Dijsselbloem: ‘Ik was slecht in wiskunde’

Dat zei de minister van Financiën op een kinderpersconferentie vorige week.

Foto ANP

De aanleiding

Vorige week was het De week van het Geld, bedoeld om kinderen te leren omgaan met geld, zodat zij later financieel zelfredzaam kunnen zijn.

Bij gelegenheid ontving minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) basisschoolleerlingen op zijn ministerie. Bij een speciale kinderpersconferentie mochten de leerlingen hem vragen stellen over zijn beroep en zijn eigen achtergrond. Op de vraag of hij vroeger goed op school was antwoordde Dijsselbloem dat hij „slecht in wiskunde” was.

Waar is het op gebaseerd?

Dijsselbloem gaf het antwoord uit het blote hoofd. Twee dagen later doet hij er desgevraagd wat vaag over; helemaal precies weet hij het niet meer. „Ik haalde vooral zesjes voor wiskunde en af en toe een vijf.” Het zou opmerkelijk zijn voor iemand die later minister van Financiën werd, waar enige affiniteit met grote getallen toch een pre zou zijn.

‘Slecht in wiskunde’, stelde wetenschapscolumnist Charlotte Vlek van het weblog Sciencepalooza al eens vast, wordt maar al te vaak gebruikt als smoes. „Het is een makkelijke manier waarmee men zich snel van het hele onderwerp af kan maken”, schreef ze in de Volkskrant. Wiskunde is geen kwestie van kunnen maar van aanleren, blijkt uit onderzoek dat ze aanhaalt. „Ik vrees dat Dijsselbloem met zijn opmerking een beetje cool wilde overkomen op die kinderen”, zegt Vlek nu. „Het is namelijk helaas cool om niet zo goed te zijn in wiskunde. Niet terecht en vooral: niet erg motiverend.”

En, klopt het?

De minister wil er zelf het bewijs niet van leveren. „Ik heb dit weekend wel wat beters te doen dan mijn oude rapporten opzoeken”, zei hij vrijdag. En toestemming aan de leiding van zijn oude school, het Eckartcollege in Eindhoven, om zijn cijfers uit het archief te trekken wil hij niet verlenen. „Ik wil geen precedent scheppen. Straks gaan we alle oude rapporten van alle bewindslieden laten opvragen. Daar moeten we niet aan beginnen.”

Tot zover valt de stelling van de minister niet te verifiëren. Maar Dijsselbloems voormalige leraar wiskunde 1, Tijn van Dooremalen, biedt enige uitkomst. Hij heeft alle agenda’s uit zijn loopbaan bewaard, „van 1967 tot 2007”, mét de rapportcijfers van al zijn leerlingen. Hij vermoedt dat hij de jonge Dijsselbloem alleen in de eindexamenklas – lichting 1985 – heeft gehad.

De oud-docent herinnert zich de minister als een drukke, snel afgeleide leerling. „Ik heb hem snel verplaatst naar de eerste rij bankjes. Daar was hij eerst niet gelukkig mee, maar later liet hij weten dat het toch wel verstandig was geweest.”

Van Dooremalen (71) heeft enige schroom om Dijsselbloems rapportcijfers te onthullen. Op basis van zijn geheugen zegt hij dat de jonge Jeroen in zijn herinnering een „gewone leerling” was. „Hij presteerde normaal, zou ik zeggen, maar zeker niet slecht.” In tweede instantie, als hij zijn oude agenda-aantekeningen erop heeft nageslagen maar daar niet uit wil citeren, zegt Van Dooremalen: „Ik geloof niet dat de minister heeft gejokt.” Hij wijst erop dat Dijsselbloem in de vijfde klas is blijven zitten en dat het eindexamen destijds uit zeven vakken bestond.

Na de middelbare school ging Dijsselbloem Landbouweconomie studeren in Wageningen. Uit die tijd herinnert hij zich één cijfer nog heel goed. „Ik haalde ooit een 10 voor monetaire economie!” Hij vond het kennelijk niet nodig om dat vorige week aan de basisscholieren te vertellen.

Conclusie

Omdat de minister geen permissie verleent om zijn oude schoolprestaties te (laten) openbaren, kunnen we niet anders dan zijn uitspraak te kwalificeren als niet te checken.