De nieuwe strategie van IS

Met ‘Parijs’ en ‘Brussel’ toont de terreurbeweging dat zij in staat is tot gecompliceerde aanslagen. Wat zit daar achter?

Ravage in de vertrekhal van luchthaven Zaventem bij Brussel, dinsdagochtend. FOTO JEF VERSELE / REUTERS

Voor experts kwam het niet als een verrassing dat de terreurbeweging Islamitische Staat (IS) dinsdag via zijn nieuwsagentschap Awaq de aanslagen in Brussel opeiste. Inlichtingendiensten waarschuwden al weken voor een nieuwe grote aanslag in Europa en zeiden dat IS voorbereidingen trof. De arrestatie van Salah Abdeslam, de laatste voortvluchtige dader van de aanslagen in Parijs, vorige week vergrootte die angst.

Volgens opsporingsdiensten lopen veel mensen die betrokken waren bij de aanslagen in Parijs nog vrij rond. Afgelopen weekeinde verklaarde de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders dat Abdeslam vanuit zijn schuilplaats in Brussel een nieuw terreurnetwerk had opgezet en een groot arsenaal aan zware wapens had aangelegd. Toch is er nog geen definitief bewijs dat dit netwerk ook verantwoordelijk is voor de aanslagen in Brussel. Het kan ook een nog onbekende cel van IS zijn. Westerse inlichtingendiensten veronderstellen dat IS meer actieve terreurcellen in Europa heeft die klaar staan om aanslagen te plegen.

Op het Franse platteland

IS heeft een speciale afdeling voor het organiseren van aanslagen in het Westen. De groep bracht dit in maart vorig jaar naar buiten via zijn Franstalige internetmagazine Dar al-Islam. De afdeling traint rekruten in terreurtactieken, zoals het maken van bomgordels en het beramen van gecoördineerde aanslagen met als doel zoveel mogelijk burgers te doden. Eenmaal in Europa zijn de terroristen grotendeels op zichzelf aangewezen. Volgens inlichtingendiensten biedt IS wel strategische ondersteuning en financiële hulp, maar laat het de keuze van doelwitten en de timing van aanslagen aan henzelf over.

Volgens inlichtingendiensten staat de Syriër Abu Muhammad Al-Adnani, een vertrouweling van de kalief, aan het hoofd van de afdeling buitenlandse operaties. Hij rekruteerde Abdelhamid Abaaoud, de architect van de aanslagen in Parijs, vanwege zijn talent om Franstalige jihadisten te rekruteren. Abaaoud werd naar Europa gestuurd om een netwerk op te bouwen en voorbereidingen te treffen voor aanslagen. Hij zou zich hebben gemengd onder migranten die vanuit Turkije in bootjes de Middellandse Zee overstaken. Negentig andere terroristen zouden eveneens de overtocht hebben gewaagd en zich schuilhouden op het Franse platteland.

‘Parijs’ was de eerste echt geslaagde operatie van Abaaoud. Volgens de Franse autoriteiten stond hij eerder ook aan de basis van vier verijdelde aanslagen zoals die op de Thalys-trein en op een kerk in de buurt van Parijs. Achteraf zien de autoriteiten dat als vingeroefeningen voor het bloedbad in Parijs.

Uit ooggetuigenverslagen en een politierapport waarop The New York Times de hand heeft weten te leggen, blijkt hoe goed getraind de daders waren en hoe gedisciplineerd ze te werk gingen. Sinds eind 2013 werden IS-strijders getraind in het maken en gebruiken van het explosief TATP.

Om te vermijden dat terreurcellen worden ontdekt en hun plannen worden verijdeld, krijgen IS-strijders les in het gebruik van encryptie – versleuteling van elektronische berichten. Volgens het politierapport zijn er geen e-mails of andere elektronische communicatie gevonden van de daders van Parijs. Ze gebruikten alleen nieuwe telefoons die vlak voor de aanslagen waren aangeschaft.

Een ooggetuige van de aanval in de concertzaal Bataclan verklaarde dat de daders op een gegeven moment een laptop tevoorschijn haalden en aanzetten. Op het scherm verschenen regels met onleesbare tekens. „Het was bizar – hij keek naar een paar regels codetaal. Er was verder geen beeld, geen internet”, aldus de 40-jarige vrouw. De omschrijving komt overeen met sommige encryptiesoftware.

Wantrouwen aanwakkeren

Het beramen van gecompliceerde aanslagen zoals in Parijs en Brussel is een relatief nieuwe strategie van IS. Voorheen beperkte de groep zich tot het aansporen van sympathisanten om geweld te gebruiken tegen westerse doelwitten. Maar nu IS door westerse luchtaanvallen en lokaal verzet steeds meer terrein verliest – naar schatting 40 procent van hun gebied in Irak en 20 procent in Syrië – lijkt de groep zijn aura van succes te willen behouden met aanslagen buiten het kalifaat. Zie ook Libanon, Tunesië, Libië en Egypte.

De aanslagen in Europa hebben nog een ander doel: het wantrouwen jegens moslims aanwakkeren, waardoor sommigen zich vervreemd voelen van de samenleving en radicaliseren. Dat levert IS nieuwe rekruten op. Na de aanslagen in Parijs waren er berichten dat de Belgische politie jonge mannen hardhandig behandelde, schijnbaar alleen omdat ze een Arabisch uiterlijk hadden. Het overkwam zelfs de bekende islamoloog en jihad-expert Montasser AlDe’emeh nadat hij een lezing had gegeven in Brussel.