De Belgen vreesden het al lang. Maar ze laten zich niet klein krijgen

België is nu ook zelf het doelwit van terreuraanslagen. Het land rouwt én sluit de rangen: #weerbaarbelgie.

Mensen komen samen op het Beursplein in Brussel, dinsdagavond. FOTO AFP

Heel even was er een gevoel van opluchting en triomf. „We hebben ’m!”, was de toon, toen afgelopen vrijdag Salah Abdeslam, een van de terroristen bij de Parijse aanslagen, in het Brusselse Molenbeek werd gepakt. Maar meteen was er ook de onzekerheid. „We zijn er nog niet, de strijd tegen terreur gaat door”, zei de Belgische premier Charles Michel.

Vier dagen later kijkt hij ontgoocheld en bedroefd in de camera, als hij aan de pers de eerste details prijs geeft over de bomaanslagen die zojuist zijn land in chaos en diepe rouw hebben gestort.

Al maanden werd gevreesd voor wat dinsdag werkelijkheid wordt: in de vroege ochtend tijdens spitsuur laten terroristen zien hoe kwetsbaar de Belgische hoofdstad is. Op het Brusselse vliegveld Zaventem vallen minstens 14 doden bij een zelfmoordaanslag. Nog meer doden, naar schatting 20, vallen een uur later op metrostation Maalbeek waar een bom tot ontploffing wordt gebracht in een metrowagon. Het totaal aantal gewonden is ruim 200.

„Dit is een zwarte dag voor ons land”, zegt premier Michel. Even later wordt bekend dat zijn regering drie dagen van rouw afkondigt. Op dat moment komen de eerste Europese steunbetuigingen binnen. „Alle EU-leiders staan schouder aan schouder met België”, zegt Europees ‘president’ Donald Tusk.

Al twee jaar gevoel van gevaar

Al bijna twee jaar leven de Belgen met het gevoel dat ‘het gevaar’ dichtbij is, dat ‘het’ elk moment kan gebeuren.

Dinsdagochtend is het zover. Op het Schumanplein, het zenuwcentrum van politiek Europa, houdt een moeder haar huilende dochter vast. Ziekenwagens rijden af en aan naar de ingang van metrostation Maalbeek waar veel slachtoffers zijn gevallen. Hulpverleners arriveren met brancards. Op straat wordt een vrouw getroost – ze is in shock. Ouders, die werken in de EU-gebouwen rond het plein, bellen met hun partners. „Zijn de kinderen veilig op school beland?”

‘Het’ begon eigenlijk al in mei 2014, toen een Franse IS-strijder in het Joods Museum in hartje Brussel het vuur opende en vier mensen op klaarlichte dag afslachtte. De eerste patrouillerende militairen verschenen in het straatbeeld, in Brussel en in Antwerpen.

Elk Brussels huishouden stelt zich de komende dagen vragen over de veiligheid in de stad

Daarna, bij aanslagen in Parijs in 2015, – eerst Charlie Hebdo, daarna theater Bataclan en Stade de France – kwam België steeds meer in het vizier als ‘hofleverancier’ van terroristen. Hier, in Verviers, in Namen, in Brussel en vooral in Molenbeek, hadden ze hun safe houses waar ze de Parijse aanslagen voorbereidden. Nog meer militairen arriveerden in Brussel dat al snel veranderde in een belegerde stad.

De terreur was made in Belgium dat er als „mislukte staat” geen enkele vat op had, klonk internationaal de kritiek.

In België strijden sindsdien schuld en schaamte om voorrang. Tot dinsdagochtend. Nu is het land zelf getroffen.

#weerbaarbelgie

‘De dag die moest komen’, schrijft Vlaamse dagblad De Standaard dat samen met de Franstalige krant Le Soir lezers oproept hun ervaringen per tweet, op #weerbaarbelgie, te delen. ‘Laat zien hoe wij Belgen ons onder deze omstandigheden verenigen en waarom wij niet klein te krijgen zijn.’

Verhalen van getuigen stromen binnen – van Abdel Melloul die op metrostation Maalbeek mensen zag „die compleet waren verbrand”, tot Suat Balci die iets verderop zeven doden per brancard zag worden afgevoerd. „Vreselijk, al die onschuldige mensen.”

Opnieuw wordt Brussel getroffen door een lockdown en zijn er vragen waar niemand nog een antwoord op heeft.

Hoe weerbaar België er uitziet? Op het Beursplein krijten kinderen boodschappen van solidariteit

Waren de aanslagen de ultieme wraak van de handlangers van Salah Abdeslam na diens arrestatie vrijdag? Of: waren hij en zijn kompanen slechts pionnen, en passen de Brussel-aanslagen in het scenario van een veel groter terreurplan waar al langer op werd gebroed?

IS eiste dinsdag de aanslagen op – dat is voorlopig een ‘houvast’. Verder blijft dezelfde pijnlijke constatering overeind: Brussel is de zwakke plek. Ondanks een al maanden geldend terreurdreigingsniveau 3 („aanslagen zijn waarschijnlijk”), en ondanks de militaire aanwezigheid bij regeringsgebouwen en op metro- en treinstations, hadden de terroristen vrij spel.

Steeds luider werd de laatste maanden de kritiek op de opdeling van het Brussels gewest in zes verschillende, nauwelijks met elkaar samenwerkende, politiezones. Dat zorgt voor „informatiebreuken”, zei maandag in deze krant burgemeester Hans Bonte van de Brusselse voorstad Vilvoorde. Ex-Syriëgangers uit zijn stad, die met IS vochten, ziet hij na hun terugkeer in Vilvoorde steeds vaker „meteen naar Brussel verhuizen omdat ze daar niet in de gaten worden gehouden”. Bonte noemt Brussel „de ideale schuilplaats voor terroristen”.

Maar Brussel is ook die pleisterplaats waar mensen uit de hele wereld neerstrijken. Het is juist de openheid en tolerantie waar haar inwoners trots op zijn.

Nooit meer met metro naar school?

Nog meer militairen op straat? Je kinderen nooit meer per metro naar school laten gaan? Het zijn de vragen die de komende dagen in elk Brussels huishouden zullen worden gesteld.

Maar eerst het puin ruimen. Om de pijn te verzachten heeft in de namiddag een cellist zich opgesteld op het Beursplein. Om hem heen een haag van mensen die zachtjes applaudisseren. De cello komt nauwelijks uit boven het geluid van sirenes verderop in de stad waar huiszoekingen nog gaande zijn. Naast de cellist is een wake geopend, ter nagedachtenis van de slachtoffers.

Op #weerbaarbelgie stromen intussen de reacties binnen. „Tous ensembles – allemaal samen!”, zegt Hicham El Mzairh uit Wilrijk. „Eendracht maakt macht”, schrijft Jo De Man.

Hoe weerbaar België er in de praktijk uitziet: met krijt schrijven kinderen in de voetgangerszone rond het Beursplein boodschappen van solidariteit op het asfalt. Alle Brusselse hotels stellen gratis hun kamers ter beschikking aan familieleden van slachtoffers die nog in Brusselse ziekenhuizen liggen.

„Voor ieder van ons zal 22 maart nooit meer een dag zijn als een andere”, zegt koning Filip die ’s avonds zijn volk toespreekt. „Heel ons land draagt de pijn van de levens die gebroken zijn. Tegenover wat ons bedreigt, zullen we samen met vastberadenheid, met kalmte en waardigheid blijven reageren. Laten we het vertrouwen in onszelf behouden. Dit vertrouwen is onze kracht.”