Eindelijk uitgebeugeld

Breeduit lachen voor de foto. Er zijn volwassenen die dat nooit doen, uit schaamte voor hun gebit. Vier volwassen beugelaars over hun gedeelde smart. ‘In de wachtkamer was ik een soort fossiel.’

Als je er zelf één draagt zie je ze opeens steeds vaker: beugels bij volwassenen. Komt het doordat je er op gaat letten? Of is het een kleine trend? En is dat dan ook de reden dat het zich verspreidt: als zij het durft, durf ik het ook?

Bij Geertje van der Laan (62) ging het inderdaad zo. Haar zus, vier jaar ouder, kreeg een paar jaar geleden een beugel. „Toen dacht ik: ik ga het de tandarts toch nog een keer vragen.” Dat had ze vanwege haar overbeet („Je kon er een duim tussen steken”) eerder ook al eens gedaan maar ja, dat was dertig jaar geleden. Een kaakoperatie, had hij toen gezegd. „Nou, ik herinnerde me van vroeger in het dorp een vrouw bij wie de kaken op elkaar waren genaaid. Dat wou ik dus niet.” Deze keer zei de tandarts: ze kunnen meer dan vroeger, ga anders eens langs bij een orthodontist.

Een kaakoperatie werd het niet. Wel zijn er twee kiezen getrokken, om meer ruimte in de bovenkaak te maken. Ook kreeg ze naast haar slotjesbeugel een tijd een plaatje tegen haar gehemelte en moest ze ’s nachts een buitenboordbeugel dragen. Maar nog even en ze is er vanaf, na twee jaar beugelen. Een vriendin van haar gaat het nu ook doen. „Die zegt: ik heb bij jou gezien hoe mooi het wordt.”

Geertje van der Laan is een van de patiënten van orthodontist Christo Boxum in Heerenveen. Net als Anita Lenos-Kooi (45) en Marit Steenland (32). Van Anita heeft hij een dubbelfoto in zijn kantoor hangen: voor de behandeling en erna. Ze viel in de tijd dat ze een beugel droeg dertig kilo af, overigens om andere redenen. Het lijken twee verschillende vrouwen. Marit Steenland is verloskundige. Ze had een beugel toen ze twaalf was, maar op haar twintigste begonnen haar tanden weer te bewegen.

Ziet Christo Boxum een trend? Hij ziet wel dit: „Moeders komen hier met hun eerste kind, dan met hun tweede en daarna, tussen kind twee en kind drie, komen ze voor zichzelf. Ze zijn een jaar of veertig, vijfenveertig, gaan wat vaker naar de kapper, komen eens bij de schoonheidsspecialiste en denken: mijn tanden gaan schuiven.” Dat schuiven gebeurt bij iedereen, maar bij sommigen meer dan bij anderen. „En dan denken ze: moet ik daar niet wat aan laten doen?”

Marit Steenland (32): “Ik zag er tegenop. Maar ik dacht, als ik van een kind kan bevallen dan kanik dit ook.” Foto's Merlijn Doomernik

Christo Boxum heeft ook mannen in zijn praktijk, maar minder, en van hen wilde niemand op de foto voor dit artikel. Robert Roosenstein (47) wel. Hij is producer van tv-commercials en woont in Amsterdam. Waarom hij een beugel nam? „Mijn tanden stonden scheef en daardoor kon ik ze lastig schoonhouden. De tandarts zei: als je ze nog wilt redden, is dit het moment.”

Dus dat zijn redenen waarom volwassenen een beugel nemen: omdat het mooier kan, omdat ze een probleem hebben, omdat ze hun eigen tanden willen behouden.

Christo Boxum is bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Orthodontisten. Hij zal niet zomaar zeggen dat er een trend is, als de cijfers dat niet ook aangeven. Een toename onder volwassenen, zegt hij, is inderdaad „een beetje” te zien in de cijfers van de Nederlandse Vereniging van Orthodontisten. Zo’n 10 procent van de patiënten is ouder dan 18 jaar. „Het percentage is redelijk stabiel, maar de laatste drie jaar was het in mijn praktijk bijvoorbeeld al twaalf procent.”

Zelf werft Christo Boxum op zijn site niet voor volwassen patiënten: ze kosten meer tijd, omdat er meer moet gebeuren en omdat ze meer aandacht vragen (Geertje van der Laan: „Je geeft wat meer weerwoord hè, als volwassene”). En ze komen toch wel, is zijn ervaring.

Dit is wat (bijna) al die volwassenen met een beugel met elkaar delen:

De jarenlange aarzeling

Robert Roosenstein (47): “Ze noemden met 'scheeltand'. Het was gewoon mijn bekkie, het hoorde bij mijn identitieit.”

Anita Lenos-Kooi: „Het was duur. En ik dacht ook: moet ik het nog willen, op mijn leeftijd?” Maar haar tanden bleven bewegen, op het laatst beten haar ondertanden in het tandvlees achter haar boventanden. Na drie, vier jaar wachten was het zo erg geworden dat ze een medische indicatie en dus vergoeding kreeg. „Toch ben ik pas echt over de streep getrokken door een collega die een beugel had.”

Marit Steenland ging overstag na de geboorte van haar eerste kind. „Ik stoorde me er al jaren aan, maar anderen zagen het niet, zeiden ze. En ik zag er ook tegenop. Maar na de geboorte van mijn zoontje dacht ik: als ik van een kind kan bevallen dan kan ik dit ook.”

Robert Roosenstein aarzelde niet: „Toen de tandarts zei dat dit het moment was, ben ik meteen naar de orthodontist gegaan. Ik was wel nieuwsgierig. En ik vond het best stoer.”

De foto’s waarop je nooit lachte

Geertje van der Laan: „Ik zorgde dat ik altijd een beetje achteraan stond. Dat je me niet goed zag. En als ik dan toch lachte, hield ik een hand voor mijn mond. Ook als ik niet op de foto ging trouwens.” Anita Lenos-Kooi: „Ik ging steeds minder lachen. Als er foto’s werden gemaakt zei ik: laat mij dat maar doen. Dan hoefde ik er niet op. Alleen op mijn trouwfoto zie je me voluit lachen.” Marit Steenland lachte wel op foto’s, maar daarna stoorde ze zich aan wat ze zag: „Mensen willen na de bevalling altijd een foto van de baby en mij. Dan zei ik natuurlijk: oké, dat is goed. Maar als ik zo’n foto dan later zag dacht ik: oh nee, die tanden.”

‘Ik ben niet zo bezig met het verschil. Mijn vrouw ziet het wel’

Opnieuw: Robert Roosenstein („Je weet, er zijn veel verschillen tussen mannen en vrouwen”) kent deze terughoudendheid niet. „Nee, helemaal niet. Het hoorde bij mij, die scheve tanden. Mijn vrienden noemden me ‘scheeftand’. Het was gewoon mijn bekkie, het hoorde bij mijn identiteit.” Toen hij eenmaal aan zijn beugel was gewend, zat hij er tijdens vergaderingen soms een beetje mee te spelen. „Met die elastiekjes, gedachteloos. Doe dat nou maar niet, zeiden anderen dan.”

Anita Lenos-Kooi (34): “Alleen op mijn trouwfoto zag je me voluit lachen.”

De wachtkamer vol pubers

Geertje van der Laan: „De eerste keer dat ik kwam, dacht ik dat ze allemaal naar me keken. Zo van: komt daar nog iemand achteraan die bij haar hoort? Maar ze zeggen niks hè, daar zijn het pubers voor.” Robert Roosenstein: „Ik vond het wel grappig. Je bent een icoon van een vorige generatie. Bijna een soort fossiel.”

Christo Boxum probeert de volwassenen gelijktijdig in te plannen, zodat ze elkaar tegenkomen. Wat ook hielp, zegt Anita Lenos-Kooi: „Bij de receptie zat een vrouw met een beugel. Die zag je als eerste als je binnenkwam.”

Volwassenen zeggen er trouwens wel wat over tegen je, ook buiten de wachtkamer. Beugelbekkie, noemen ze je, „maar dat is aardig bedoeld hoor” (Anita Lenos-Kooi). Vaker zeggen ze: „Wat goed dat je dat nu nog doet.” Of, nog vaker: „Een beugel, jij? Dat heb jij toch helemaal niet nodig?”

Een hele mond vol

Bovenbeugel, onderbeugel, soms een plaatje in het verhemelte, eventueel ’s nachts een buitenboordbeugel (Marit Steenland: „Dat ik in die tijd weer zwanger ben geworden van onze tweede is eigenlijk een wonder, haha”), elastiekjes tussen bovenkaak en onderkaak. Geertje van der Laan: „Ja, het was wel veel. Maar het ergste was die buitenboordbeugel ’s nachts. Dat je niet op je zij kon liggen. Of dat-ie in je kussensloop ging haken.”

Geertje van der Laan (62):”Je kon een duim tussen boven- en ondertanden steken. “

Anita Lenos-Kooi heeft een kaakoperatie gehad: bij kinderen kan de kaakgroei nog worden beïnvloed, maar bij volwassenen niet. En haar onderkaak was te klein voor haar tanden en kiezen. „Ik zag er na die operatie uit alsof er een bulldozer over me heen was gereden, helemaal blauw en opgezwollen. Mijn man wou buiten niet naast me lopen, hij zei: dan denken ze dat ik je mishandel, haha. Er zitten nu op drie plekken plaatjes in mijn onderkaak, daarmee hebben ze hem verlengd.”

Met ragertjes naar het restaurant

Spaghettisliertjes, rucolasteeltjes, restjes kaas, stukjes noot: het blijft allemaal haken of plakken in de slotjes of achter de draad die die slotjes met elkaar verbindt. Sommige dingen eet je helemaal niet meer als je een beugel draagt: drop, kauwgom. En liever ook geen harde dingen zoals appels of stokbrood, want je tanden en kiezen zitten door het constante bewegen losser dan anders. Anita Lenos-Kooi: „De eerste keer dat ik ermee ging eten in een restaurant staken de steeltjes van de tuinkers alle kanten op. Dat leer je dus wel af.”

Geertje van der Laan moest op Schiphol een mes uit haar handtas halen. Een mes, mevrouw?! Ja, dat heeft ze dus bij zich om als ze onderweg een hard broodje koopt voor de lunch, dat in stukken te snijden. En allemaal hebben ze ragertjes en een spiegeltje in hun tas. Robert Roosensteins mondhygiëniste is eindelijk tevreden: „De beugel heeft me discipline bijgebracht.”

En, wat vind je ervan?

Het rare is, de mensen in hun nabije omgeving zien wel verschil, maar omdat het zo lang duurt en zo geleidelijk gaat zijn ze uiteindelijk niet echt verbaasd over het resultaat. Jaap, de man van Geertje: „Ik zie het wel hoor, maar hier raak je ook weer aan gewend hè.” Geertje zelf: „Ik heb me afgevraagd of ik het weer zou doen, nu ik weet wat er allemaal bij komt kijken. Er zijn dagen dat ik denk: nee. Maar meestal denk ik van wel. Ik ben blij met hoe het is geworden. Ik lach weer zonder hand voor mijn mond. Vooral denk ik: ik had het eerder moeten doen.”

Anita Lenos-Kooi, die na haar kaakoperatie dertig kilo afviel: „Hoe ik me kleed, hoe ik naar buiten stap: het doet veel meer met je zelfvertrouwen dan je eerst denkt.” Haar beugel ging eruit in de week voordat ze haar 25-jarige jubileum in de bejaardenzorg vierde. „Ik lachte de hele dag, dat zie je ook op de foto’s.”

Robert Roosenstein viel acht kilo af door de beugel, „maar dat zit er al weer aan”. Zijn beugel ging er een half jaar geleden uit. „Ik ben er blij mee, maar ik ben niet zo bezig met het verschil. Mijn vrouw ziet het wel.”

Marit Steenland vroeg of haar beugel er een paar weken eerder uitkon dan gepland, nog voor de geboorte van haar dochter. „Ik dacht, nu wil ik wel eens op de foto met een baby terwijl ik mooie tanden heb.”