Begrotingstekort? In Canada laten ze het geld rollen

In plaats van te bezuinigen wil het kabinet miljarden uitgeven aan onder meer openbaar vervoer en schone energie.

Teerzand is de kurk van de economie in de Canadese provincie Alberta. Het afgelopen jaar zijn 50.000 mensen daar hun banen kwijtgeraakt. Foto Todd Korol / Canada

Van alle ambitieuze initiatieven waarmee de Canadese regering van premier Justin Trudeau sinds vorig najaar de aandacht heeft getrokken, is zijn begrotingsbeleid niet het meest prikkelende. De gelijke verdeling van kabinetsposten tussen mannen en vrouwen en het staken van bombardementen op IS-doelen sprongen meer in het oog.

Toch lag er juist een gedurfd begrotingsvoorstel aan de basis van Trudeaus opmars en de verkiezingszege van zijn Liberale Partij. Tegen de geldende politieke regels in beloofde de 44-jarige politicus een begrotingstekort van miljarden dollars om de Canadese economie uit het slop te helpen met investeringen in infrastructuur. Het was een gok in Canada, waar begrotingsevenwicht sinds de jaren 90 een bijna dogmatische plicht is – maar het plan sprak kiezers aan.

Dinsdag presenteert minister van Financiën, Bill Morneau de eerste begroting van het kabinet, met naar verwachting een stortvloed aan rode cijfers die het campagnevoorstel ver voorbijschiet: een tekort van 30 tot 35 miljard Canadese dollar (20 tot 24 miljard euro). Trudeau had 10 miljard in het vooruitzicht gesteld. Het verwachte tekort komt neer op 1,5 procent van het bruto binnenlands product van ongeveer 2.000 miljard.

Morneau wijt deze enorme overschrijding aan de economische tegenwind van de afgelopen maanden, vooral de wereldwijd dalende groei en de val van de olieprijs. Als open economie met een sterke grondstoffensector en een grote olieproductie is Canada gevoelig voor turbulentie in de wereldeconomie. Daardoor vallen de overheidsinkomsten bijna 20 miljard Canadese dollar lager uit.

Terwijl in de VS de werkloosheid is teruggedrongen tot minder dan 5 procent, is die in Canada juist gestegen, tot 7,3 procent. Aan economische groei wordt dit jaar een magere 1,4 procent verwacht. Volgens Morneau is de Canadese economie ondergesneeuwd. „Het zal enige tijd duren voordat we ons kunnen uitgraven.”

Energiesector

Vooral de economie van de westelijke provincie Alberta is zwaar getroffen door de schokken op de internationale oliemarkt. Jarenlang was de provincie wegens de hausse bij de teerzanden de oververhitte motor van de Canadese economie, die met een nijpend werknemerstekort vakmensen uit het hele land trok. Oliemaatschappijen verdrongen zich om miljarden te investeren. Nu zien ze daarvan af. Zo’n 50.000 banen zijn afgelopen jaar geschrapt in Alberta.

„De stemming is vrij grimmig”, zegt Janice Plumstead, econoom bij de Canada West Foundation in Calgary, over de toestand in Alberta. „Iedereen maakt zich zorgen om de gevolgen van deze neergang op de lange termijn. We zien hoe belangrijk de energiesector is voor de economische groei van Canada.”

De crisis in de Canadese oliesector werkt door in de rest van het land: toeleveranciers zitten zonder opdrachten. Omdat het om goedbetaalde banen gaat, hebben de ontslagen gevolgen voor consumentenbestedingen en -vertrouwen.

Bovendien is de Canadese dollar, die op de internationale markt wordt gezien als een ‘olievaluta’, ingezakt met de olieprijs: van pariteit met de Amerikaanse dollar in 2013 tot ongeveer 75 cent nu. Omdat Canada veel levensmiddelen importeert uit de VS, zijn Canadezen aanmerkelijk duurder uit. Zo liep de prijs van bloemkool uit Californië de afgelopen winter op tot 7 dollar, wat aanleiding gaf tot een nationale ‘bloemkoolcrisis’ als metafoor voor de economische malaise.

Toch zijn er lichtpunten. De lage Canadese dollar maakt exportproducten goedkoper, wat gunstig is voor de industrie- en dienstensectoren in de rest van het land. Sectoren als de auto-industrie en de financiële dienstverlening beginnen daarvan te profiteren.

‘Bloemkoolcrisis’

Voor het kabinet zijn de tegenvallers geen reden af te zien van de beloofde miljardenuitgaven aan onder meer uitbreiding van openbaar vervoer in steden en investeringen in schone energie. „Onze economische groei is niet goed, we moeten de groei opvoeren”, aldus Trudeau. „Dus de vraag is: doen we dat door te bezuinigen, of door te investeren in de economie? Wij denken dat we moeten investeren.”

De aanpak druist in tegen de norm in andere rijke landen, waar begrotingsdiscipline hoogtij viert. Maar de aanpak past bij adviezen van internationale organisaties als IMF en Oeso, die overheden oproepen om te profiteren van lage rentes door geld te lenen en meer uit te geven om chronisch lage groeicijfers op te voeren. Daar komt bij dat Canada van de rijke landen een van de laagste schuldenlasten heeft: 30 procent van het bnp. Dus er is ruimte om te lenen.

,,Ik denk dat het heel redelijk is, gezien de economische schok die het land heeft doorstaan”, zegt econoom Royce Mendes van de Canadian Imperial Bank of Commerce in Toronto. Hij wijst erop dat de rentes al op recordlaagte liggen (de Canadese centrale bank nam geen extreme maatregelen als kwantitatieve verruiming). „Elders werken onconventionele maatregelen niet goed. Dus dit is een goede balans tussen fiscaal en monetair beleid om de economie aan te drijven.”

De Conservatieve oppositie heeft bedenkingen bij de plannen om de creditkaart te trekken – wordt het een gewoonte en lopen tekorten de komende jaren verder op? Volgens Rona Ambrose, interim-leider van de Conservatieven, gaat het kabinet-Trudeau op een „onverantwoordelijke manier om met het geld van belastingbetalers”. Maar economen verwachten dat Trudeau kan rekenen op steun. „Ik denk dat veel mensen zeggen: dit is akkoord, maar laten we er geen gewoonte van maken”, zegt econoom Plumstead. „De overweging blijft dat begrotingsevenwicht goed is, maar iedereen begrijpt dat dit moeilijke economische tijden zijn.”