Hoe durf je mijn dochter dood te verklaren

Vermissing Sophia Koetsier kwam in Oeganda niet meer terug van een wc-bezoek. Haar ouders zetten een zoekactie op.

Foto’s Olivier Middendorp

Straks gaat de telefoon. En dan zegt ze: ik ben het helemaal zat, komen jullie me halen? „Dat hebben we lang gedacht”, zegt Marije Slijkerman. „Maar ze belde maar niet, en er komt maar geen nieuws.”

Op 28 oktober kwam Sophia Koetsier (22) niet terug van de wc. De geneeskundestudent had net acht weken stage gelopen in een ziekenhuis in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. Daarna was ze met drie vrienden een rondreis aan het maken. Ze zouden die nacht in simpele houten huisjes gaan logeren, midden in het nationale park Murchison Falls, waar ook nijlpaarden, giraffen, krokodillen, olifanten, buffels en leeuwen zitten. De wc is een gat in de grond, in een hokje nog geen honderd meter verderop.

Nu is Sophia’s rugzak terug in haar Amsterdamse kamer, bij haar ouders thuis. Haar paspoort is weer opgeborgen in de kast, net als de fotocamera met meer dan tweeduizend foto’s van haar tijd in Oeganda.

Een paar uur voor de verdwijning belde Sophia nog met haar moeder. Sophia voer over de Nijl. „Ze zei: ‘Het is net alsof ik door een sprookjesland ga’.” Sophia vond de natuur „behoorlijk overweldigend”, vertelt haar moeder. „Het is ongerept, met watervallen en onbekende bomen.” Marije had het avontuur van haar dochter aangegrepen om zelf ook een paar weken op reis te gaan, allebei voor het eerst in Oeganda. Moeder en dochter spraken een paar keer af en gingen verder hun eigen weg.

Vader Gerard Koetsier is minder reislustig en bleef thuis, ook vanwege hun twee zoons. „Sophia mailde elke week een heel uitgebreid verslag. Ze schrijft zoals ze spreekt: ademloos. Bijna geen alinea’s, nauwelijks interpunctie.”

Op de schouw in de hoge huiskamer staan twee foto’s van Sophia, selfies, gemaakt in Oeganda. Aan beide kanten staat een waxinelichtje. Die lichtjes moeten zo vaak mogelijk branden, dat is een ritueel dat na de verdwijning begon. Marije kijkt ernaar. „Ik heb het gevoel dat ze haar de weg naar huis kunnen wijzen.” Voor het slapengaan gaat ze voor de kaarsjes staan. „Waar je ook bent, hou vol, we komen je halen, we gaan je vinden”, zegt ze dan.

Niemand heeft iets gezien

In Oeganda is niets hetzelfde als thuis. Er zijn net verkiezingen geweest, volgens het reisadvies is het er onrustig, en kun je er nu maar beter niet naartoe gaan. Hoe vind je in zo’n onbekend land je vermiste kind? Na de verdwijning van Sophia bleef Marije nog anderhalve week in Oeganda. Samen met de vrouw van een medewerker van de ambassade deelde ze flyers uit in nederzettingen rondom het wildpark. Marije vroeg bij een lokaal radiostation of ze Sophia’s signalement wilden verspreiden. Niemand heeft iets gezien. Gerard bleef thuis, onderhield contact met Buitenlandse Zaken en hoopte op een verlossend telefoontje.

De Oegandese politie zocht met honden in het gebied rondom de slaapplek, ze vlogen met een helikopter over Murchison Falls. Er kwamen drie Nederlandse agenten die met een drone het park onderzochten. Tien dagen nadat Sophia was verdwenen, werden de zoekacties van autoriteiten gestaakt. Marije: „Wat kon ik daar nog doen?” Ze vloog acht lange uren terug naar Nederland.

Er was sporadisch contact met de ambassade, nauwelijks tot geen contact met de Oegandese politie, de Nederlandse politie kon niets meer betekenen. Gerard: „Voor de buitenwereld was het soms raar dat we zelf weinig deden.” Zelf kunnen ze moeilijk grip krijgen op de verlamming van toen. „Het is een verdoving, een shock. Je weet niet… Rationeel weet ik het wel: het is nu vier maanden geleden dat Sophia verdween. Maar ik heb niet echt tijdsbesef.”

Gerard Koetsier, die wiskundige is, vergelijkt de staat waarin zij verkeerden met het voorleggen van een complex wiskundig probleem aan iemand die wiskundig geen expert is: „Die kan het niet oplossen omdat hij geen idee heeft hoe hij moet beginnen. Wij hebben een professional nodig gehad. Iemand die zegt: dáár ga je beginnen.”

Een goede vriendin hielp ze ‘wakker’ te worden. Zij zei na ongeveer twee maanden: we moeten haar zoeken, nu. Eerste stap: contact leggen met invloedrijke instanties in Oeganda, die ruchtbaarheid kunnen geven aan de vermissing. Ze zochten contact met Nikki van Passel, die nu ook aan de lange houten tafel zit.

Per toeval kwam de zelfstandig communicatiedeskundige in 2011 in contact met de familie van de toen nog vermiste Mary-Anne Goossens. Van Passel begeleidde de familie en genereerde aandacht, vooral online. Goossens werd levend gevonden langs een rivier in Spanje. Later hielp Van Passel de familie van de toen vermiste Ingrid Visser en Lodewijk Severein en Kris Kremers en Lisanne Froon. Nu zet ze met de familie van Sophia een zoektocht op, door een Nederlands team van forensisch experts.

Geen vermoeden van een misdrijf

Nikki van Passel verbaast zich over de procedure bij vermissingen in het buitenland – die is er volgens haar vrijwel niet. De Nederlandse politie mag niet zomaar onderzoek gaan doen over de grens, als het land in kwestie het wel toestaat, gelden er veel beperkingen. Er moet officieel een „rechtshulpverzoek” komen, dat gebeurt alleen als er een misdaad wordt vermoed – dat is bij Sophia niet aan de orde. „Het komt steeds weer aan op de familie. Zij vormen de motor van het onderzoek.”

Dat is problematisch, vindt Van Passel. „Vanuit het drama waar je in zit moet je een goedlopend, professioneel bedrijf opzetten. Je moet om kunnen gaan met media, met emoties, met zoekteams, met autoriteiten in een ander land.”

Voor een onderzoek is geld nodig. Gerard is gepensioneerd en Marije fotografeert en schrijft. Vrienden van de familie zijn een stichting begonnen waarmee ze geld voor de zoektocht inzamelen. Er is al een forensisch team samengesteld om naar Oeganda te vertrekken.

Bij het portret van Sophia staan waxinelichtjes, die zo vaak mogelijk moeten branden. „Ik heb het gevoel dat ze haar de weg naar huis kunnen wijzen.”

Van Passel heeft Gerard en Marije dringend verzocht om ervoor te zorgen dat de stichting hierna kan blijven bestaan. „Om bij buitenlandse vermissingen direct hulp te kunnen bieden.”

Gerard en Marije hielden Sophia’s vermissing aanvankelijk bewust uit de media. „We wilden niet dat haar naam bekend zou worden.” Als ook bekend zou worden dat Sophia bipolair is, zou dat voor een stigma kunnen zorgen, vreesden ze.

Sophia schrijft zoals ze spreekt: ademloos

Gerard Koetsier vader van Sophia

Op 28 oktober om 18.15 uur, Sophia was net naar de wc gelopen, werd Marije gebeld door een reisgenote van haar dochter. „Ze vonden dat Sophia zich ‘raar en onvoorspelbaar’ gedroeg en wilden haar terugbrengen naar Kampala.” Marije begreep onmiddellijk wat er aan de hand was.

„Jullie moeten niet aan haar vertellen dat jullie van plan zijn om morgen terug te rijden, zei ik. Zij zal zich verzetten, boos worden, volledig in de contramine gaan.”

Rond negen uur belde de vriendin opnieuw, nu was alles anders. Sophia was vermist.

Vrijwel tegelijk met Marijes aankomst in Murchison Falls werden er spulletjes gevonden langs de rivier, op loopafstand van de plek waar Sophia was verdwenen. Reepjes gekleurde stof die netjes waren vastgeknoopt aan takjes, eenzelfde stukje stof om een boomstronk. Sophia’s zonnebril lag er, en een doormidden gescheurd biljetje van duizend Oegandese shilling – dat is ongeveer vijfentwintig eurocent waard. Een stoffen etuitje (geen portemonnee) zonder inhoud. „Het was een soort spoor”, zegt Marije. De dunne zwart-witte stof komt van een van Sophia’s broeken. Het is onduidelijk of ze die broek ook aanhad, uit haar rugzak ontbreken in totaal drie broeken.

Daar eindigt het spoor.

Krokodillen

Gerard: „Je zit continu scenario’s te bedenken. Dat ze het spoor van stukjes stof en andere spullen heeft uitgezet als een soort afleiding.”

Marije: „Een zogenaamde expert zei op tv dat het er stikt van de krokodillen. Dat een mens in dat water geen schijn van kans maakt. Maar ik heb een tocht gemaakt op die rivier, dezelfde tocht als Sophia de middag van haar verdwijning, en ik heb maar drie krokodillen gezien, iedereen op de boot was teleurgesteld. Een andere politieagent zei juist tegen mij dat het onwaarschijnlijk is dat een dier haar heeft aangevallen, want dan hadden ze daar wel sporen van gevonden.”

In de nacht van maandag op dinsdag was Sophia buiten gaan „rondspoken”. Ze was naar een kampvuur gegaan, had daar met Oegandese mannen gekletst. Daar staan filmpjes van op haar iPad. De hele nacht was ze wakker. Marije: „Daar schrokken haar vrienden van. Jeetje, gaat het wel goed.” Sophia had haar vrienden een paar dagen ervoor verteld dat ze bipolair is. „Ze wilden mij de dag vóór de verdwijning al bellen. Maar Sophia heeft dat ‘onheil’ weten af te wenden. ‘Dat moet je niet doen’, zei ze, ‘daar wordt mijn moeder heel zenuwachtig van’. Ze moest ook huilen. En toen heeft ze onder hun toezicht medicatie genomen. Dan denken die meisjes logischerwijs: ze is voor rede vatbaar, we kijken het nog even aan.”

Sophia heeft niet vaak last van haar bipolaire stoornis. Ze ervaart eens per twee of drie jaar een manie. Ze is nooit depressief geweest, een ander kenmerk van de stoornis.

Gerard: „Je hebt het idee dat je over een toren heen kunt springen. Je kan alles. Je praat veel sneller. Je leeft in een overdrive. De omgeving wordt daar een beetje knettergek van. Als je manisch bent, kun je ook even gaan hallucineren. Om weer normaal te kunnen functioneren, moet de dosis medicatie verhoogd worden. Sophia vindt dat vreselijk. Groots en meeslepend leven is dan even weg, de toppen worden er als het ware afgesneden.” Marije: „Dan raak ik weer in coma, zegt ze dan.”

Manische periode

Op de dag dat Sophia verdween, begon ze op straat vanuit het niets mensen te interviewen, dat filmde ze met haar iPad. Marije: „Ze stelt ze een hele lawine aan vragen. ‘Wat is je favoriete quote? Wat hebben je ouders meegegeven? Ik ga je beroemd maken, ik zet je op YouTube.’” Gerard Koetsier en Marije Slijkerman lachen zachtjes. Het filmpje is best grappig. Alsof ze aangeschoten is. Je herkent de ‘echte’ Sophia nog wel. Die praat ook snel en is „assertief in het kwadraat”.

De aanleiding voor een manische episode is bij Sophia vaak een te veel aan prikkels. Marije: „De dokter heeft haar voordat ze ging nog gezien. Hij zei dat hij alleen positieve spanning zag.”

Gerard en Marije vonden Sophia’s stoornis geen reden om haar niet op reis te laten gaan – met medicatie functioneert ze net als iedereen. Gerard: „In die acht weken werkte ze steeds in een ziekenhuis. Als ze ergens veilig is, is het daar wel, redeneerden wij. Er was geen reden tot ongerustheid.”

De hele dag mailen

Gerard gaat zo naar een koorrepetitie. „Zulke dingen moet ik doen. Anders denk ik dat ik gedeprimeerd raak.” Marije reageert anders. „Ik ben de hele dag aan het mailen. Ik mail ons verhaal naar iedereen die ik ken. Met het verzoek: wil jij dit ook doorsturen naar iedereen die jij kent? Totdat de hele wereld het weet.”

Gerard: „We hebben vlak na haar vermissing veel reacties gekregen via de mail. Soms waren het een soort condoleances. Daar werden we onaangenaam door getroffen. Zo willen we niet denken.” Marije: „Hoe dúrf je mijn dochter dood te verklaren. Je weet niets. Het is goed bedoeld, maar ontzettend onhandig. Ze is vermist. Ze ís niet door krokodillen opgegeten.”

    • Olivier Middendorp
    • Kim Bos