Brexit stort Conservatieven in crisis

Verenigd Koninkrijk Partij van de Britse premier David Cameron verkeert na vertrek minister Iain Duncan Smith in grootste crisis in twintig jaar.

Iain Duncan Smith stapte vrijdag op als minister van Werkgelegenheid. Foto Neil Hall/Reuters

Pas op voor de iden van maart, de vijftiende dag van maart. Die waarschuwing gaf de waarzegger Julius Caesar in Shakespeares gelijknamige toneelstuk over zijn naderende dood.

Het had een waarschuwing voor de Britse Conservatieven kunnen zijn: pas op voor een begroting ingediend half maart en voor Iain Duncan Smith, vaak aangeduid met zijn initialen. ‘IDS’ stapte vrijdag op als minister van Werkgelegenheid en Pensioenen, en stak en passant de partij een mes in de rug, die daarmee in de grootste crisis in twintig jaar belandde: de burgeroorlog in de partij over Europa kwam in alle hevigheid aan de oppervlakte.

Duncan Smith zei dat zijn vertrek niets met het naderende referendum te maken had – in juni stemmen de Britten over hun EU-lidmaatschap. Maar de twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het wantrouwen tussen degenen die voor een Brits vertrek uit de EU zijn, een zogenoemde Brexit, en degenen die willen blijven, is nu zo groot dat beide kampen ook op andere terreinen nauwelijks overleggen.

In zijn bittere ontslagbrief refereert IDS er zelf aan. Hij schrijft dat hij merkte „invloed” te verliezen, en dat hij het kabinetsbeleid niet meer kon veranderen – een klacht die wordt gedeeld door andere functionarissen die zich voor een Brexit hebben uitgesproken. Premier David Cameron zei dissidenten in de regering en partij te zullen tolereren. Dat blijkt in de praktijk echter moeilijk vol te houden.

Vorige maand leek het even of ambtenaren geen informatie meer mochten geven aan de pro-Brexit-bewindslieden: vijf ministers, twee kabinetsleden en enkele staatssecretarissen pleitten voor een vertrek. Het berustte volgens het hoofd van het ambtenarenapparaat op „een misverstand”.

Piketpaaltjes voor de campagne

Het toont hoe ingewikkeld de komende drie maanden voor premier David Cameron worden. Ieder beleidsvoorstel, iedere uitspraak, iedere bezuiniging wordt door tegen- en met name voorstanders van Brexit aangegrepen om piketpaaltjes voor de campagne te slaan. Zoals toenmalig premier John Major in de jaren negentig last had van de bastards, zo kampt Cameron nu met mondige afvalligen over Europa.

De begroting die vorige week werd gepresenteerd, had bijvoorbeeld ingetogen moeten zijn, eentje waarover kiezers en vooral Conservatieve Lagerhuisleden zich niet zouden opwinden. Dat mislukte volledig. Eurosceptici zagen het als een poging van de regering kiezers angst aan te jagen voor een onzekere toekomst na een Brexit.

Cameron kan nauwelijks rekenen op steun in eigen partij. Op lokaal niveau zijn de Conservatieven overwegend eurosceptisch, en bijna de helft van de Conservatieve Lagerhuisleden steunt de campagne voor een vertrek uit de EU. Cameron kan bovendien ook geen steun van andere partijen verwachten. Die zijn weliswaar voor ‘Blijven’ maar willen niet met de premier op één podium worden gezien.

De burgeroorlog in zijn partij heeft Cameron overigens aan zichzelf te wijten. Niet alleen omdat hij een referendum uitschreef, maar ook omdat hij al heeft aangekondigd in 2020 te zullen opstappen. Het Brexit-debat is daardoor ook een strijd om het partijleiderschap geworden. Vertrekken de Britten, dan staat partijgenoot Boris Johnson, de burgemeester van Londen, klaar om hem op te volgen. Blijven zij lid, dan zou minister van Financiën George Osborne de natuurlijke opvolger zijn van Cameron.

Maar diens kansen lijken door het mes in de rug van Iain Duncan Smith dit weekeinde aanzienlijk verkleind. Het was Osbornes begroting waartegen IDS zich keerde. Osborne wilde bezuinigen op de uitkeringen voor langdurig zieken en gehandicapten, en onderwijl de hogere inkomensgroepen bevoordelen. Dat noemde Duncan Smith „diep oneerlijk”, en had volgens hem weinig te maken met de barmhartigheid die de Conservatieven voorstaan.

Laat ‘barmhartigheid’ nu juist de visie van Boris Johnson zijn. Die was overigens dit weekeinde aan het skiën.