dan een jaar geleden.

Dat is zonder de mogelijk duizenden werknemers die door het bankroet van TSN Thuiszorg de WW in gaan. In de hele zorgsector steeg het aantal uitkeringen slechts met 2 procent, blijkt uit cijfers die uitkeringsinstantie UWV vanmorgen heeft gepubliceerd.

Het UWV deed onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van huishoudelijke hulpen – die is ronduit zwak. Van de werklozen die zich bij het UWV als werkzoekenden in de thuiszorg inschreven hebben, heeft tweederde geen ‘startkwalificatie’, ofwel een zeer lage opleiding die weinig uitzicht biedt op duurzaam werk. Als zij in de WW raken, komen ze moeilijker dan gemiddeld weer aan de slag.

Het UWV heeft door het bankroet van TSN Thuiszorg, met 10.000 werknemers de grootste thuiszorgorganisatie van Nederland, nu de verantwoordelijkheid de lonen van het personeel door te betalen. Dat doet het UWV maximaal zes weken. Deze week houdt het UWV 23 bijeenkomsten om werknemers uit te leggen wat arbeidsrechtelijk gezien hun situatie is.

TSN Thuiszorg werd vorige week failliet verklaard. De bewindvoerders slaagden erin de contracten van 4.500 van de 10.000 werknemers bij branchegenoten onder te brengen. Tweederde van de ‘veilige’ werknemers gaat naar Buurtzorg, die met kleine teams werkt.

Driekwart ouder dan 45 jaar

In de thuiszorg werken vooral oudere, laagopgeleide vrouwen. Bij TSN Thuiszorg is 60 procent van het personeel vijftigplus, driekwart is ouder dan 45. En 60 procent van de betrekkingen bestaat uit werk van twaalf uur of minder per week. Door bezuinigingen is er minder werk. Binnen de zorgsector gaan de meeste WW-uitkeringen naar de „helpende thuiszorg”. Daarom onderzocht het UWV de mogelijkheden voor mensen om naar een ander beroep door te stromen.

Binnen de zorgsector blijken verpleegkundigen de beste kansen te hebben om iets anders te gaan doen. Huishoudelijke hulpen behoren tot degenen met de minste mogelijkheden om vervangend werk te vinden. Dat komt vooral door hun lage opleiding en relatief hoge leeftijd.

Volgens Rob Witjes van het UWV passen de cijfers in de trend dat er in de zorg meer vraag komt naar hoger opgeleide werknemers ten koste van lager opgeleide werknemers. Op dit moment is er zelfs een tekort aan wijkverpleegkundigen, een beroep waarvan de opleidingseisen veel hoger zijn. „De kans dat je in de thuiszorg geen werk meer vindt, wordt steeds groter.”