‘Daar’ in Brussel kan zomaar ‘hier’ in Nederland zijn

 

Degenen die waarschuwden dat nieuwe bomaanslagen in Europa geen kwestie waren van óf, maar van wanneer, hebben vanochtend gelijk gekregen. Met de dodelijke explosies op de luchthaven en in de metro kan Brussel zich voegen in het macabere lijstje van Madrid (maart 2004), Londen (juli 2005) en Parijs (november 2015). Én in al die steden buiten Europa waar een aanslag ‘hier’ leidt tot kortstondige aandacht of schouderophalen, waarna we overgaan tot de orde van de dag. ‘Brussel’ brengt die werkelijkheid nu opnieuw nabij.

Dat ook het metrostelsel onder het bestuurscentrum van de Europese Unie werd uitgekozen als doelwit is veelzeggend: de terroristen hebben Europa, en daarmee de Europese manier van leven, in het hart willen treffen.

De chaos, de angst en het verdriet van vanochtend maken alsnog het rampscenario waar dat de veiligheidsdiensten sinds de aanslagen in Parijs vreesden. In Brussel is het openbare leven opnieuw verlamd, net als eind vorig jaar, terwijl nu duidelijk is dat het dit keer helaas geen loos alarm was.

Het is te vroeg voor harde conclusies maar een verband met de aanhouding, vrijdag, van Salah Abdeslam, de voortvluchtige hoofdverdachte van de aanslagen in Parijs, waarbij 130 doden vielen, is aannemelijk. Zeker omdat enkele handlangers nog op vrije voeten waren. Terwijl bekend was dat Abdeslam nieuwe aanslagen voorbereidde, mogelijk in Brussel, en daarvoor ook de middelen had. Belgische autoriteiten waarschuwden al dat terroristen diens arrestatie wilden „wreken”. Die race tegen de klok is verloren. Dat heeft zeker twintig mensen vanochtend het leven gekost.

Het geeft hoe dan ook te denken dat de Belgische autoriteiten maanden tevergeefs hebben gezocht naar de verdachten. Het idee dat de dreiging zou zijn afgenomen – hoewel het leger sindsdien op straat is – is een illusie gebleken. Een cruciale factor is dat terroristen zelden in isolement opereren. Dat kan openingen bieden voor de veiligheidsdiensten, bijvoorbeeld via tips van mensen in gewetensnood. Maar als die omgeving met (potentiële) terroristen sympathiseert is het een belemmering. Dat lijkt het geval in Molenbeek, de Brusselse gemeente die een broeinest van moslimradicalisme is en waar de verdachten van ‘Parijs’ zich konden verstoppen, en zelfs ongestoord bewegen.

Het richt opnieuw de schijnwerper op de verkokerde bestuurlijke indeling van Brussel in verschillende politiezones, die leidt tot het niet-delen van informatie en een versnipperde bevelvoering. Daaraan een einde maken verdient een hoge prioriteit.

Maar of de aanslagen het werk zijn van buitenlanders dan wel afkomstig zijn van Belgische bodem, doet er eigenlijk niet toe. Radicale ideeën horen helaas ook bij een geglobaliseerde wereld. En in een open samenleving als de onze zijn ze op willekeurige plaatsen te realiseren. Wie nu zegt dat een aanslag op een luchthaven nogal voor de hand ligt, vergeet dat het ook een pretpark of supermarkt had kunnen zijn. ‘Daar’ kan zomaar ‘hier’ zijn. Nederland moet zich realiseren dat het net zo kwetsbaar is. Nederlandse steden hebben mogelijk hun eigen Molenbeek.