Column

Dieren hebben ook een cultuur, een beschaving

Is het sociaal geaccepteerd om verliefd te worden op de hond van een ander? In een videoclip zag ik een paar jaar geleden een hond met de trein naar zee reizen. Het was duidelijk een welbestede dag; hij liep over het strand, zwom, keek op de terugreis uit het raampje van de trein, zat thuis nog even op de pianokruk en ging toen slapen. Bij dit alles was zijn blik zo peinzend en mateloos weemoedig dat ik sindsdien altijd aan hem ben blijven denken.

In de tussentijd kwam ik de maker van het filmpje, singer-songwriter Eva Meijer, wel eens tegen bij iets literairs. Altijd alleen, zonder hond, en ik zag nooit kans haar te vragen naar die peilloze weemoed en wat die volgens haar te betekenen had. Maar kijk nou. Opeens, zoveel later, blijkt Eva Meijer te zijn afgestudeerd als filosoof, bezig met een proefschrift over de politieke stem van het dier, en in voorbereiding daarop heeft ze een boek geschreven dat Dierentalen heet. Geen wonder dat ik het halsoverkop heb aangeschaft.

Al in het titelwoord buitelen de wijsgerige kwesties over elkaar heen. Want wat is een taal? Vertonen andere dieren dan wij ook talig gedrag – betekenisvol handelen dat de simpele communicatie overstijgt – en hoe kunnen wij mensen dat weten?

Volgens Meijer hangen onze antwoorden deels af van onze onderzoeksvragen. Gedragspsycholoog Herbert Terrace, bijvoorbeeld, liet in de jaren zeventig van de vorige chimpansee Nim gebaren leren. Om vervolgens te concluderen dat er geen sprake was van taalverwerving, maar van conditionering. Nim, zei hij, wist niet wat hij deed. ‘Wat ook het uitgangspunt was voor het onderzoek’, besluit Meijer droog.

Bestudering van dierentaal leert dus tegelijkertijd iets over ons eigen denken en onze eigen methoden van kennisverwerving. En zo leerde ik zelf tijdens het lezen ook alvast iets over onze visie op evolutie. Althans, ik ontdekte dat Europeanen net zo vooruit denken te lopen op de rest van de dieren als op de rest van de wereld. Bij een passage over vogels die zich driehonderd miljoen jaren geleden afsplitsten van zoogdieren schoot me een uitspraak over evolutie te binnen van socioloog Paul Gilroy uit een documentaire die ik laatst zag.

Anders dan westerlingen graag denken, zei Gilroy, zijn India en Afrika niet in de geschiedenis blijven steken.

Kijkend vanuit een overontwikkelde wereld naar buiten is het verleidelijk te denken ‘dat wij de toekomst zijn en alles buiten die muur het verleden’, zei hij. ‘De uitdaging is om dat idee los te laten en in hetzelfde heden te leven.’ Voor de vogels die zich ooit afsplitsten geldt iets vergelijkbaars. Het is verleidelijk te denken dat ieder ander achterop loopt. Dat dieren zich simpelweg nog niet hebben ontwikkeld tot ons hoge beschavingsniveau. Maar dieren zijn geen mislukte mensen, zegt Eva Meijer. In de woorden van Gilroy: mensen delen een heden met de dieren buiten de grenzen van de eigen soort.

De onderlinge verschillen zijn eigenlijk ook niet echt groot. Zo praten alle andere dieren net zo oeverloos als wij. Mezen laten binnen de gemeenschap het bericht circuleren dat het eten niet achter de blauwe deur ligt, maar achter de rode. Papegaaien geven hun kinderen een naam. Prairiehonden waarschuwen elkaar in grammaticale zinnen dat een ‘ovaal onbekend roofdier’ nadert en daarnaast doen ze aan small talk. Beslissingen, onderhandelingen, morele oordelen: vissen en insecten richten er misschien geen parlement voor in, maar ze regelen de boel wel via feromonen, kleurschakeringen, voor menselijke oren onhoorbare geluidsfrequenties en complexe coderingen.

Het is bij dit alles jammer, denk ik al lezend, dat andere dieren tot nu toe in de menselijke politiek alleen opduiken als slachtoffer. Als zielige stumperds in reclamefilms voor NGO’s. Filosofisch en politiek valt er immers zoveel meer te halen. Dieren hebben niet alleen belangen, waarvoor mensen dan moeten opkomen. Ze hebben ook een cultuur, een beschaving, een leven. En dus zou je in een politiek gesprek ook iets moeten horen over hun ideeën omtrent de inrichting van de wereld.

Denkt u nu dat zulke ideeën alleen draaien om eten en vechten, dan kijkt u te veel naar de EO en de BBC. Hun natuurfilms zijn in feite de tabloids van de dierenwereld. De echte wereld is rijker en vriendelijker, en ik ben benieuwd welke politieke stem Meijer in haar proefschrift straks boven water haalt. Welk waardenpluralisme ons wacht in gesprek met de walvis en de kraai. Tot die tijd blijven politieke beslissingen afhangen van het menselijk beschavingspeil en dat betekent, lees ik in Dierentalen, dat de presidentskandidaat met de laagste stem wint. Of met de kleinste handen, denkt de krantenlezer daarbij. We zullen zien.