Column

‘Juffrouw’ (2)

Wat zeg je tegen jonge vrouwen, bijvoorbeeld serveersters en verkoopsters? ‘Juffrouw’ is ouderwets, ‘mevrouw’ maakt ze te oud. En hoe los je het met een jonge ober op: ‘meneer’? Want ‘ober’ mag ook niet meer. Ik wierp deze knellende vragen hier onlangs op en kreeg tal van interessante reacties, maar de praktische suggesties bleven beperkt.

Een mannelijke lezer loste het op door in een restaurant ‘jongedame’ naar een serveerster te roepen. „Dat vinden ze altijd aardig”, had hij gemerkt. Een jeugdige ober heette bij hem ‘jongeman’. Een Haagse lezer stelde ‘dame’ en ‘heer’ voor. Ik wil best geloven dat zij zich daarmee aardig kunnen redden, maar zelf hoor ik het me nog niet roepen in een etablissement. Dan maar liever hartelijk zwaaien.

Een bezoeker van een Haags Indonesisch restaurant placht ‘Djongo!’ naar de jeugdige ober te roepen, maar dat klinkt weer iets te koloniaal, vrees ik.

Uit de reacties leerde ik dat het altijd enig gedonder heeft gegeven, vooral het onderscheid tussen ‘juffrouw’ en ‘mevrouw’. Een oud-medewerker van het P.J. Meertens-Instituut in Amsterdam (uit de romancyclus Het Bureau van J.J. Voskuil) herinnert zich dat het hoofd dialectologie, Jo Daan (bij Voskuil Dé Haan), vanaf zeker moment geen ‘juffrouw’, maar ‘mevrouw’ wilde worden genoemd. Directeur Meertens lichtte het personeel hierover officieel in. Men vond het maar belachelijk, er werden veel grapjes over gemaakt. Meertens zelf vermeed de nieuwe aanspreektitel en sprak haar aan met ‘doctor Daan’.

Een andere lezer, Jan van Barneveld, stuurde mij onderstaande, geschreven herinnering op die zijn in 2006 gestorven moeder hem kort voor haar dood vertelde. Zij was jarenlang lid geweest van de Plattelandsvrouwen in het Gelderse dorp Twello. De sociale status was van groot belang voor de juiste aanspreektitel, zo blijkt uit dit relaas.

„Mevrouw Brouwer [vrouw van de gemeentesecretaris] was destijds voorzitter. Aan het begin van de vergadering zegt mevrouw Brouwer dat juffrouw Haas, de vrouw van bakker Haas van de Parkelerweg, is overleden. Dat wisten wij natuurlijk al lang, maar het is toch goed dat de voorzitster dat soort dingen officieel vertelt in de vergadering, tenslotte was de vrouw van Haas heel lang lid geweest van de Plattelandsvrouwen.

Maar wat gebeurt er later tijdens de rondvraag? Riek van Heerde, de vrouw van Gerrit van Heerde die ook aan de Parkelerweg woonde, een paar huizen bij Haas vandaan, zegt: ‘Ik wil eens vragen: zijn wij aan de Parkelerweg wat minder dan die van de Klokkenkampsweg?’ Mevrouw Brouwer woonde aan de Klokkenkampsweg.

‘Hoe bedoelt u?’, vraagt mevrouw Brouwer.

‘Nou’, zegt Riek, ‘aan de Klokkenkampsweg zijn ze mevrouw en aan de Parkelerweg zijn ze blijkbaar juffrouw.’

Mevrouw Brouwer wist niet goed wat ze moest zeggen, maar ze begreep het precies. En op het laatst zei ze: ‘Laten we dan nu afspreken dat in het vervolg iedereen ‘mevrouw’ is.

Dat klonk goed, allemaal evenveel, probleem opgelost. Maar toen ging Chrisje Willemsen, die anders nooit wat zei, opstaan. En ze riep: ‘En ik dan? Wat moet ik dan? Blijf ik dan juffrouw? Want ik ben niet getrouwd, dus ben ik geen mevrouw.’

Ze was helemaal overstuur. Het heeft mevrouw Brouwer nog heel wat moeite gekost om de zaak te sussen.”