Argwaan in Dikili over de Syriërs die terugkomen

Nog meer vluchtelingen? De inwoners van de Turkse kustplaats vrezen het ergste.

Foto AFP

Het hek bij de sporthal van Dikili gaat even open om beveiligers bij de vluchtelingen en migranten te laten. Volleybaltrainer Murat Solmaz (34) mag het terrein niet op. „Wanneer kunnen we weer trainen?”, vraagt hij aan een agent bij de poort. Hij weet dat hij geen antwoord krijgt.

Dit is de enige plek die groot genoeg is als het stadsbestuur migranten kwijt moet die op de stranden en zee zijn opgepakt. Tot nu toe zijn dat er alleen maar meer geworden.

En de stroom droogt niet op, vrezen inwoners van de toeristenplaats aan de Turkse kust. Vanaf 4 april is Dikili een van de havens in Turkije waar vluchtelingen en migranten die vanaf de Griekse eilanden worden teruggestuurd aankomen. Wat dat in de praktijk gaat betekenen weet nog niemand, maar de inwoners vrezen het ergste: nog meer vluchtelingen in de stad.

Geruchten zijn er te over. Er zou een asielzoekerscentrum komen. Of een permanent vluchtelingenkamp. Het zorgt voor onbehagen in de slaperige plaats. „Alsjeblieft, Europa, stuur ze niet terug naar ons”, zegt apotheker Güzin Dagli (43). Ze heeft een zaak bij het Atatürkplein in het centrum.

De inwoners voelen zich al overbelast. „De sporthal zit vol, de school zit vol. We doen tegenwoordig onze deuren op slot.” Door het akkoord stijgt het aantal vluchtelingen in Dikili verder, vreest ze.

„We hebben ertegen gedemonstreerd. Maar ja, daar kun je in Turkije niet te ver mee gaan.”

Verstoppen in de olijfgaarden

Vanaf de boulevard is het Griekse eiland Lesbos te zien. Smokkelaars vinden de uitgestrekte olijfgaarden buiten de stad ideaal om vluchtelingen in te verstoppen en de boten op te pompen. Naarmate de handel afgelopen jaar meer ondergronds ging, groeide de rol van Dikili in de transporten.

Volleybaltrainer Solmaz werpt een laatste verlangende blik op de sporthal. In de tuin zitten mannen en kinderen. Ze zeggen uit Syrië te komen. De afgelopen dagen zijn hier 1.800 opgepakte migranten vastgehouden tot hun vingerafdrukken en foto’s zijn genomen.

De toestroom van vluchtelingen kwam vorig jaar april op gang. „Bij een training zaten er plots dertig vluchtelingen op de tribune”, vertelt Solmaz bij een strandtent een paar honderd meter verder. „Ik denk dat ze voor het eerst meisjes in strakke broeken zagen.” Zolang de vluchtelingen alleen de tribune gebruikten, gingen de trainingen door. Maar niet veel later lag ook de vloer vol. „We proberen op het strand te trainen, maar we willen onze sporthal terug.”

De Syriërs blijven langer, misschien wel altijd

De logistieke problemen zijn immens, maar de door de regering benoemde gouverneur verwacht dat het akkoord dat de Europese Unie en Turkije vrijdag sloten voor verbetering zal zorgen. Binnen een paar dagen komt een team uit de hoofdstad Ankara dat alles gaat regelen, zegt Mustafa Sezgin opgeruimd in zijn kantoor.

„Vanuit mijn perspectief is het goed. Nu worden we iedere keer overvallen door groepen mensen. En moeten we om drie uur ’s nachts ons bed uit om opvang voor ze te regelen als de kustwacht ze aan wal zet. Straks weet ik in ieder geval hoeveel er komen, wanneer en wie het zijn.”

Hij ontkent geruchten dat er een ontvangstcentrum of kamp gebouwd gaat worden. Wat het team uit Ankara precies van plan is weet hij ook niet. „Misschien zetten ze zo’n grote witte tent neer.”

Turkije heeft sinds het begin van de oorlog in Syrië ruim drie miljoen vluchtelingen binnengekregen, op een bevolking van 78 miljoen. Dat heeft tot opvallend weinig protesten geleid. Mensen mopperen voortdurend op het opendeurbeleid van de regering-Erdogan, maar er is vrijwel geen geweld tegen vluchtelingen geweest.

Dat komt deels doordat de regering tot nu toe bezwoer dat de vele Syriërs tijdelijke gasten waren. Als de oorlog voorbij zou zijn, zouden ze teruggaan. Geleidelijk verandert de communicatie. De publieke opinie wordt klaargestoomd voor asielzoekers die langer, misschien wel altijd, zullen blijven.

Angst voor steun aan Erdogan

Dat zint vooral tegenstanders van de islamitische regeringspartij AKP van president Erdogan niet. Daar zijn er veel van in Dikili, waar de meerderheid op de republikeinse partij CHP stemt. Ze zijn bang dat Syriërs, als ze stemrecht krijgen, uit dankbaarheid Erdogan en zijn ploeg in het zadel zullen houden.

Daar is de afgelopen maanden de angst voor terreuraanslagen bij gekomen. Door zelfmoordaanslagen op burgerdoelen zit de angst er in Turkije goed in. Turken proberen het openbaar vervoer en overdekte winkelcentra te mijden.

„Ik ben bang”, geeft Kadir Uludag toe. Hij is hoofd van een middelbare school met vierhonderd leerlingen in Dikili. De bijbehorende sportzaal is net weer hersteld nadat vluchtelingen er een week geleden dekens in brand hadden gestoken en de toiletten hadden laten overlopen om te worden vrijgelaten. Het is niet de poreuze grens met Griekenland, de uitgang, die hem dwarszit, maar die aan de andere kant.

„Die zelfmoordenaars komen vanuit Syrië en ze stappen zonder verdere controle op de bus hierheen.”

Hoe Dikili met terugkeerders moet omgaan, weet hij niet. Maar het zou gemakkelijker zijn als ze bleven doorreizen.